logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo
star Bookmark: Tag Tag Tag Tag Tag
Netherlands

Van Zweden imponeert met animalistische ‘Sacre du printemps’ ●●●●●

Recensie

Gastdirigent Jaap van Zweden is deze week te gast bij het Concertgebouworkest. Op het programma, naast Stravinsky en Mahler, een geslaagd premièrewerk van Martijn Padding, die woensdag de Andreaspenning van de stad Amsterdam kreeg uitgereikt.

Amper twee maanden nadat hij in de ZaterdagMatinee een alom bejubelde uitvoering van Wagners Die Walküre leidde, is Jaap van Zweden terug in Amsterdam. Deze week is hij te gast bij het Concertgebouworkest, dat sinds het ontslag van Daniele Gatti nog altijd een chefloos bestaan leidt. Hoewel tot 2022 onder contract bij het New York Philharmonic, is Van Zweden voor velen Gatti’s gedroomde opvolger. Zoveel bleek woensdag eens te meer uit het warme ontvangstapplaus in een strak uitverkochte Grote Zaal in Amsterdam.

Van Zweden dirigeert deze week twee programma’s, met behalve Stravinsky’s Le sacre du printemps en (vrijdag) Brittens Vioolconcert, twee delen uit Mahlers Tiende symfonie.

Je kunt je afvragen hoe mahleriaans Mahlers Tiende eigenlijk is. Voordat de componist de volledig georkestreerde partituur kon voltooien, werd hij ingehaald door de dood. Doorgaans klinkt het werk in de orkestratie van de Britse musicoloog Deryck Cooke, maar Van Zweden dirigeerde woensdag het Adagio en Purgatorio in een onbekende versie van Willem Mengelberg uit 1924.

Opvallendste verschil: het grotere aandeel voor de strijkerssectie die onder Van Zweden intens en gloedvol musiceerde. Van het scherp geëtste altvioolthema in de openingsmaten tot een striemende strijkersklank in de dramatisch aangezette climaxen. Dat Van Zweden een fijne neus heeft voor het navrante doodsbesef dat door Mahlers noten schemert, bleek uit een voortdurend voelbare onderhuidse spanning. Het splijtend dissonante doodsakkoord liet hij huiveringwekkend orgelen.

Geslaagd premièrewerk was er van componist Martijn Padding, die in de pauze de Andreaspenning van de stad Amsterdam kreeg uitgereikt voor zijn uitzonderlijke culturele verdiensten.

Wie zijn werk een beetje kent, denkt bij de naam Padding in eerste instantie aan vitale, vrolijk-tegendraadse stukken vol virtuoos uitgecomponeerd gekeet en geklier. Zo niet in Softly Bouncing (2017), waarin de componist een meer ingetogen klankwereld verkent. Noem het een onderkoeld-melancholische nachtmuziek, opgetrokken uit zacht pulserende akkoorden die hun weg zoeken tussen gedempte strijkers en dito koperblazers. Vintage Padding zijn de subtiele orkestraties met een hoofdrol voor instrumentale buitenbeentjes als de melodica, een droevig knorrende rommelpot en zacht gonzende Thaise gongs op een bedje van schuimrubber.

Lees ook: Van Zwedens uitvoering van Wagners Walküre werd memorabel topevenement

Na de pauze imponeerde Van Zweden in Stravinsky’s Sacre. In de openingsmaten joeg hij een frisse bries door de kwettervolière in de houtsectie, waarna grommende hoornaccenten de opmaat vormden voor een even precieze als animalistische uitvoering. Onverzettelijke klank, ritmisch messcherp en tutti’s die aankwamen als een kaakslag. Waarna we verhevigd verder dromen over een Amsterdams chefschap van Van Zweden.

Themes
ICO