Netherlands
This article was added by the user . TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Nederlandse ploegen zijn op de relay meer dan de som der delen

Als het startschot klinkt voor de halve finale van de relay shorttrack bij de vrouwen, is het alsof een machine zich langzaam in beweging zet. Terwijl in het lege, stille ijsstadion van Dordrecht de vier startrijdsters naar de eerste bocht toe sprinten, zetten ook de vrouwen die hen straks zullen aflossen – drie per team, twaalf in totaal – hun schaatsen op het ijs af. Het grote ronddraaien is begonnen, een spektakelstuk van positiewisselingen en aflossingen, 27 rondjes lang.

Zo niet deze keer. De Nederlandse shorttracksters maken er op zaterdag een saaie race van. Startster Xandra Velzeboer duikt als eerste de eerste bocht in, waarna ze samen met Suzanne Schulting, Selma Poutsma en Yara van Kerkhof de leiding niet meer afstaat. Nederland door naar de finale, voor de vierde keer in vier wereldbekerwedstrijden.

De shorttrackvrouwen zijn dit jaar ongekend dominant op het onderdeel. Ze werden in drie wereldbekers een keer tweede en wonnen twee keer. „We hadden deze race achteruit kunnen schaatsen en dan hadden we het wereldbekerklassement nog gewonnen”, zegt bondscoach Jeroen Otter. In plaats daarvan reed zijn team de hele wedstrijd soeverein op kop, bijna comfortabel zelfs. Otter: „Ik denk niet dat het comfortabel was. We moeten telkens alles geven, maar het resulteert constant in geweldige resultaten.”

Het maakt Nederland, dat al regerend wereldkampioen is, tot een van de favorieten voor olympisch goud op het koningsnummer van de sport, en niet alleen de vrouwen worden daartoe gerekend. Ook de mannenploeg is de huidige wereldkampioen en won de eerste wereldbekerwedstrijd in China. In de wereldbekers erna volgden weliswaar drie diskwalificaties, maar zij gelden straks in Beijing evenzeer als medaillekandidaat.

Dat is bijzonder, want puur op basis van individuele kwaliteiten is Nederland niet het sterkste shorttrackland; dat is Zuid-Korea, waar ze „blik na blik na blik” aan topshorttrackers opentrekken, zegt Otter. Dat biedt echter geen garantie voor succes – kijk maar naar de Nederlandse achtervolgingsploegen bij het langebaanschaatsen.

De Nederlandse aflossingsploegen zijn daarbij meer dan de som der delen, ze hebben van de relay hun specialiteit gemaakt. Zo wordt elke trainingsvorm van de nationale ploeg vanuit het principe van elkaar aflossen uitgevoerd, zegt Daan Breeuwsma, die geldt als de relayspecialist van het mannenteam en al in 2011 Europees kampioen werd op de relay. „Ik kan me niet herinneren dat we een training zonder relay hebben gedaan.”

Dat is historisch zo gegroeid, zegt Breeuwsma, juist omdat de Nederlandse shorttrackers lange tijd individueel niet goed genoeg waren om mee te doen om de medailles. „Daarom focusten we ons op de relay. We hadden het gevoel dat we daar wel het verschil konden maken door goed samen te werken. Zo is de relay de basis geworden en altijd gebleven voor alles wat we doen.”

De automatismen die op de trainingen worden ingeslepen zijn op de relay van grote waarde. Want hoewel de schaatsers voor het ongeoefende oog als moleculen willekeurig op elkaar lijken te botsen wanneer ze elkaar afwisselen, is de relay in werkelijkheid meer een manifestatie van de chaostheorie, ogenschijnlijk chaotisch maar toch bestaand uit geordende patronen.

Helemaal aan de buitenkant rijden de schaatsers die net zijn afgelost, ze mogen even uitrusten met de handen op de knieën. Daarna duiken ze naar binnen, naar het centrum van de baan, waar de schaatsers rijden die opletten of er niemand valt. Als dat wel gebeurt, moeten zij snel in actie komen en de gevallene aflossen. Om hen heen maken de schaatsers die zo aan hun aflosbeurt moeten beginnen snelheid om op het juiste moment geduwd te kunnen worden. In de omloop daaromheen, net buiten de blokjes die de wedstrijdbaan aangeven, wordt de race verreden. Zo voltrekt de relay zich als een horloge met vier ongelijke wijzers, die zich op verschillende snelheden tegen de klok in draaien.

