Spanje is maandag met een doelpuntloos gelijkspel aan het EK begonnen. De drievoudig Europees kampioen slaagde er ondanks een overwicht niet in om af te rekenen met Zweden.

Met liefst 79 procent balbezit in de eerste helft was Spanje de gevaarlijkste ploeg, maar kansen waren niet aan Dani Olmo (fraaie redding van de uitblinkende keeper Robin Olsen), Koke (inzetten over en naast) en Álvaro Morata (naast in zeer kansrijke positie).

De Zweden, die op het EK de geblesseerde Zlatan Ibrahimovic missen, zetten daar één kans tegenover. Oud-Willem II-spits Alexander Isak speelde zich knap vrij en trof via verdediger Marcos Llorente de paal.

Ook na rust waren er kansen voor Olmo en Morata, al was Spanje niet meer dominant als in de eerste 45 minuten. Er werd zelfs gezwijnd bij een enorme kans voor de Zweeds Marcus Berg, die een opstuitende bal voor een vrijwel leeg doel naast werkte.

Bondscoach Luis Enrique voerde wissels door in de hoop nog iets te forceren en invallers Gerard Moreno en Pablo Sarabia waren kansrijk, maar ze zagen keeper Olsen allebei redden.

Spanje beleefde belabberde EK-voorbereiding

Het gelijkspel is voor de Spanjaarden een nieuwe teleurstelling na een roerige voorbereiding op het EK. Bondscoach Luis Enrique kreeg in aanloop naar het toernooi te kampen met coronagevallen in zijn selectie en kon om die reden Sergio Busquets nog niet opstellen.

De selectie, waarin ook de geblesseerde aanvoerder Sergio Ramos ontbreekt, mocht zich op het laatste moment toch laten vaccineren van de Spaanse overheid. De coronazorgen lijken nu voorbij.

Spanje heeft nog twee groepswedstrijden om een plek in de knock-outfase af te dwingen. Zaterdag is Polen de tegenstander en volgende week woensdag wacht Slowakije, dat de Polen eerder op maandag met 1-2 versloeg.

De Spanjaarden werden in 1964, 2008 en 2012 Europees kampioen. Bij de laatste EK-editie in 2016 waren de achtste finales het eindstation.