Netherlands
This article was added by the user . TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

‘Zorg moet hulp familie omarmen’

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Personeelstekort De langdurige zorg houdt mantelzorgers nu vaak buiten de deur. Om het personeelstekort op te lossen moet dat veranderen.

19 mei 2022

Leestijd 2 minuten

De langdurige zorg dreigt volledig vast te lopen als de sector de hulp van naasten en vrijwilligers niet snel en structureel omarmt. Daarvoor waarschuwt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in het advies Anders leven en zorgen dat deze donderdag verschijnt. Volgens de raad, een belangrijk adviesorgaan voor regering en parlement, is vanwege het snel oplopende personeelstekort in bijvoorbeeld de ouderen- en gehandicaptenzorg „een fundamentele herziening” nodig van de relatie tussen zorgverleners en mantelzorgers. Als naasten niet beter bij de zorg worden betrokken, vreest de raad dat „onorthodoxe oplossingen” nodig zijn, zoals de inzet van arbeidsmigranten in de zorg.

De raad signaleert het bekende probleem dat er steeds minder zorgmedewerkers zijn terwijl het aantal hulpbehoevenden groeit. Nu al is er een tekort van zo’n 50.000 zorgverleners, over negen jaar is dat met 135.000 bijna drie keer zo groot. Hoewel Nederland nu al ruim vijf miljoen mantelzorgers heeft, constateert de raad dat zij onvoldoende steun en erkenning krijgen terwijl zij „een essentieel onderdeel” van de langdurige zorg zijn. „Familie wordt soms als lastig of bemoeizuchtig gezien, vrijwilligers als klushulpjes.”

Richtlijnen, regeldruk en zorgen over aansprakelijkheid staan gelijkwaardige betrokkenheid van vrijwilligers nu vaak in de weg. Daardoor zijn de zorg in de instelling en het leven van de naasten daarbuiten nu vaak „twee parallelle werelden”, zegt Jet Bussemaker, voorzitter van de raad. Zij ziet vooral een probleem bij de strakke kwaliteitskaders in bijvoorbeeld de verpleeghuiszorg. „Daarin worden met de beste bedoelingen zaken tot in de kleinste details vastgelegd, waardoor er niks meer kan. Het gevolg is dat zorgverleners zelfs het rondbrengen van koffie niet aan een vrijwilliger durven overlaten.”

Bussemaker was zelf een periode mantelzorger voor haar zieke vader en zag ook hoe lastig het in de praktijk was om ergens bij te helpen. Ze had moeite om een portie afgehaald Indisch eten mee naar binnen te nemen, terwijl hij dat zo lekker vond. „Ook zacht gekookte eieren at hij graag, maar die konden besmettingsgevaar opleveren en twee eieren was slecht voor z’n cholesterol, werd gezegd. Als je zo redeneert, staat de kwaliteit van leven echt niet meer centraal.”

De raad doet een aantal aanbevelingen om de kloof tussen de formele en informele zorg te dichten. Zo zou de politiek betere regelingen voor mantelzorgers moeten maken, vindt Bussemaker, die nu al vaak overbelast zijn. „In Nederland krijg je maar twee weken doorbetaald als je voor je zieke ouders gaat zorgen, dat is niet genereus.” Bussemaker wijst naar Denemarken, waar je verschillende vormen van ‘zorgverlof’ hebt waarbij mensen tot wel zes maanden worden doorbetaald door hun werkgever of gemeente. „Je kunt zeggen: dat is duur. Maar het personeelsprobleem op z’n beloop laten is nog duurder.”

Een andere suggestie van de raad is het ‘hybride zorgteam’. Voor iedere nieuwe cliënt in de langdurige zorg zou een team moeten worden gevormd met zorgverleners, naasten en vrijwilligers, zodat de taken goed verdeeld worden en er vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt. Bussemaker hoopt dat dit een cultuuromslag teweegbrengt. „Bespreek met elkaar wat iemand nog zelf kan, welk netwerk iemand heeft, wat naasten aan kennis hebben en wat zij kunnen doen. We moeten echt de vanzelfsprekendheid doorbreken dat alles door professionals wordt gedaan.”

In het advies waarschuwt de raad dat de kwaliteit van de langdurige zorg in gevaar kan komen als er niks verandert. Nu al spelen commerciële mantelzorgbureaus in op de toenemende zorgvraag, maar hun opkomst kan leiden tot een tweedeling tussen de mensen die deze ondersteuning wel en niet zelf kunnen betalen, vreest de raad. Ook bestaat het risico dat deze commerciële bureaus werknemers uit de zorg zelf gaan aantrekken door hen beter te betalen, waardoor het personeelstekort alleen maar groter wordt.

Bussemaker waarschuwt de politiek dat „verregaande stappen” nodig zijn als de samenleving er niet in slaagt de langdurige zorg door het overnemen van taken te ontlasten. De raad suggereert de invoering van een wettelijke zorgplicht, waarmee mensen gedwongen kunnen worden voor hun ouders te zorgen of voor deze zorg te betalen, zoals in Duitsland al gebeurt. Een andere optie is een verplichte maatschappelijke dienstplicht voor jongeren.

De meest gevoelige suggestie is „de grootschalige inzet van migranten” in de zorg. Als de politiek geen andere maatregelen neemt komt dat debat volgens Bussemaker onheroeppelijk op ons af. Zij erkent dat deze oplossing „heel ingewikkeld” is. „Experimenten hiermee waren geen onverdeeld succes, vooral vanwege taalbarrières en culturele verschillen. Maar we moeten de discussie over deze lastige thema’s wel gaan voeren.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 19 mei 2022