Omdat ze vanwege de vele trainingen niet hoeft na te denken over al die handelingen, kan Velzeboer, zich „focussen op andere dingen”. Zoals inhaalmanoeuvres en het voorbereiden daarvan, en het geven van een goede duw bij het moment van aflossen.

De duw is cruciaal voor een goede relay, zegt Bjorn de Laat, die als embedded scientist bij de nationale selectie is betrokken. „De ideale wissel is als de schaatser die erin komt met dezelfde snelheid vertrekt als de schaatser die eruit gaat had, zonder dat het de schaatser die duwt teveel energie kost.”

De Laat probeert in zijn werk de duw te ‘kwantificeren’: uit te zoeken welke combinaties van schaatsers onder welke omstandigheden het beste werken. Daarbij spelen allerlei facetten een rol: de snelheid van beide schaatsers, de timing van de schaatser die erin komt, en ook het gewicht van beide schaatsers. Een zwaardere schaatser duwt nu eenmaal makkelijker een lichte schaatser dan andersom.

Omdat in een race de schaatsers elkaar afwisselen, moeten zwaardere schaatsers ook afgewisseld worden door lichtere teamgenoten. Zo moet Suzanne Schulting, de beste individuele rijdster en de ‘afmaker’ van het team, als zwaarste op gang geduwd worden door de lichtgewichten Poutsma of Velzeboer. In theorie een probleem, maar in de praktijk heeft Velzeboer daar weinig moeite mee. „Suus maakt in de binnenbaan al zoveel snelheid. Daardoor kost het me weinig energie haar een duw te geven. Ze voelt heel licht.”

Bij de mannenploeg ging het afgelopen donderdag mis. In de kwartfinale duwde Breeuwsma Sjinkie Knegt zo hard dat hij bijna onderuit ging en Nederland een plek verloor. Later zou het team gediskwalificeerd worden omdat Itzhak de Laat in een ultieme inhaalpoging een fout maakte. „Ik weet niet wat er mis ging, maar ik ging bijna achterover”, zegt Knegt over die wissel. Misschien had hij zo’n krachtige duw niet verwacht, zegt Breeuwsma. „Knegt wordt normaal door Sven Roes geduwd, [die er nu vanwege een blessure niet bij was]. Die is tien kilo lichter dan ik, dus ik duw harder.”

De trainingsmethoden van de Nederlanders zijn de afgelopen jaren gemeengoed geworden in het shorttrack, zegt bondscoach Otter. „Ik zie veel kopieergedrag wat betreft het trainen op basis van interval en wisselen. Een paar jaar geleden deden wij dat veel meer dan andere landen, nu niet meer.” Toch is er nog altijd een aantal aspecten waarin Nederland zich onderscheidt, zegt Otter. „Zo trainen wij altijd met dezelfde grote groep samen. Dat doen bijvoorbeeld de Japanners en Zuid-Koreanen niet.”

Bovendien zijn de Nederlandse shorttrackers individueel beter geworden. Schulting is een wereldtopper die in staat is elke wedstrijd te winnen, maar ook de andere shorttrackers, zowel bij de mannen als de vrouwen, rijden tegenwoordig mee om de prijzen. „We hebben geen zwakke schakel meer, de rondetijden van ons allemaal zijn heel constant”, zegt Schulting. „Daarom staan we bovenaan.”

Dat Nederland nu ook op individuele nummers medailles kan winnen, is geen reden voor Otter om de relay te laten lopen. Al is het maar om een andere reden, zegt hij: „Als we bij de relay op het podium staan, heb ik een team van vijf medaillewinnaars. Dat voelt een stuk beter dan dat er eentje met een medaille naar huis gaat. In je eentje is het moeilijk een feestje te vieren.” Een staaltje groepspsychologie om zijn schaatsers gemotiveerd en tevreden te houden, geeft hij toe. „Op deze manier heb ik kans op tien happy shorttrackers.”

Op zondag laten de vrouwen in de finale weer zien hoe goed ze zijn. Zuid-Korea gaat er in het begin van de race vandoor door op een onverwacht moment te wisselen. Nederland blijft rustig, laat Canada het gat dichtrijden en geeft dan een masterclass relay. Eerst passeert Velzeboer van drie naar twee, dan geeft Schulting Van Kerkhof zo’n harde duw dat ze naar de eerste plek wordt gelanceerd. Die voorsprong geeft Nederland niet meer weg; Schulting schreeuwt het uit als ze over de finish komt en vliegt haar teamgenoten in de armen. Drie keer winst op een rij, vier shorttrackers blij.