Netherlands

Een kabinetsval, loerende leiders, en Wilders als de lachende derde

Dinsdagavond zagen bewindslieden iets van Mark Rutte in de ministerraad dat ze deze kabinetsperiode zelden eerder van hem waarnamen.

Het was een zware dag geweest. Een rare dag ook. ’s Middags kregen de ministers in een onderraad een onheilspellende uiteenzetting over de dreigende verspreiding in het land van de Britse coronavariant.

En ’s avonds, na de sombere coronapersconferentie van Rutte en Hugo de Jonge, werkte de ministerraad vanaf half negen verder aan de inhoudelijke reactie op het rapport over de Toeslagenaffaire.

Die reactie (schadeloosstelling, meer openheid, nieuw toeslagenstelsel, et cetera) ging ook gepaard met extra kosten, daarvan was een berekening met een zogenoemde ‘bandbreedte’ voorbereid, en Wopke Hoekstra, minister van Financiën en de facto vicepremier, zei wat ministers van Financiën in zo’n geval altijd zeggen: kan het goedkoper?

Vakministers reageerden ook zoals zij altijd reageren: nee, kan niet.

En in alle kabinetten-Rutte, ook Rutte III, hanteerde de premier op dit soort momenten een standaard reactie: hij steunde sowieso zijn minister van Financiën.

Maar dinsdagavond, terwijl die ministers wisten dat dit waarschijnlijk de laatste missionaire dagen van Rutte III waren, zagen ze dat de premier afweek van zijn gebruikelijke opstelling: hij koos de kant van de vakministers, niet die van Hoekstra.

Achteraf deden de premier en Hoekstra er intern relativerend over – maar je had bewindslieden die er een moment van kleine symboliek in zagen: nu het kabinet op het punt stond demissionair te worden, was Ruttes bondgenootschap met Hoekstra, de lijsttrekker van het CDA, blijkbaar niet vanzelfsprekend meer.

Uiteindelijk vonden de bewindslieden elkaar in de formule dat ze hun ontslag collegiaal uitdroegen. Slecht nieuws, goede sfeer.

De ernst van het Toeslagenschandaal, met duizenden onschuldige slachtoffers van een schofterige overheid, stond in deze redenering geen andere respons toe. Bovendien wilde het kabinet, zeker Rutte, laten zien dat de coronabestrijding niet onder deze politieke crisis zou lijden.

Het was, zoals zo vaak bij de premier, erg veel vorm.

Want de opvattingen over het schandaal liepen intern geruime tijd uiteen. Voor Kerst wilde Rutte geen politieke consequenties aan het rapport verbinden. De andere drie coalitiepartijen zinspeelden daar wel op.

En de concurrentie tussen Rutte en Hoekstra speelde geregeld op. Meest recent deed de premier het verzoek aan de partijleiders of hun coalitiefractie het kabinet in de Kamer zou steunen. Maar Hoekstra ging er niet op in, en dat gaf kansen hem via het fluistercircuit te verwijten dat hij geen greep op de CDA-fractie had.

Daarbij was de oplossing van collectief ontslag een compromis. Binnen coalitiepartijen werd er begin deze week nog over geschamperd. Dat zou slechts het cynisme voeden, hoorde je, want dan zouden alle ministers de volgende dag gewoon weer aan het werk gaan. Maar het was uiteindelijk de enige werkbare oplossing – gewoon aanblijven kon natuurlijk ook niet.

En deze variant voldeed voor partijen, in oppositie en coalitie, aan een primaire behoefte: een alibi om los te gaan op Rutte. De hoge waardering voor hem als coronapremier is voor de meeste partijen al een jaar een bron van frustratie.

Maar het falen van zijn kabinetten in dit schandaal dwong Rutte vrijdag tot de bekentenis dat dit voor hem „een kolossale smet is”. En je kent de functie van dit soort uitspraken: ze zullen volgende week het startpunt voor verdere aanvallen uit de Kamer zijn.

Tegelijk zag je ook hoe de premier dit denkt te pareren: de kritiek overstemmen met meer coronabeleid. Dus volgende week volgt een nieuw steunpakket voor bedrijven, een besluit over basisscholen, en mogelijk de introductie van een avondklok.

Het valt op dat het Toeslagenschandaal vanuit de Kamer zelden fundamentele kritiek oplevert. De variant op het liberalisme die Rutte als premier ook inzake corona voortdurend uitvent, de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid, doet het prima bij mensen die het relatief goed hebben. Maar de zwakte van dit winnaarsliberalisme zit verweven in het programmapunt waarmee de VVD sinds de jaren zeventig verhevigde aanpak van mogelijke uitkeringsfraudeurs afdwong: slachtoffers van het Toeslagenschandaal is überhaupt nooit eigen verantwoordelijkheid gegund.

