Netherlands
This article was added by the user Anna. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Eindelijk weer een ‘echte’ wedstrijd voor de marathonlopers

Hij komt alleen het Olympisch Stadion binnenlopen. Khalid Choukoud is de afgelopen dagen door zijn concurrenten bestempeld tot huizenhoog favoriet voor het NK, dat tijdens de marathon van Amsterdam wordt gelopen. Maar dat was deels een spelletje, om de druk op te voeren. Marathons zijn notoir onvoorspelbaar, je weet nooit wat er kan gebeuren.

Dit keer komen de voorspellingen uit. Choukoud werpt het publiek kushandjes toe als hij als eerste Nederlander over de finish komt in een tijd van 2.10.35. Hij was nog fris op het eind, zegt hij. „Er had wel een lage 2.09 in gezeten als ik voluit was gegaan”, doelt hij op een verbetering van zijn persoonlijk record van 2.09.55. „Maar ik ging echt voor het kampioenschap.”

Vanwege het NK staat er een paar uur eerder een sterk Nederlands deelnemersveld aan de start. Vier van de zes mannen die voor de Spelen in Tokio de olympische limiet van 2.11.30 liepen, doen mee: behalve Choukoud ook Michel Butter, Björn Koreman en Frank Futselaar.

Het schemert nog als zondagochtend de hekken bij de ingang van het Olympisch Stadion in Amsterdam opengaan. Hardlopers stromen als mieren naar binnen en verspreiden zich over het middenterrein, de tribunes en de atletiekbaan.

In een afgezet gedeelte verschijnen een voor een de wedstrijdlopers, die aan hun warming-up beginnen. Knieën worden gebogen, kuiten gerekt, de dijen krijgen een paar tikjes. Als de topatleten naar de startlijn worden gedirigeerd, springen ze op en neer, als een stel jonge honden die weten dat ze zo worden uitgelaten. Ze kunnen niet wachten.

Eindelijk mogen ze weer, zeggen de vier Nederlandse toplopers in de dagen voor de race. Na twee jaar van geannuleerde evenementen als gevolg van de coronacrisis zijn ze blij met een „echte” wedstrijd, met publiek en recreanten. „Ik heb bijna drie jaar niet zo’n race gelopen, dus ik heb er superveel zin in”, zegt Choukoud. De olympische marathon in Sapporo, waar hij na 26 kilometer vanwege darmklachten uitstapte, telt hij niet mee. „Het was zo heet dat die race nooit had mogen doorgaan.”

In de week voorafgaand aan de marathon gaat het niet meer om trainen. Het gaat om rusten, om ‘taperen’. En dat is altijd wennen. Choukoud: „Als marathonloper train je zo veel. Dus ik zou wel willen lopen, maar dat kan niet.” Dat de laatste wedstrijd zo lang geleden is, maakt het lastiger om te taperen. „En het is al niet de leukste week van het jaar”, zegt Futselaar. „Het duurt voor je gevoel twee keer zo lang. Normaal heb je een dagritme, nu leef je helemaal naar de zondag toe.”

Niet stilgezeten

Niet dat ze hebben stilgezeten: vorig weekend hebben ze meer dan 20 kilometer gelopen, grotendeels in wedstrijdtempo. En ook in de dagen erna bleven ze bewegen. Choukoud, die geregeld 180 kilometer per week loopt, liep er deze week ‘slechts’ 80.

Ook Koreman deed het de laatste zes dagen „rustig aan”, deels om een blessure aan zijn scheenbeen niet te laten verergeren. „Ik heb wat alternatieve trainingsvormen gedaan, zoals krachttraining.” Thuis liep hij rond met gips om zijn been voor het herstel.

Dat ondervond ook Futselaar, die afgelopen maandag ziek werd. Een beetje verkouden, een beetje koorts. „Je bent in zo’n laatste week op je kwetsbaarst omdat je in je topvorm bent.” Hij was van plan nog wat kilometers te lopen, maar veegde zijn agenda voor drie dagen leeg om te kunnen herstellen. „Ik lag op de bank met de gedachte: dit is klote. Ik moet zondag rennen en dat gaat zo niet lukken.” Zowel Koreman als Futselaar knapte op tijd op; ze stonden zondag allebei aan de start.

De laatste voorbereidingsdagen zijn altijd spannend volgens Koreman. „Er komt wedstrijdspanning bij kijken. Ik word wat drukker dan normaal.” Wat ook niet helpt, is dat door het rusten allerlei pijntjes opkomen. „Die verdwijnen weer als je gaat lopen, maar ik heb weleens gehad dat ik tot vlak voor de wedstrijd zoiets had van: moet ik wel starten?”

