Het RIVM en het Outbreak Management Team (OMT) maken zich zorgen over de opmars van de Braziliaanse variant, omdat die meer resistent tegen vaccins lijkt en zeer waarschijnlijk besmettelijker is. Dit weten over de Braziliaanse coronavariant.

De Braziliaanse variant in het kort

De Braziliaanse variant (P1) van het coronavirus verspreidt zich volgens een schatting van het OMT bijna de helft sneller dan de 'klassieke' versie van het virus. Over de exacte hoogte van het reproductiegetal van P1 bestaat nog "grote onzekerheid", benadrukken de deskundigen, maar vooralsnog gaan ze uit van 49 procent meer besmettelijkheid.

De Braziliaanse variant zou daarmee nog besmettelijker zijn dan de Britse variant, die nu goed is voor negen op de tien besmettingen in Nederland. Voor de Britse variant wordt het reproductiegetal, dat weergeeft hoe snel het virus zich verspreidt, 33 procent hoger ingeschat dan voor de oudere virusversie, die erdoor is verdrongen.

'Niet uit te sluiten dat P1 op termijn dominant wordt'

De Braziliaanse variant van het coronavirus is bezig aan een opmars in Nederland. Eind maart werd bij 1,5 procent van de tests in de Nederlandse teststraten de Braziliaanse P1-variant waargenomen. Begin maart was dat aandeel nog 0,5 procent.

"Deze cijfers lopen altijd een week of twee achter, maar dat (1,5 procent, red.) is het cijfer van week twaalf", aldus een RIVM-woordvoerder. "We zien het aandeel van de Braziliaanse variant wel toenemen, als het ware de concurrentie aangaan met de Britse variant."

Hoe de verspreiding verder zal gaan is ongewis, maar het valt volgens het RIVM niet uit te sluiten dat P1 op termijn dominant wordt.

'Wijd verspreide transmissie van de P1-variant'

De genoemde percentages komen voort uit de zogeheten kiemsurveillance. Dit is het laboratoriumonderzoek waarmee het RIVM kijkt hoe het virus verandert en welke gevolgen dit kan hebben voor de verspreiding ervan.

Wekelijks worden duizend monsters van positieve PCR-testen onderzocht. Op die manier kan in kaart worden gebracht welke varianten er zijn en hoe vaak deze ongeveer voorkomen.

In de periode tot en met week twaalf was het RIVM de P1-variant in totaal 53 keer tegengekomen, de P2-virusstam vijf keer. "Dit duidt op een al wijd verspreide transmissie van de P1-variant", concludeert het OMT.

WHO benoemt de P1-variant als 'zorgelijk'

Het RIVM duidt de nieuwe virusstammen van het coronavirus aan als respectievelijk de P1- en de P2-varianten. Voor beiden geldt dat ze hun oorsprong in Brazilië hebben. De zogeheten P1-virusstam wordt normaliter vooral gesignaleerd rondom de afgelegen Braziliaanse miljoenenstad Manaus, terwijl de P2-variant op meer plekken in het Zuid-Amerikaanse land voorkomt.

De P1-variant kent drie zorgwekkende mutaties. Experts zijn hiervoor op hun hoede, omdat de virusmutaties overeenkomsten tonen met de Zuid-Afrikaanse variant. Ten minste twee vaccins lijken minder bescherming te bieden dan aanvankelijk verwacht tegen de mutaties. De vaccins worden alsnog effectief geacht. De WHO benoemt de P1-variant dan ook als 'zorgelijk', terwijl de P2-virusstam als 'interessant' te boek staat.

Voor beide varianten geldt dat je afweer - of dat nu door vaccinatie is of doordat je het coronavirus al eens hebt gehad - in sommige gevallen minder goed is. Net als bij de P1-variant geldt ook voor de P2-virusstam dat er nog veel vraagtekens zijn over het verloop van de ziekte.

De P1-virusstam werd in januari aangetroffen in Nederland, te weten in Amsterdam bij twee personen die recentelijk naar Brazilië waren afgereisd. Diezelfde maand werd bij personen in Brabant vastgesteld dat ze in aanraking waren gekomen met de andere Braziliaanse coronavirusvariant, de P2-virusstam.