Hún eigen verantwoordelijkheid werd, door bijvoorbeeld een exotische achternaam, zo diep gewantrouwd dat ze werden gemaltraiteerd door overheidsschofterigheid.

Over dat aspect van het winnaarsliberalisme zou je wel een debat willen – ook onder VVD’ers.

En het blijft merkwaardig dat in deze affaire zó weinig aandacht gaat naar de rol van de Kamer, die vele malen om verscherpte fraudejacht vroeg. Minister van Staat Herman Tjeenk Willink schreef er deze week een scherp stuk over, en ik keek nog eens terug hoe die keuze is gemaakt.

Nota bene de man die de commissie-Van Dam initieerde, Bart Snels (GroenLinks), wilde volgens zijn eerste motie (27 mei) „met name de rol van de Kamer” onderzoeken. Maar later verdween deze passage uit de motie.

Hierna bleek ook in de voorbereidingswerkgroep van de commissie-Van Dam dat een meerderheid geen Kamerleden wilde horen. Wie die meerderheid was zullen we nooit weten: navraag leerde me dat van dit overleg in de Kamer geen notulen zijn. Selectieve openheid is echt geen regeringsspecialisme.

Het vertrek van Eric Wiebes, als minister van Economische Zaken, en Lodewijk Asscher, als PvdA-lijsttrekker, tekende de Haagse impact van de affaire. Wiebes ging uit overtuiging, Asscher onder druk. Hij werd slachtoffer van de PvdA-cultuur: toen hij in december in de partij kritiek kreeg na het rapport-Van Dam, en die kritiek naar RTL lekte, bood hij publiekelijk excuses aan. Hierna bleek uit peilingen dat kiezers hem als hoofdschuldige van de zaak zagen - wat hij niet was.

Een knap staaltje linkse zelfvernietiging, zeker als je weet dat de drie linkse partijen, na een historisch zwakke uitslag in 2017 en na drie jaar oppositie, allemaal op verlies in de peilingen staan.

Het werpt nader licht op een tactische keuze die Asscher stilletjes maakte. Zijn voorganger Diederik Samsom besloot na ‘minder, minder’ (2014) nooit meer een PVV-motie te steunen. Maar Asscher zocht de laatste jaren juist samenwerking met Wilders, op zoek naar meer parlementaire invloed. Maar vooral Wilders profiteerde: mede dankzij de PvdA kon hij vorig jaar scoren met bijvoorbeeld moties voor zorgpersoneel, waarbij links zich degradeerde tot knecht van PVV-succes.

En deze week was het helemaal PVV-feest. Hoewel ook Wilders jaren jacht op uitkeringsfraude bepleitte, is hij nu in het Toeslagenschandaal een kritische oppositiestem. En vrijdagmiddag, na Asschers en Wiebes’ vertrek, zag hij meteen zijn politieke kans: voor de NOS-camera bepleitte hij ook het aftreden van Rutte en Hoekstra. Zijn wens zal niet gehonoreerd worden, maar hij verhoogt natuurlijk wel de druk op VVD en CDA.

En zo levert dit Hollandse schandaal, product van het winnaarsliberalisme, een bijzondere wending op: in de week dat Donald Trump een tweede keer doelwit van impeachment werd wegens herhaald wangedrag, was Wilders, een Trump-bewonderaar die zich eerder op CNN nog met de man vergeleek, de politicus die in Den Haag het meeste voordeel uit het schandaal haalde.

Football news:

Ex-keeper van het nationale team van Argentinië Cavaliero sloeg een man dood. Voormalig keeper van het nationale team van Argentinië Pablo Caballero had een ongeluk
Schalke heeft Hoofd coach Gross en de sports director ontslagen. De ploeg is laatste in de Bundesliga
Werner op Chelsea: de periode waarin ik niet scoren was de slechtste van mijn carrière
Ole Gunnar Solskjaer: je bent op de verkeerde plaats als je bij Manchester United bent en je wilt verliezen. Ik kan de slechtste verliezer in de club
Ko vid-maskers van de Luipaard worden erkend als de beste in Spanje. Efficiëntie-94%
Klopp gaf toe dat hij overwogen de optie van Trent en Robertson in het centrum van de Liverpool defense
Inzaghi op 0:2 Met Bologna: Lazio moet anders reageren op een gemiste goal na een ongeforceerde penalty