Netherlands

Vertrekkend pensioendirecteur Peter Borgdorff: ‘Mensen geloven in zekerheden, helaas’

Hij beheert 240 miljard euro aan pensioengeld. Verpleegkundigen, museumpersoneel, dominees: bijna drie miljoen werknemers en gepensioneerden zijn bij hem aangesloten. Toch heeft Peter Borgdorff nog steeds geen flauw benul van die grote getallen. „Ik ken ze wel, maar ze zeggen me niks. Zelfs als ik het terugbreng naar een miljard euro. Dan denk ik ook: ik heb geen idee hoeveel dat is. 100 miljoen? Nog steeds niet. 10 miljoen? Dan begin je ergens te komen: een huis, nog huis, een auto, nog een auto.”

Peter Borgdorff is al dertien jaar directeur van het een na grootste pensioenfonds van Nederland, Zorg en Welzijn. Weinig pensioenbestuurders zijn zo zichtbaar als hij. Borgdorff (67) zoekt graag de publiciteit op, praat vrijuit en houdt zijn eigen openbare pensioenblog bij, het wekelijkse Borgblog.

Deze maand gaat hij zelf met pensioen. In zijn laatste weken heeft hij het nog erg druk: er is een risico dat zijn fonds volgend jaar de pensioenen van alle werknemers en gepensioneerden moet verlagen, als de financiële positie van het fonds – de zogeheten ‘dekkingsgraad’ – op Oudjaarsdag onvoldoende hersteld is.

Lees ook: Waarom er steeds pensioenverlaging dreigt in het ‘beste stelsel ter wereld’

„Geld is wat er in je portemonnee zit”, zegt Borgdorff. Hij was eens op bezoek bij de mensen die het geld van Zorg en Welzijn beleggen, zegt hij, bij pensioenuitvoerder PGGM. „Iemand liet me meekijken toen hij in tien seconden 50 miljoen euro verhandelde. Ik vroeg hem: wat betekent geld voor jou? Hij zei: ‘Mijn maandsalaris, dát is geld, de rest is een middel om mijn werk te doen.’ Ik kan eerlijk gezegd ook niet wakker liggen van onze dekkingsgraad.”

Echt niet?

„Nee, daar kan ik niks aan doen.”

Ook niet in februari dit jaar, toen de rente en beurskoersen kelderden? Denkt u dan niet: poeh…

„Jawel, maar niet omdat de dekkingsgraad naar beneden duikelt. Ik denk dan aan wat het voor mensen zou betekenen als wij hun pensioen moeten verlagen. Dan moeten we iemand 5 of 10 euro per maand afnemen. Op een klein pensioen kan dat nét het verschil zijn tussen ontspannen de feestdagen ingaan, of iets minder ontspannen. En dat raakt me. Daar kan ik wakker van liggen.

„De gemiddelde gepensioneerde bij ons krijgt 8.200 euro bruto per jaar, plus een AOW-uitkering van 11.000 tot 14.0000 euro, afhankelijk van of je alleen bent of met zijn tweeën. Dat is duidelijk beter dan het minimum, maar geen groot geld. Dát zijn getallen die me wat zeggen.”

Vooral een rentedaling is slecht voor jullie dekkingsgraad. Checkt u elke dag even de rentestand?

„Nee. In 2008 was er een periode dat onze dekkingsgraad maandenlang bleef dalen. Ik kreeg elke dag om half zes de dekkingsgraad van die dag op mijn bureau. En de hele dag stond RTL Z aan: als ik koffie haalde, las ik op de tickertape hoe belabberd het was. Op een bepaald moment zei ik: ik wil die dekkingsgraad niet meer hebben. Ja, één keer per week. Je wordt alleen maar zenuwachtig en je kunt er niks aan doen. Ik wil me druk maken over zaken waar ik wel wat aan kan doen.”

Dus nu ziet u de dekkingsgraad één keer per week?

„Ja, en als ik dan een stijging van twee tiende procentpunt zie, denk ik: dat is mooi. En daarna denk ik: hè, waar hebben we het eigenlijk over? Twee tiende procentpunt? Maar ja, je klampt je vast.”

Wat is er eigenlijk leuk aan om pensioendirecteur te zijn?

„Het meest heb ik genoten van gesprekjes met mensen in zorginstellingen, maar ook van toevallige ontmoetingen. Vaak zegt iemand: ik krijg mijn pensioen van u. Alsof ik daar persoonlijk voor zorg. Maar als ik dat voor mensen mag betekenen… Zij voelen aan dat een cluppie in Zeist ervoor zorgt dat zij een mooie oude dag kunnen hebben. Daar kan ik heel blij van worden.

