Netherlands
This article was added by the user Aria Taylor. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

De Rus ziet politiek als natuurverschijnsel – iets waaraan je je moet aanpassen

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Rusland Op 9 mei gaf president Poetin zijn langverwachte toespraak. Raymond van den Boogaard hoorde hoe deze weinig tot niets zei over Oekraïne en zag hoe hij poseerde als de enige bron van wijsheid.

Urenlang keek ik op 9 mei naar de tv-uitzending van de militaire parade op het Rode Plein in Moskou, ter gelegenheid van de Dag van de Overwinning. Ik voelde me terug in de jaren tachtig, toen ik als vertegenwoordiger van de zogeheten ‘burgerlijke pers’ bij de parades op 1 mei en 7 november op datzelfde plein mocht staan – vlakbij de grote man die toen Brezjnev, Andropov, Tsjernenko of Gorbatsjov heette. Net als toen weten we nu niet of nauwelijks wat er in de leider omgaat en welke plannen hij heeft.

Er zijn verschillen. De leider staat tegenwoordig niet op het mausoleum van Lenin, dat door bordkarton aan het oog is onttrokken. Anders dan communistische leiders manifesteert Poetin zich als eenling, niet als deel van een collectief leiderschap, zoals het Politburo was. Poetin zit alleen op de tribune, met naast zich obscure figuranten die veteranen uit de Grote Patriottische Oorlog verbeelden. Hij laat zich ensceneren als de enige bron van wijsheid – zonder andere gezaghebbende figuren in zijn buurt en ook zonder een duidelijke ideologie, zoals het Sovjet-socialisme ondanks alles was.

Er zijn ook overeenkomsten met de parades van veertig jaar geleden. De gezondheidstoestand van de leider was altijd al een bron van vruchteloze speculatie. In een land waar democratische wisseling van de wacht onmogelijk is, komt onafwendbaar het moment waarop alleen Magere Hein nog uitzicht biedt op een nieuwe politiek. In afwachting daarvan wekt Rusland de indruk van een stabiel en vaak zelfs saai land, waar nooit echt iets verandert.

En dan het sleutelmoment: de toespraak van de leider, waarnaar dit jaar door westerse waarnemers met enige spanning was uitgekeken. Wat zou Poetin zeggen over de door hem ontketende oorlog en de toekomst van het conflict? Het antwoord: weinig tot niets. Een heuse oorlogsverklaring, afkondiging van mobilisatie of integendeel een wapenstilstand of onderhandelingsvoorstel – het bleef allemaal uit. Misschien waren de hooggespannen verwachtingen te zeer uitdrukking van westers gevoel voor efficiëntie, gekoppeld aan de wens het militaire conflict na drie maanden achter ons te laten.

Lees ook: Poetin zwijgt in langverwachte rede over volgende zetten in Oekraïne

Poetins agenda is een andere, bleek uit zijn feestrede. De term ‘Oekraïne’ kwam daarin niet voor. Voor Poetin valt dit land al onder de ‘historische aarde’ van Rusland. In zijn brein lijkt de wederopstanding van de Russisch-Oekraïense ‘broederschap’ een feit, met dien verstande dat Oekraïne een van de vele regio’s van Rusland is. Hier en daar plaatsen Russische troepen in veroverde steden standbeelden van Lenin terug – niet zozeer uit bewondering voor de stichter van de Sovjet-Unie, maar om de Oekraïners duidelijk te maken dat hun onafhankelijkheid sinds 1991 maar een grap is geweest.

Het conflict van nu is met de NAVO, liet de leider weten. Hij kwam terug op het ‘verdrag over veiligheidsgaranties’ waarmee Moskou eind vorig jaar op de proppen was gekomen, over een terugtrekking van de NAVO naar de militaire situatie van vóór 1997.

Die ‘voorstellen’ droegen het karakter van een ultimatum – destijds zei de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov dat er met Moskou niet over te onderhandelen viel. De gang van zaken doet enigszins denken aan de manier waarop Oostenrijk-Hongarije in 1914 de Eerste Wereldoorlog ontketende: met een ultimatum aan Servië waarvan absoluut zeker was dat de tegenpartij er niet op kon ingaan. Zo’n weigering, en wat grotendeels uit de duim gezogen tekenen dat de NAVO een aanval op Russische grond in de zin had, brachten Poetin tot wat hij nu zij ‘proactieve’ tegenaanval noemde, de naar zijn zeggen ‘enig juiste beslissing’ voor een ‘soeverein, sterk en onafhankelijk land’.

Vervolgens begaf de leider zich, zoals wel vaker de laatste tijd, in wereldvreemde prietpraat over ‘duizendjarige waarden’ die het Westen verraden zou hebben maar waarvoor de Russische Federatie pal staat. Er was Poetin veel aan gelegen om op het Rode Plein de indruk weg te nemen dat hij een etnisch-Russische nationalist is. Met een snik in de stem gewaagde hij van ‘strijders van verschillende etnische groepen’ die elkaar in de Donbas nu ‘als broeders beschermen tegen kogels en scherven’. Die nadruk op het multi-nationale karakter van de staat klonk erg naar de oude Sovjet-ideologie.

In het Westen maakt men zich dezer dagen vooral druk over de manier waarop Poetin en de zijnen losjes dreigen met kernwapens, en over de economische effecten van een oorlog waarvan het einde geenszins is te overzien. Eerlijk gezegd fascineert mij vooral, hoe Poetin er in luttele weken in geslaagd is Rusland op slot te doen – op een manier die herinnert aan de doodse wereldmacht waarin ik in de jaren tachtig vijf jaar woonde. De oorlog met zijn eigen volk lijkt de leider reeds te hebben gewonnen.

Lees ook: Wat Russische kinderen op school leren over de oorlog in Oekraïne

In zijn Rusland is onvrijheid de norm. De media zijn gelijkgeschakeld of verboden. Net als veertig jaar geleden bestaat het televisiejournaal uit de activiteiten van de leider, succesvolle oogsten en grootscheepse bouwprojecten. Uit bureaucraten die goochelen met cijfers, berichten over de oorlog waarvan iedereen begrijpt dat ze niet waar zijn en nieuws uit het buitenland waar het – anders dan in het gelukkige Rusland – één grote bende is.

Kritische geesten hebben bij honderdduizenden tegelijk de wijk naar het buitenland genomen; verzet is het werk van heldhaftige eenlingen. Een verpletterende meerderheid van de bevolking ziet politiek als natuurverschijnsel – iets waaraan je je moet aanpassen. Daarin zijn Russen van oudsher zeer bedreven. Wie komt er als winnaar uit de bus wanneer de confrontatie rond Oekraïne uitloopt op een wedstrijd tussen Oost en West over wie er het langst kan leven met economische recessie, superinflatie en dergelijke? Vast niet de landen waar de bevolking hun leiders kan wegstemmen, denkt Poetin vermoedelijk. Sinds de jongste grondwetswijzigingen kan hij tot 2036 aanblijven.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 14 mei 2022