Netherlands
This article was added by the user Willow Davis. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Dat asielzoekers buiten sliepen in Ter Apel is een dieptepunt - maar het hoeft niemand te verbazen

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Abbas (29) en Zaki (22) roken sjekkies op het grasveldje waar een paar nachten eerder asielzoekers onder dunne blauwe dekentjes lagen. Het veldje ligt pal naast de plek waar elke asielzoeker die naar Nederland komt, heen moet: het aanmeldcentrum tussen de akkers van het Groningse dorpje Ter Apel. Abbas zag de beelden van de buiten slapende asielzoekers net als de rest van Nederland op het nieuws. „In Italië sliep ik jaren op straat”, zegt hij. „Maar hier is het nieuws als mensen buiten moeten slapen.”

Dat zegt veel over Nederland, zegt Abbas. „Nederland is een goed land, en Nederlanders zijn zó vriendelijk.” Hij zal ook niet zo snel iets slechts zeggen, Nederland voelt als zijn laatste kans. Terug naar Afghanistan is geen optie – hij vertrok er toen hij zeventien was, zegt hij. Hij werd al afgewezen in Griekenland, Duitsland, Oostenrijk. Maar ja, hij hoorde het natuurlijk, van de tientallen mannen die hier dinsdagnacht buiten moesten slapen omdat het aanmeldcentrum wéér overvol was. Abbas weet dat het regende die nacht en dat het gras nat was.

Uiteindelijk werd later die dinsdagnacht wel een plek voor de mannen gevonden. Ze mochten naar de wachtruimtes van het aanmeldcentrum, waar geen bedden staan, maar zo hadden ze tenminste, aldus het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), „een dak boven het hoofd”.

Op een opvangboot in Meppel gingen 75 van de 100 asielzoekers deze week in hongerstaking

Het was volgens het COA een „indrukwekkend dieptepunt” in het aanmeldcentrum dat al maanden overvol zit. Staatssecretaris van Asiel Eric van den Burg (VVD) zei dat het „niet is hoe we in Nederland om willen gaan met mensen die onze bescherming zoeken”.

En toch kwam die dinsdagnacht voor niemand écht onverwacht. Sommigen vragen zich af of het wel echt het dieptepunt was.

Want het COA had de noodklok twee maanden geleden al geluid, bestuursvoorzitter Milo Schoenmaker meldde toen al dat de opvang overliep. Burgemeester Koen Schuiling van Groningen noemde aanmeldcentrum vorige maand „ons eigen Lampedusa”. Hij zag er „kinderen met afval spelen”. Zei dat er risico’s op brand en infectieziekten waren (10 april). Kinderombudsman Margrite Kalverboer zei een paar dagen later dat kinderen in het aanmeldcentrum in Ter Apel „mentaal verwaarloosd” worden (14 april). De problematiek, zei ze, is bekend bij „alle instanties”. „Niemand dóét iets.”

Vluchtelingen komen 's avonds laat in de regen aan bij het aanmeldcentrum.

Het asielsysteem zit vast. En het aanmeldcentrum in Ter Apel, de ingang van het systeem, hapert als eerste. Vanaf het aanmeldcentrum zouden asielzoekers binnen een paar dagen moeten doorstromen naar andere opvangplekken in het land. Maar mensen kunnen nergens naartoe, er is nauwelijks meer plek. In het aanmeldcentrum wachten mensen soms weken voor ze weg kunnen. Tot die tijd is er alleen een bed. Gemeenten moeten de opvangplekken voor asielzoekers regelen, maar doen dat niet genoeg, en kunnen er niet toe gedwongen worden. De staatssecretaris heeft gemeenten al vaker opgeroepen om nu écht voor opvangplekken te zorgen.

Bovendien heeft bijna eenderde van de mensen in asielzoekerscentra al een verblijfsvergunning. Maar voor hen komen er maar geen huurhuizen beschikbaar. Gemeenten hebben weinig huizen over en geven liever voorrang aan anderen.

„Overal hangen camera’s’, zegt Abbas terwijl hij over het terrein van Ter Apel loopt. Naast het aanmeldcentrum ligt het asielzoekerscentrum waar Abbas tussen tweeduizend anderen woont. „De camera’s geven me een veilig gevoel”, zegt hij. Bij het voetbalveld, gedomineerd door jonge jongens in sportkleding, moet je naar beneden kijken, zegt hij, anders krijg je ruzie.

