Terwijl de internationale troepen van de VS en de NAVO uit Afghanistan vertrekken, wint de Taliban juist terrein. Inmiddels vechten Talibanstrijders en Afghaanse overheidstroepen om drie grote steden in het zuiden en westen van het land. Er wordt gevreesd voor de humanitaire situatie in het land.

Per september zullen er geen internationale troepen meer aanwezig zijn in Afghanistan. Sinds de aankondiging van het vertrek in mei, is de Taliban bezig met een opmars. Eerst hadden de strijders vooral rurale gebieden in handen, maar nu wordt er ook gevochten in de cruciale steden Herat, Lashkar Gah en Kandahar. Naar schatting heeft de Taliban inmiddels de controle over de helft van het land, waaronder belangrijke grensovergangen met Iran en Pakistan.

Volgens de International Organization for Migration ontvluchten elke week zo'n 30.000 Afghanen het land vanwege het geweld, schrijft the New York Times. Dat is 30 tot 40 procent meer dan voor de aftocht van de internationale troepen begon. Binnen de grenzen zijn nog veel meer mensen op de vlucht.

Talibanstrijders zouden zich al in het hart van de stad Lashkar Gah, de hoofdstad van de provincie Helmand, bevinden. Zaterdag waren ze slechts een paar 100 meter verwijderd van het kantoor van Lashkar Gah's gouverneur.

Parlementslid Gul Ahmad Kamin zei tegen de BBC dat het geweld in Kandahar elk uur toeneemt. Volgens hem zijn het de meest heftige gevechten in twintig jaar.

Ook in Herat, de op een na grootste stad van Afghanistan, laait het geweld op. De VS voeren daar nog wel luchtaanvallen uit om het Afghaanse leger bij te staan. Afgelopen vrijdag werd een kantoor van de Verenigde Naties in Herat onder vuur genomen. Volgens een woordvoerder van de Taliban zat het kantoor in het kruisvuur tussen overheidstroepen en Talibanstrijders en hoeven medewerkers zich verder geen zorgen te maken.