Netherlands

Verdere uitholling voorzieningen ligt in het verschiet

Uitstel

‘Het vooruitschuiven van lasten naar de toekomst leidt tot verdere verslechtering van de financiële positie en/of uitholling van het toekomstig voorzieningenniveau’, schrijft Cebeon in het rapport dat minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) naar de Tweede Kamer stuurt. ‘De gevolgen zullen vooral zichtbaar worden in het fysieke domein, omdat met name daar investeringen zijn uitgesteld.’

Uitholling

De verslechtering van de situatie komt niet altijd naar voren in de begrotingscijfers vanwege hoofdzakelijk twee keuzes die veel gemeenten maken: het verlengen van de afschrijvingsduur (er dus van uitgaan dat kapitaalgoederen zoals wegen en schoolgebouwen langer meegaan) en vervangingskosten niet opnemen in de begroting (de kosten manifesteren zich dan in de toekomst wanneer ze worden gemaakt). Dit holt het toekomstige voorzieningenniveau verder uit.

Verschraling

Ollongren geeft in haar brief aan dat het daadwerkelijk sluiten van voorzieningen ‘nog niet op grote schaal’ voorkomt – gemeenten kiezen eerder voor het beperken van openingstijden of lager kwaliteit onderhoud. ‘Het daadwerkelijk sluiten van voorzieningen zien gemeenten als onomkeerbare ingreep’, schrijft Cebeon, ‘die politiek vaak lastig te realiseren is.’ Zo is er naast ‘sluipende uitholling’ sprake van een ‘verschraling’ van het voorzieningenniveau.

Koekoeksjong

Cebeon geeft in vogelvlucht aan hoe de situatie is ontstaan. De financiële crisis van 2010 leidde in sommige gemeenten tot forse verliezen op grondposities. Met de decentralisaties van het sociaal domein in 2015 kregen gemeenten een ‘koekoeksjong’ dat meer dan de helft van de begroting beslaat, waarvan ze moeite hebben de oplopende kosten te beheersen. Bezuinigingen volgen. Interen op het eigen vermogen is een tijdelijke oplossing maar geen structurele. De lokale lasten verhogen is een impopulaire maatregel met beperkt effect, maar in de periode 2010-2019 zijn de inkomsten uit de onroerendezaakbelasting (ozb) met gemiddeld 14 procent toegenomen. 'Dit is een duidelijk signaal dat de financiële druk bij gemeenten is toegenomen.'

Monitoren

Het onderzoek dient verder om handvatten te geven om de financiële situatie en het voorzieningenniveau van gemeenten te monitoren. Met name het eigen vermogen en het ozb-tarief geven een goed beeld van de financiële situatie, geeft de minister aan, maar met indicatoren kan niet worden vastgesteld dat het voorzieningenniveau is aangetast. ‘Het eenduidig meten van ‘het voorzieningenniveau’ is een complexe opgave’, merkt Cebeon op.

Ruimhartig

Geschikte indicatoren voor alle gemeenten ontbreken of zijn niet eenduidig te interpreteren. En als ze er zijn, is het volgens de onderzoekers vaak lastig om verschillende aspecten van het voorzieningenniveau te wegen: ‘Hoe weeg je een ruimhartig minimabeleid dat een klein deel van de doelgroep bereikt tegen een minder ruimhartig beleid voor een groter deel van de doelgroep? Of een groot groenareaal met een relatief lage onderhoudskwaliteit tegen een kleiner areaal met hoogwaardige, goed onderhouden voorzieningen?’

Duiding

Cebeon zet wel enkele kaartjes onder elkaar als voorbeeld van mogelijke monitoring. Bijvoorbeeld onderstaande combinatie van de financiële positie en het voorzieningenniveau. ‘De diagrammen laten een verschuiving van gemeenten zien naar linksonder: bij meer gemeenten gaat een verslechtering van de financiële positie gepaard met een daling van het voorzieningenniveau.’