Netherlands
This article was added by the user Isaac Williams. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Een geurwonder in de vensterbank

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: bloemgeur verschilt van uur tot uur en mens tot mens.

De meidoorn bloeit, het is helemaal zoals het hoort. De lijsterbes doet het ook, de vogelkers is zijn hoogtepunt alweer voorbij. De vlier begint, straks de linde, dan de liguster. De rozen, de kamperfoelie: elke zomerweek heeft zijn eigen karakter.

Het AW-lab staat ingeklemd tussen een overdadig bloeiende lijsterbes aan de ene kant en een niet minder rijk bloeiende paardenkastanje aan de andere. De lijsterbes stinkt naar een verwaarloosd urinoir, de steriele kastanje ruikt naar niks. Maar dat wordt goedgemaakt door de zware volaromatische walmen die een Hoya carnosa aan de binnenkant van het laboratorium verspreidt. De Hoya geurt ’s nachts, de lijsterbes stinkt alleen overdag.

Scherm van geurende Hoya-bloempjes die ook veel nectar produceren. Foto Karel Knip

De Hoya carnosa, een kamerplant die wel ‘wasbloem’ wordt genoemd, kwam hier dertig jaar geleden al eerder ter sprake. Toen werd voor het eerst het vermoeden uitgesproken dat hij ’s avonds en ’s nachts heviger geurde dan overdag al was er tegelijk ook twijfel: het kon immers zijn dat de geur ’s avonds en ’s nachts beter geroken werd. Dus dat de ritmiek bij de waarnemer lag. Maar geraadpleegde deskundige sloten dat uit, er was niets bekend over dagelijkse variaties in het menselijk reukvermogen. Wel waren er grote verschillen tussen mensen onderling, denk aan leeftijd, sekse, menstruatiecyclus en dat soort dingen. Er waren mensen die nooit wat roken.

Vijf jaar geleden is aangetoond dat er wel degelijk ritmiek is in het menselijk reukvermogen, althans in dat van Amerikaanse veertienjarigen die op wisselende tijdstippen aan tampons doordrenkt van synthetische plantengeurstoffen moesten ruiken: banaan, citroen, munt, kaneel, kamfer. ’s Avonds om een uur of negen werden die het best geroken, in de loop van de nacht gaat het reukvermogen flink achteruit. Proefpersonen in diepe slaap ruiken bijna niets, zoals ze ook bijna niets horen. Dat was al eerder vastgesteld.

Ongelukkige uitkomst, die lage geurdrempel rond negen uur ’s avonds, want het zou kunnen betekenen dat er helemaal geen ritmiek zit in de Hoya? Dat het maar inbeelding was? Dat is niet zo. Achteraf blijkt dat eind jaren tachtig net de eerste resultaten werden gepubliceerd van systematisch onderzoek naar de geurproductie van planten (‘floral scent emission’). De Zwitserse biologen Philippe Matile en Rolf Altenburger brachten het terrein in kaart met geuronderzoek aan bloemen van vier verschillende planten. Ze brachten de bloemen in een gesloten plastic beker die in een vast, behoedzaam tempo werd doorspoeld met schone lucht. De geurstoffen in de afgevoerde lucht werden opgevangen in actief kool waaruit ze later weer werden vrijgemaakt en geanalyseerd met gaschromatografie. De ritmiek in geurafgifte was onmiskenbaar, drie planten geurden vooral of uitsluitend overdag, de vierde, Hoya carnosa deed het in een uitgesproken ritme alleen ’s avonds en ’s nachts. De Hoya-climax valt kort na middernacht. Omdat de Hoya-bloempjes hun ritmiek wel tien dagen volhouden nadat ze voor het eerst opengingen en ‘in anthese’ raakten (bloemen van andere planten doen het vaak maar een dag of drie) werden ze geselecteerd voor verder onderzoek. Het bleek dat de Hoya-ritmiek endogeen is en door een interne biologische klok wordt gereguleerd. De geurgolven bleven verschijnen als de planten onder continu licht kwamen te staan, wel kwamen de geurpieken dan 29 uur uit elkaar te liggen. Werd de oorspronkelijke afwisseling van licht en donker hersteld dan liepen de Hoya-bloempjes snel weer in de pas.

Een Hoya-wonder in de vensterbank. Voor de geurgehinderde was het tweede deel van het Zwitserse onderzoek zeker zo interessant: dat naar de samenstelling van de afgegeven geurstoffen. Plantengeuren bestaan uit tientallen chemische componenten, maar daarvan zijn er vaak niet meer dan een stuk of vijf in beduidende hoeveelheid aanwezig. De Hoya heeft er zes, met de terpeen linalool als uitschieter. Linalool wordt tegenwoordig in grote hoeveelheden synthetisch bereid.

Interessant is dat de verhouding waarin de andere vijf geurstoffen worden uitgestoten in de loop van de nacht flink verandert. Ze pieken wel op hetzelfde moment als linalool, maar bereiken lang niet diens intensiteit. Voor de drie andere planten die de Zwitsers onderzochten, stuk voor stuk daggeurders, geldt iets dergelijks, met al voornaamste verschil dat bij Stephanotis floribunda, ook een kamerplant, de verschillende geurcomponenten niet synchroon maar na elkaar pieken. In 1978 was al vastgesteld dat de orchidee Platanthera chlorantha ’s nachts anders ruikt dan overdag.

De lijsterbes. Foto Getty Images

Kortom: bloemgeur is niet een helder gedefinieerd begrip, ze varieert in de loop van een etmaal, wie het eenmaal weet meent het ook waar te nemen. Extra verwarrend is dat lang niet iedereen alle geurcomponenten even goed ruikt, er zijn al wel honderd stoffen gevonden die sommige proefpersonen helemaal niet ruiken. Mensen met een ‘allicine anosmie’ herkennen niet de typische knoflookgeur. Daslook ruikt als knoflook, toch zijn er mensen die geen daslook maar wel knoflook ruiken, zo ingewikkeld is dit allemaal.

De take-home message is dat we nooit zullen weten wat de medemens van een bloem gewaar wordt. En dat begrijpelijk is waarom de een de geur van meidoornbloemen weerzinwekkend noemt noemt (rottend vlees), terwijl de ander die als aangenaam voorjaarsachtig ervaart. Of die van lijsterbes: bedorven vis of juist zoet en zwaar. Veel hangt van het tijdstip af.