Anna van der Breggen is dolblij dat ze er donderdag in het Italiaanse Imola na vier zilveren medailles eindelijk in slaagde om wereldkampioen tijdrijden te worden. De Nederlandse merkt dat de race tegen de klok haar nu veel beter afgaat.

"Ik ben zo vaak tweede geworden, dat ik dit nu amper kan geloven", zei Van der Breggen na de tijdrit van 31,7 kilometer. "Ik vroeg ook aan mijn ploegleider om geen tussentijden door te geven, ik wilde gewoon zo snel mogelijk gaan. Pas bij de finishlijn hoorde ik dat ik had gewonnen."

De dertigjarige Van der Breggen leek in Imola geen kans te maken op het goud. Titelverdedigster Chloé Dygart was verreweg de snelste, maar de Amerikaanse kwam hard ten val in de bocht. Van der Breggen profiteerde en bleek sneller dan de Zwitserse Marlen Reusser (tweede) en landgenote Ellen van Dijk (derde).

De afgelopen drie jaar stond Van der Breggen ook op het WK-podium, maar de Zwolse eindigde in 2017, 2018 én 2019 op de tweede plek. Ook in 2015 moest de regerend olympisch kampioene genoegen nemen met zilver.

'Betekent veel voor me dat ik wereldkampioen word'

Aanvankelijk zou de tijdrit op de WK in het Zwitserse Martigny plaatsvinden, maar vanwege de coronamaatregelen in het Alpenland week de internationale wielerbond UCI uit naar Italië. Het parcours in Imola was wat minder vlak dan in Martigny, maar voor Van der Breggen was dat geen probleem.

"Ik had nu ook alle tijd om me voor te bereiden. Het tijdrijden gaat veel beter, dus het betekent veel voor me dat ik wereldkampioen word", aldus Van der Breggen, die zaterdag ook in de wegwedstrijd een van de Nederlandse troeven is.

"Het gaat allemaal weer snel door. Misschien is er vanavond tijd voor ontspanning en hopelijk slaap ik een beetje goed. Vanaf vrijdag gaat de focus op de wegrit. Daar hebben we ook een sterk team."