„Ik ben in de pensioensector gaan werken omdat ik een polderkind ben. Het mooie van de sociale partners is dat zij er altijd samen uitkomen. In ons bestuur zitten vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, en zij hebben precies evenveel stemmen. Zij moeten er samen uitkomen. Ik heb weleens meegemaakt dat er geen meerderheid is, dan verandert er niks. Maar dan komt zo’n thema – premieverhoging of opbouwverlaging bijvoorbeeld – volgend jaar gewoon opnieuw op de agenda. Soms duurt het lang, maar ze komen er een keer uit.”

Sommige mensen zullen denken: kom op, pak eens door.

„Wat helpt is geduld hebben. Alle verhalen over de polder zijn waar: de stroperigheid, de traagheid. Daar moet je niet zenuwachtig of chagrijnig van worden – heel even misschien. Ik vind het juist mooi om dat bestuurlijke spel te spelen.”

U bent zichtbaar in de media. Was u vooraf al van plan zo’n publiek boegbeeld te worden?

„Ja. In mijn vorige banen was ik al het gezicht naar buiten. Ik sta graag op het podium. Ik denk dat ik wat te vertellen heb en dan wíl ik het ook vertellen.

„Soms is dat spannend. Op een ochtend in 2014, ik had in een hotel in Den Haag verbleven, opende ik het FD. Een artikel waarvoor ik geïnterviewd was, stond op de voorpagina met een kop waarvan ik dacht: dit wordt gezeik.” Hij lacht. „Nou, dat werd gezeik.”

Borgdorff pleitte daarin voor afschaffing van de ‘doorsneesystematiek’: het mechanisme waardoor jonge en oude werknemers nu evenveel pensioen krijgen voor hun premie. Terwijl de inleg van een jongere meer waard is: dat geld kan veel langer renderen. Borgdorff wilde dat werknemers het pensioentegoed krijgen dat hun ingelegde premie waard is: jongeren meer, ouderen minder. In 2014 lag dat uiterst gevoelig, maar vorig jaar is dit voornemen vastgelegd in het pensioenakkoord tussen kabinet, vakbonden en werkgevers.

„Ik vond dat we het hierover moesten hebben. Ook al wist ik dat de sector én mijn eigen bestuur daar nog niet aan toe was. Na zo’n krantenkop volgen dan een paar heel zware uren.”

Denkt u dan ook: dat interview had ik niet moeten doen?

Even is hij stil. „Ik heb geen spijt. Ik heb het bestuur daarna beloofd dat ik wat beter zou opletten wat zij ergens van vinden voordat ik me uitlaat. Maar dat heeft zijn grenzen: je moet als woordvoerder ook vrijheid hebben. Door buiten de lijntjes te kleuren, help je soms het debat vooruit.”

In het pensioenakkoord is ook afgesproken dat werknemers en gepensioneerden het sneller moeten gaan merken als hun fonds rendementen maakt. Fondsen hoeven dat geld niet meer op te potten in grote reserves, maar mogen direct uitdelen. Daar staat tegenover dat mensen hun pensioen ook sneller zien dalen als het slecht gaat. De nieuwe regels zouden uiterlijk in 2026 moeten ingaan.

Lees ook: Dit betekent het pensioenakkoord voor jou

Kijkt u uit naar de invoering van de nieuwe regels?

„Ja. Straks komt wat er in de economie gebeurt veel beter overeen met wat je op je pensioenstrookje ziet staan. Als het economisch slecht gaat, zullen deelnemers ook beter begrijpen dat er wat vanaf gaat.

„Ik ben wel heel benieuwd naar de overgangsregels tot 2026. Blijven we de komende jaren de oude afspraken hanteren alsof er niets gaat veranderen? Of mogen we vooruitlopen op de nieuwe afspraken? Daar praat de minister nog over met de sociale partners. Ik hoop dat ze daar dit jaar nog uitkomen.”

U werkt sinds 2002 in deze sector. Wat is de belangrijkste verandering geweest?

„Rond de eeuwwisseling hadden mensen nog ‘onbewust vertrouwen’ in pensioenfondsen. Het geld klotste over de plinten in de jaren negentig, maar Nederland was zich er niet zo van bewust. Vervolgens zagen die deelnemers in de internetcrisis van 2001 en daarna veel nadrukkelijker in de crisis van 2008 de grote risico’s van het Nederlandse systeem waarin al het pensioengeld belegd wordt. De dekkingsgraden daalden en dat onbewuste vertrouwen sloeg om in ‘bewust wantrouwen’. Dat is, denk ik, de grootste verandering die we hebben ondergaan.

„We kunnen onze pensioenen nu al heel lang niet meer verhogen – misschien moeten we zelfs verlagen. Die onzekerheid vinden mensen heel erg vervelend, want ze geloven in zekerheden, helaas. En dan komt het wantrouwen. Dan hoor je: pensioenfondsen kunnen niet beleggen. Of: ik krijg mijn geld niet terug. Allemaal mythes. Wij betalen gemiddeld drie keer de inleg uit. Wij hebben een gemiddeld beleggingsresultaat van boven de 8 procent sinds onze oprichting. We kunnen dus uitstekend beleggen. Maar mensen ervaren dat niet.”

