Netherlands

‘We hoeven geen hele nieuwe wijk, alleen een paar huizen op dat grasveld’

Reportage

Scharnegoutum Het Friese Scharnegoutum wil uitbreiden. Maar net als in veel andere dorpen mogen er geen woningen worden gebouwd.

Op Google Maps zijn de drie straten van het Friese dorpje Scharnegoutum al jaren ingetekend. In werkelijkheid is het een grasveld. De drie straten en dertig woningen zijn er nooit gekomen, ondanks veel belangstelling. „Nu schijten daar alleen honden”, zegt makelaar Pieter Jan Atsma. „En worden jongeren gedwongen in de stad Sneek te gaan wonen, terwijl dorpen vergrijzen.”

Het Friese dorpje Scharnegoutum (1.650 inwoners), dat drie kilometer boven Sneek ligt, wil uitbreiden. Om voorzieningen te behouden en jonge gezinnen en ondernemers aan te trekken. Alleen stimuleert gemeente Súdwest-Fryslân niet om nieuwbouwwijken in dorpskernen te bouwen. De 83 dorpen – van de in oppervlakte grootste gemeente van Nederland – mogen alleen bij hoge uitzondering uitbreiden. Terwijl in Sneek, het bestuurscentrum en grootste plaats van de gemeente met ruim 33.000 inwoners, sinds 2016 wel negenhonderd woningen zijn bijgebouwd.

In januari adviseerde denktank DenkWerk de overheid nog om de ogen niet te sluiten voor bebouwing in dorpen en het groen. Dat is een van de oplossingen om de woningcrisis uit het slop te trekken. De verwachting is dat in 2050 anderhalf miljoen extra woningen nodig zijn.

Lees ook: Oudewater wil jeugd niet aan de stad kwijt

Piet IJssels (72) – van oorsprong afkomstig uit Sneek – woont al veertig jaar in Scharnegoutum. Een mooi dorpje, noemt IJssels het, met alles erop en eraan. Een tennisclub, sporthal en voetbalvereniging. Ook kan er gekaatst worden en is er een klaverjasclub. Boodschappen doen de dorpelingen bij „onze” supermarkt, de kaasboer aan huis en een slager die langskomt in een bus. „En – voor zover je dat kunt zeggen – is er industrie”, zegt IJssels over het tiental loodsen aan de rand van het dorp.

Maar één ding ontbreekt: woonruimte. „Toen ik hier kwam wonen, was er plek zat en mocht er gebouwd worden”, zegt IJssels, die betrokken is bij de vereniging die zich inzet voor de belangen van het dorp. Hij bouwde zijn eigen huis midden in Scharnegoutum. Nu is het dorp helemaal volgebouwd, op een grasveld in de noordhoek van het dorp na. „Hier waren dertig huizen gepland”, zegt IJssels. „Maar sinds de herindeling [Scharnegoutum behoorde tot 2011 tot de inmiddels opgeheven gemeente Wymbritseradeel] horen we niks meer over de bouwplannen.”

De vraag naar woningen in Scharnegoutum wordt bevestigd door het woononderzoek dat de gemeente vorig jaar liet doen. Daaruit blijkt dat in het noordoostelijke deel van de gemeente Súdwest-Fryslân „een woningtekort” wordt voorzien en er tot 2028 130 tot 200 extra woningen nodig zijn. Scharnegoutum is veruit het grootste dorp in dat gebied. IJssels: „We hoeven geen hele nieuwe wijk, alleen een paar huizen op dat grasveld, zodat onze kinderen hier kunnen blijven wonen.”

Wethouder Mark de Man (VVD) heeft sinds een week de portefeuille wonen. Hij kent de roep van Scharnegoutum: „Die vragen komen vanuit het hart en daarop moet de gemeente antwoorden met het hoofd.” En dat vindt hij „lastig”. Al zou de gemeente in het dorpshart van Scharnegoutum bij willen bouwen, dan moet de provincie daarvan overtuigd worden. De Man: „En de provincie wil voorkomen dat er gebouwd wordt voor leegstand. Niet alleen nu, maar ook over dertig jaar.”

In Sneek wordt ondertussen volop bijgebouwd. „De gemeente zegt dat er een trek is naar Sneek”, zegt IJssels. „Maar er is geen alternatief.” Dat beaamt makelaar Atsma: „Verschillende mensen wilden met hun kinderen in Scharnegoutum wonen, maar er is geen kavel beschikbaar. Dus verhuizen ze noodgedwongen naar Sneek.”

Diezelfde vraag speelt ook in andere delen van Nederland, zegt bijzonder hoogleraar krimp aan de Rijksuniversiteit Groningen, Bettina Bock: „Vooral in krimpgebieden, zoals de Achterhoek en Groningen.” Woningen voor jongeren en ouderen zijn er vaak niet. En de leegstaande particuliere woningen zijn vaak „niet van deze tijd”. Hoogleraar woningmarkt van de Technische Universiteit Delft Peter Boelhouwer noemt het „onbegrijpelijk” dat maar mondjesmaat gebouwd wordt in dorpen en buitengebieden. Maar Bock waarschuwt dat niet elk dorp zijn eigen woonbeleid moet voeren. „Dan bestaat de kans dat je leegstand krijgt in de toekomst.”

Vanuit de achtertuinen van Scharnegoutum zijn de voortuinen van de Sneker nieuwbouwwijken te zien. In Sneek worden aan de randen van de stad wijken uit de grond gestampt. Zeshonderd huizen in twee nieuwbouwwijken, en nog eens driehonderd in de stad. IJssels rijdt in zijn auto door de wijken, die nog vol staan met aannemersbusjes, steigers en bouwmateriaal. „Hier is het geen probleem dat er uitgebreid wordt in het groen.” In steden bouwen of dorpen is volgens wethouder De Man een „ideologische keuze”.

De voordelen van stedenbouw zijn de kosten, zegt hoogleraar Boelhouwer van de TU Delft. De infrastructuur en de voorzieningen bestaan vaak al, daarnaast hoef je de open ruimte rondom dorpen niet te benutten. „Maar als je vanuit de woningbehoefte kijkt, is het contraproductief beleid. Je moet rekening houden met voorkeuren van mensen.”

En die voorkeuren zijn voor de bewoners van Scharnegoutum duidelijk. „Wie in Nederland woont, wil ook niet naar België omdat er in Nederland geen huizen zijn”, zegt makelaar Atsma.

Dat sentiment leeft in Scharnegoutum, zegt IJssels. „Het gevoel dat het allemaal in Sneek gebeurt.” Maar als hij na een uur autorijden bijna elke straat van Scharnegoutum heeft doorkruist, wil hij nog één ding zeggen: „Zeg nou zelf, wat is er hier niet?”