Welkom bij deze wekelijkse update in aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen op 3 november. Met deze week: Weinig veranderingen in de peilingen, de jacht op de 'infrequente kiezer' en Pennsylvania, Pennsylvania en nog eens Pennsylvania.

Mijn naam is Matthijs le Loux. Ik schrijf voor NU.nl over buitenlands nieuws en doe sinds 2014 verslag van de Amerikaanse politiek. In deze update behandel ik vooral minder in het oog springende ontwikkelingen en 'zijpaden' en deel ik feiten, interessante bronnen en korte analyses om je meer context te bieden. Op andere werkdagen lees je tot 3 november een kortere editie met een overzicht van het verkiezingsnieuws.

Opkomst drukken en angst voor kiezersintimidatie

Het hing al maanden in de lucht, maar in het staartje van de campagne (met nog vier dagen te gaan) wordt nog maar eens bevestigd dat alle ogen zijn gericht op Pennsylvania. Die Rust Belt-staat is samen met 'eeuwige swingstaat' Florida uitgegroeid tot het belangrijkste strijdtoneel van de presidentsrace.

Republikeinen proberen daar de achterstand van president Donald Trump in de peilingen te compenseren door, zoals dat heet, de scheidsrechter te bespelen. Republikeinse parlementariërs weigerden concessies om de 'pandemieverkiezingen' soepeler te laten verlopen en trekken de veiligheid en betrouwbaarheid van de stembusgang in twijfel.

Voor NUweekend keek ik naar de strategieën die de Trump-campagne en de Republikeinen inzetten om de kiezersopkomst te drukken. In een staat waar het verschil tussen zege en nederlaag in 2016 slechts 44.000 stemmen bedroeg, en waar het nu weer spannend wordt, kunnen die het verschil maken.

Beide partijen krijgen veel 'infrequente kiezers' op de been

Wie ook een doorslaggevende rol kunnen spelen, zijn kiezers uit de swingstaten die dit jaar voor het eerst - of voor het eerst in lange tijd - hun democratische plicht vervullen. Zowel de Republikeinen als de Democraten hebben zwaar ingezet op mobilisatie van die groep. Ze worden geholpen door diepe politieke verdeeldheid: beide partijen schilderen de race af als een gevecht om de 'ziel van Amerika'. Daarnaast is het belangrijkste verkiezingsthema, de pandemie, acuut voelbaar in het dagelijks leven van veruit de meeste kiezers.

Als je wilt weten of dat succes heeft, hoef je maar te kijken naar de staat waarvan iedereen de naam straks kan spellen: Pennsylvania. Uit gegevens van het aan de Democraten gelieerde databedrijf TargetSmart blijkt dat 27 procent van de 1,4 miljoen geregistreerde Democraten die een vroege stem hebben uitgebracht vier jaar geleden niet stemde. De Republikeinen lopen niet ver achter, met 24 procent van de 424.000 vroege kiezers.

Dat beeld is elders niet veel anders: een kwart van de meer dan 10 miljoen kiezers die een vroege stem hebben uitgebracht in veertien swingstaten ging niet naar de stembus in 2016.

Nog één keertje dan: polls, polls, polls!

Je vaste bijsluiter: peilingen zijn momentopnames. Het voorspellen van einduitslagen op basis van peilingen geschiedt op eigen risico.

In de laatste week kregen we een flinke lading peilingen te verwerken, maar die veranderen weinig aan het beeld van de afgelopen maanden. Dat geldt ook voor onderzoeken die werden uitgevoerd na het laatste presidentiële debat.

Biden heeft nog steeds een duidelijke voorsprong in de staten die in 2016 werden gewonnen door Hillary Clinton en in Michigan en Wisconsin, die destijds nipt naar Trump gingen. Dat zou betekenen dat de Democraat nog één middelgrote of grote staat nodig heeft om aan zijn 270 kiesmannen te komen. Dat wordt spannender, want zijn voorsprong is kleiner op de plekken die daarvoor in aanmerking komen, zoals Florida, North Carolina of Pennsylvania.

Van die drie staten biedt Pennsylvania de beste kansen voor Biden. Het gemiddelde van RealClearPolitics geeft hem daar een voorsprong van 3,6 procentpunten, dat van FiveThirtyEight komt uit op 5,2 punten, The New York Times zet hem op 6 punten voorsprong en The Economist op 6,2.

Zoals vermeld: aan voorspellingen waagt de Verkiezingsupdate zich niet. Maar op een steenworp van Election Day valt wel te zeggen dat president Trump er slechter voor lijkt te staan dan vier jaar geleden.

Vooralsnog lijken peilers niet dezelfde fouten te maken als in 2016

Dat valt natuurlijk pas met zekerheid te zeggen als de einduitslag binnen is, maar opiniepeilers (voor wie het trauma van vier jaar geleden nog heel vers voelt) doen hun best om een nieuwe blamage uit te sluiten. De consensus onder analisten is dat er fouten nodig zijn die 2016 doen verbleken, willen de peilingen er weer zo naast zitten.

Waarom is het dan nu anders? In de meeste swingstaten is de voorsprong van Biden op Trump in de afgelopen maanden opvallend stabiel gebleven. Biden en Trump liggen verder van elkaar af dan Trump en Clinton in 2016, en de opmars die Trump destijds inzette tijdens de laatste twee weken is uitgebleven.

Er zijn dit jaar veel minder kiezers die zeggen nog geen besluit te hebben genomen of de voorkeur te geven aan de kandidaat van een derde partij. Hun aanwezigheid was vier jaar geleden een teken dat de voorsprong van Clinton in de peilingen niet zo stevig was. Biden is - als persoon en als politicus - ook een stuk populairder dan Clinton.

Dat wil niet zeggen dat er geen onzekere factoren overblijven. Onderzoeksbureaus melden dat grotere aantallen kiezers weigeren hun voorkeur prijs te geven dan vier jaar geleden. Dat wil overigens niet zeggen dat die automatisch in het Trump-kamp kunnen worden gezet: Charles Franklin van de Marquette Law School in Wisconsin zei donderdag tegen National Review dat de shy voters in zijn staat waarschijnlijk bestaan uit een gelijke mix van Trump- en Biden-stemmers. Die laatste groep zou zelfs iets minder geneigd zijn de presidentsvoorkeur uit te spreken.

Verder...

Bedankt voor je aandacht en tot maandag! Heb jij vragen over de Amerikaanse presidentsrace, een voorstel voor een onderwerp of andere opmerkingen? Stuur een mail naar [email protected]