Net als veel andere asielzoekers draagt Abbas zijn sleutel aan een felgroen COA-keycord dat om zijn nek hangt. Zijn voordeur, van een klein vinex-achtig huisje, staat al open. „En dit is mijn kamer”, zegt Abbas. Hij wijst naar zijn negen vierkante meter met zeil op de grond. Genoeg voor een kast en een eenpersoonsbed, met een blauw matrasje. Er is geen beddengoed – dat was op. Op het hoekje van zijn bed ligt de dunne blauwe deken, om de spijlen hangt zijn wc-rol. Abbas slaapt veel, zegt hij. Hij wacht en wandelt. Naar de Jumbo, meestal. Niet om iets te kopen, hij heeft toch geen geld.

Negen vierkante meter, genoeg voor een kast en een eenpersoonsbed. Geen beddengoed – dat was op

Zaki is veel korter in Nederland, hij loopt naast Abbas en lacht verlegen. „Je kan ook niets negatiefs zeggen”, zegt Zaki in gebrekkig Engels. Abbas vertaalt: „Dan zegt COA: ga dan maar weg.”

Donderdagmiddag is het grasveldje voor het aanmeldcentrum leeg. De noodtenten die het Rode Kruis een dag eerder had opgebouwd („Het is een dieptepunt voor Nederland dat dit gebeurt en dat wij dit als Rode Kruis moeten regelen”, zei de directeur), zijn weer afgebroken. Maar achter de schermen wordt druk gewerkt aan extra opvangplekken. In een gebouw achter een Van der Valk-hotel in Zuidbroek, 33 minuten rijden verderop, worden matrassen en bedden neergelegd.

Busjes van het Rode Kruis brengen net aangekomen vluchtelingen naar de noodopvang.

Ook op andere plekken in Nederland zorgt de drukte in het asielsysteem voor problemen. In Leeuwarden wonen mensen al maanden in een grote hal die eigenlijk alleen voor tijdelijke opvang geschikt is. Er is geen daglicht, ze zijn al maanden geen moment alleen. In Haarlem brak buiktyfus uit op een noodopvangboot. En op een opvangboot in Meppel gingen begin deze week 75 van de honderd asielzoekers in hongerstaking. Ze zeggen dat ze vergeten worden.

Het komt misschien ook door de oorlog in Oekraïne, zegt Abbas. Al ziet hij geen Oekraïners in Ter Apel. Zij hoeven niet – zoals mensen uit alle andere landen – naar het aanmeldcentrum te komen. Ze kunnen zich bij gemeenten melden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de eerste opvang van Oekraïners, ze moesten sinds de oorlog uitbrak plek voor 75.000 mensen regelen – dat loopt vooralsnog voortvarend, er zijn zelfs nog plekken leeg. Maar die houden gemeenten gereserveerd voor Oekraïners – niet voor andere vluchtelingen. „Dat is een andere categorie mensen of zo, ik weet het niet’, zei de Groningse burgemeester Schuiling. „Aan alle kanten overtreden we de wet. Het is beschamend.”

Het is donderdagavond en het schemert. Ogzus en Ismail staan met wat anderen op het grasveldje. De vaders zitten met hun gezinnen in Ter Apel. Ze zouden er kort blijven, maar wachten al maanden. Ze zijn leraren, zeggen ze, ze komen uit Ankara. ‘Wij zijn gülenisten, zegt Oguz, hij heeft een knot en een windjack. En is dus uit Turkije vertrokken, waar hij zich niet meer veilig voelt. Hij vertaalt voor de mensen die tegenover hem staan. Ook twee Turken, net gearriveerd. Een man in een grote blazer, en zijn vrouw. Ze kunnen niet blijven. Het aanmeldcentrum is vol, opnieuw. Achter het hek en de beveiliging wachten tientallen mensen.

De staatssecretaris zal een paar uur later in Ter Apel arriveren, rond middernacht. En hij zal gemeenten de volgende dag wéér oproepen om meer ruimte voor opvang te maken. „Elke dag melden zich burgemeesters die willen helpen, maar het zijn er nog te weinig.” Hij denkt ook aan de optie om gemeenten te dwingen asielzoekers op te vangen in gebouwen die bezit zijn van de landelijke overheid. Daarover zal het kabinet volgende week een beslissing nemen.

Maar voor deze avond is de crisis afgewend. De touringcar arriveert rond tienen. Een hek schuift open. Tientallen asielzoekers, met koffers en veel kinderen, worden snel door beveiligers naar de bus geleid. Ze mogen één nacht in Zuidbroek slapen.

En dan zal de volgende morgen weer gezocht moeten worden naar een andere plek om te slapen.