Michel Butter wordt juist wat introverter als de wedstrijd nadert. „Mijn vriendin heeft deze week twee of drie keer tegen me gezegd: ‘Hallo, zijn we er?’.” Butter heeft gewoon gewerkt voor zijn bedrijfje, dat amateurlopers begeleidt. „Daar krijg ik veel energie van.”

Afleiding zoeken is belangrijk volgens Choukoud. „Ik probeer niet de hele week aan de marathon te denken, dat kost alleen maar energie.” Hij leest veel, of kijkt naar kickbocksen, voetbal of tennis. En anders vraagt zijn pasgeboren dochter voldoende aandacht.

Futselaar denkt de hele week aan weinig anders dan de marathon. „Ik visualiseer mijn raceplan in mijn hoofd.” Dat gaat tot in detail: van blijven denken aan zijn techniek bij twee viaducten in het tweede deel van het parcours tot het ontwijken van de tramrails in de laatste kilometers. „Ik weet dat ik bij de tunnel niet op kracht moet lopen, dus ik visualiseer dat ik rechtop en soepel die tunnel uit kom.”

De laatste twee dagen verblijven de atleten in een hotel in de buurt van de start, op kosten van de organisatie. Vanaf dat moment gaat de focus op de wedstrijd en de laatste voorbereidingen. „Ik vind het heerlijk om op zaterdagavond mijn bidonnen te vullen”, vertelt Butter. „Dat is voor mij een ritueel om al met de wedstrijd bezig te zijn.” Ook het scheren van zijn benen, een bezoek aan de masseur en het aantrekken van zijn favoriete sokken zijn vaste handelingen.

Choukoud bidt voor een goed resultaat, Koreman heeft een vast recept voor pastasalade – met kipfilet, rauwkost met dressing en perzik of nectarine. „Ik maak een grote pan en neem het in bakjes mee. Dan heb ik altijd een back-up als ik ’s avonds ineens honger krijg.”

Op zondag gaat de wekker van de atleten vroeg. Tussen vijf en zes staan ze op, even douchen, en dan ontbijten met wit brood en zoetigheid – aardbeienjam en vruchtenhagel zijn favoriet. Niets waar je darmen last van kunnen krijgen, zegt Futselaar. „Je wil alleen nog eten wat kan helpen, de rest elimineer je.” De koffie drinken ze zwart.

In het stadion is het een kwestie van „heel rustig je lichaam wakker maken”, beschrijft Choukoud zijn warming-up. Futselaar knoopt nog een praatje met iemand aan, terwijl Butter zijn koptelefoon opzet en hiphop luistert. Het laatste nummer voor elke wedstrijd: Lose Yourself van Eminem. „Daarna ben ik er klaar voor.”

Khalid Choukoud in actie tijdens de marathon van Amsterdam, waar hij als eerste Nederlander over de finish kwam en als 22ste van het gehele deelnemersveld, op 6.46 minuten van de Ethiopische winnaar Tamirat Tola. Foto Bastiaan Heus

Bij de start worden de toplopers een voor een aan het publiek voorgesteld. De vier Nederlanders belanden automatisch op de eerste startrij. Niet de favoriete plek van Choukoud, die in 2018 bij de marathon van Rotterdam viel toen hij in de drukte bij de start werd aangetikt. Sindsdien begint hij liever een rij terug. Butter start graag op de eerste rij.

Zo staan Nederlanders, Ethiopiërs en Kenianen, mannen en vrouwen, door elkaar. De schoenzolen krullen bij de tenen door de geïncorporeerde carbonplaat, aan de polsen zit het hardloophorloge. Sifan Hassan, de olympisch kampioene van Tokio, mag het startschot geven. „Pang!”, klinkt het, en weg stuiven ze.

Vooraf hebben Butter en Futselaar besloten het iets rustiger aan te doen dan Choukoud en Koreman. Zo ontstaan in de wedstrijd twee groepjes met de Nederlandse toppers. Tot rond het 24-kilometerpunt, als Futselaar moet uitstappen. Hij loopt dan al 10 kilometer niet meer comfortabel. Ongeveer twee kilometer verder stopt ook Butter ermee.

Koreman kan in het begin nog goed meekomen met de groep van Choukoud. Maar langs de Amstel merkt hij dat zijn lichaam de plotselinge overgang van training naar bijna absolute rust niet goed heeft verteerd. Uit voorzorg stopt hij. Daarna loopt Choukoud onbedreigd naar de titel, achter hem wordt debutant Benjamin de Haan verrassend tweede. „De linkerkant van mijn lichaam gaf het op”, zegt Koreman na afloop. „Heel zuur, want ik heb er deze week alles aan gedaan om op tijd te herstellen.”