Heeft de sector een imagoprobleem?

„Ja. En toch: bij ons krijgt de gemiddelde werknemer die met pensioen gaat, inclusief AOW, 100 procent van wat diegene vlak daarvoor verdiende. Dus we hebben heel tevreden gepensioneerden – de eerste jaren. Maar dan stijgen de zorgkosten, de gemeentelijke lasten… En wij kunnen onze uitkering niet laten meestijgen. Alleen hun AOW wordt geïndexeerd. Dan worden mensen minder tevreden.”

Sommige ouderen zijn hier echt woedend over. Richt die woede zich weleens op u persoonlijk?

„Nou, nee. De duizenden reacties die ons klantcontactcentrum krijgt, zie ik niet allemaal. Ik heb wel een paar keer mensen uitgenodigd die het meest reageren op mijn blog. Maar de opkomst was slecht. Dan nodig je veertig, vijftig mensen uit en dan komen er zes of zeven. Dan merk je hoe makkelijk het is om van achter een toetsenbord te reageren.”

De SP heeft u genomineerd voor hun ‘KoolmeesCup’ voor grootste ‘pensioengraaier’, omdat u met 239.000 euro vorig jaar meer hebt verdiend dan de premier. Wat vindt u daarvan?

„Als je bang bent voor dat soort acties, moet je deze baan niet nemen. Het hoort erbij. Ik krijg goed betaald. Dan moet ik niet chagrijnig worden als mensen daar wat van vinden. Zolang ze de mensen om mij heen maar niet gaan bedreigen.”

Waarom vindt u uw hoge loon terecht?

„Ik geloof niet in inkomensgelijkheid. Er zijn nou eenmaal verschillen in de samenleving. En in de wereld van het vermogensbeheer, waarin ik ook opereer, worden veelvouden verdiend. Dan is het een kwestie van perceptie hoe hoog mijn salaris is.”

Een van uw critici, tv-maker Cees Grimbergen (Omroep Max), noemt de „pensioenelite” „moreel corrupt”. U bent een van de weinige bestuurders die hem te woord wilt staan. Hoe komt dat, denkt u?

„Je komt er niet automatisch goed uit. Hij heeft mijn citaten nog nooit ‘vals gemonteerd’, maar als ik daarna de voice-over hoorde, heb ik weleens lelijke woorden gebruikt. Maar dan wijs ik zijn volgende verzoek niet af. Misschien zijn mijn collega’s bang voor verkeerde nuances – en ja, dat risico is er. Maar ik ben er diep van overtuigd dat wij als pensioensector een verhaal hebben en dat móéten vertellen.”

Lees ook: Het Nederlands pensioensysteem is uniek. Hoe regelen andere landen dat?

Er is ook kritiek op hoe pensioenfondsen, ook het uwe, beleggen in private-equityfondsen, die bedrijven soms leegtrekken en volhangen met schulden. Waarom doen jullie dat nog?

„Vanwege het rendement. Zo plat is het.”

Maakt het niet uit hoe zij zich gedragen?

„Zeker wel. Wij accepteren geen sprinkhanengedrag. Ze moeten lange tijd in een bedrijf zitten en volledig transparant naar ons zijn. Anders doen we het niet. Dan vind ik nog steeds dat deze private-equitybedrijven soms weinig maatschappelijk gevoel laten zien en wel héél erg veel geld willen verdienen, maar dat betekent ook dat ze voor ons veel geld binnenhalen. Dat hebben we hard nodig, want met obligaties verdienen we niks meer.

„We doen soms dingen waarvan je als samenleving kunt zeggen: moet dat nou? Maar wij willen wél aan onze opdracht voldoen om voor een goed pensioen te zorgen. Zo beleggen we in een bedrijf dat coatings maakt. We weten dat die coating ook op wapens wordt gesmeerd waar wij niet aan mee willen werken. Die wapenfabrikant sluiten wij uit, die coatingfabrikant niet. We hebben doorlopend concessies te doen.”

Football news:

Zidane over de kritiek: het maakt niet uit of ik moe ben of niet. Niet alleen werkt de coach, er is veel achter de club
Barcelona om Messi ' s schorsing voor het slaan van atletische speler op het hoofd aan te vechten
Wenger op Ozil in Fenerbahce: hij heeft een warme omgeving nodig. Hij kiest altijd de juiste beslissing in het spel, en dit is briljant
Het bedrijf van Til Schweiger maakte een suikerdocumentaire over Schweinsteiger: geen enkele hot topic en helemaal geen Lama
Het is moeilijk om in het echte leven te spelen. Er is veel competitie hier, maar het is niet de schuld van de coach
Messi werd geschorst voor 2 wedstrijden voor het raken van een atletische speler op het hoofd
Cesar Aspilicueta: Wij zijn Chelsea, de club wil altijd vechten voor alle trofeeën