Mogelijk enkele tientallen voormalig aanhangers van het Syrische regime wonen in Nederland als vluchteling. Zeker drie van hen maakten onderdeel uit van het geweldsapparaat van president Bashar Al Assad, schrijft NRC vrijdag op basis van eigen onderzoek.

De mannen waren actief bij de militaire veiligheidsdienst, een militie en op een checkpoint. Dat stelt de krant op basis van eigen bronnen en getuigen. Volgens de Syrische mensenrechtenadvocaat Mazen Darwish is het bewijsmateriaal tegen de drie voldoende voor een veroordeling voor oorlogsmisdaden.

NRC schrijft dat mogelijk enkele tientallen Syriërs in Nederland verblijven om voor het regime dissidenten in elkaar te slaan, te martelen of te intimideren. Dat zou tot grote onrust leiden in de Syrische gemeenschap in ons land.

De krant schrijft dat een deel van de mannen nog altijd nauwe banden onderhoudt met het Syrische regime. Zij persen vluchtelingen in Nederland af door te dreigen hun naasten in Syrië iets aan te doen, concludeert NRC. Een Syrische vluchteling in Nederland die kritiek uitte op de Syrische regering kreeg een video onder ogen waarop te zien is hoe een familielid werd mishandeld.

De drie mannen, woonachtig in Drenthe, Noord-Holland en Gelderland, kregen de vluchtelingenstatus van de Nederlandse immigratiedienst IND. Die heeft volgens de krant grote moeite met oorlogsmisdadigers te ontdekken tijdens hun asielaanvraag.

IND doorzocht duizenden dossiers

De IND doorzocht recentelijk 12.570 dossiers van Syrische mannen die asiel hadden gekregen op verdenking van mogelijke internationale misdrijven. Bij slecht één persoon was dit aanleiding om de verblijfsvergunning in te trekken.

Bronnen binnen de IND zeggen tegen de krant dat sommige casussen zonder verhoor worden afgesloten. Ook zouden deze vaak niet goed worden voorbereid, omdat vooronderzoek veel tijd kost. Minder dan tien asielaanvragen van Syriërs worden jaarlijks afgewezen op verdenking van oorlogsmisdrijven.

Onderzoek doen naar deze misdrijven is bovendien lastig, omdat Nederlandse rechercheurs geen onderzoek kunnen doen in Syrië. Bovendien zijn misdaden soms lang geleden gepleegd tijdens de chaos van de oorlog.

Het IND en het OM wilden bij NRC niet ingaan op individuele zaken.