Netherlands
This article was added by the user . TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Second City

Op Katendrecht vond afgelopen weekend de New York Mini Marathon plaats. Door verschillende afstanden te lopen konden deelnemers geld inzamelen voor het Diabetes Fonds. De eerste keer dat ik de advertentie op Instagram voorbij zag komen, moest ik grinniken om de knulligheid.

Laat ik vooropstellen dat hardlopen voor een goed doel eervol is. Niets zo mooi als mensen die zichzelf fysiek afmatten om anderen te helpen. Maandenlang trainen om zo het waardevolste dat je hebt in te zetten: je tijd, je ziel en je zaligheid. En toch ontstak ik in een nijdig schrijven toen ik de advertentie voor de New York Mini Marathon voorbij zag komen. De benaming raakte een gevoelige snaar. Want wat in ’s hemelsnaam is een mini marathon? Het hele idee van de marathon is dat deze exact 42,195 kilometer is. Geen meter meer, en al helemaal niet minder. En hoezo de New York Marathon in Rotterdam? Wat zijn dit, de jaren 90?

Dertig jaar geleden kampte Rotterdam met een imagoprobleem. Om hier van af te komen ontstond het idee de stad voortaan te positioneren als wereldstad. Kleine complicatie: Rotterdam ís geen wereldstad. Om onszelf te kunnen verkopen als kosmopolitisch, gingen we ons groter voordoen dan we zijn. Met slogans als Manhattan aan de Maas moest de American Dream in de Lage Landen verkocht worden aan het grote publiek. Zo nu ook met de Mini Marathon, inclusief een knullig opgeblazen Vrijheidsbeeld.

Door altijd maar naar New York te kijken, zien we Rotterdam niet

Interstedelijke concurrentie en vergelijkingen zijn zo oud als de weg naar Rome. Kijken hoe andere steden het doen kan handig zijn, om te bepalen hoe goed of slecht het met je eigen stad gaat. Probleem dat op de loer ligt is dat de vergelijking de blik vertroebelt. Door altijd maar naar New York te kijken, zien we Rotterdam niet. En dat is waar mijn ergernis zit. Neem nu het nieuwe gebouwencomplex Little C bij Coolhaven. Het is geïnspireerd op de New Yorkse wijk Greenwich Village, maar op zijn best is Little C er een Madurodam-variant van. Er is weinig imposants of romantisch aan – hoe mooi ik het ook vind.

Wie zeker is over wie of wat hij is, hoeft zich bovendien niet te spiegelen aan een ander. Dat is meteen ook waar de schoen wringt: Rotterdamse bestuurders, stadsmarketeers en historici vertellen al zo lang het verhaal van Rotterdam als second city dat je er bijkans een minderwaardigheidscomplex aan overhoudt. In de jaren 90 werd nog even overwogen Rotterdam als stad op te heffen en om te vormen tot een „stadsprovincie”, een plan uit de koker van toenmalig burgemeester Bram Peper dat in een referendum door Rotterdammers massaal werd weggestemd.

Wat is dan wél ons verhaal? Een tijdje terug werd ik in een gesprek over Rotterdammers gecorrigeerd door een hoogleraar. „Dé Rotterdammer bestaat niet”, zei hij nadat ik de loftrompet had gestoken over onze niet-lullen-maar-poetsen-mentaliteit. Fijntjes wees hij me op het feit dat de gemiddelde inwoner van Hillegersberg bar weinig gemeen heeft met de gemiddelde inwoner van IJsselmonde of Charlois. „Toch zijn we allen Rotterdammer”, kaatste ik terug. Het gevoel écht onderdeel te zijn van deze stad gaat dwars door alle sociaal-economische klassen, wijken en etniciteiten. In die constatering ligt ons verhaal. Het is misschien niet groots en meeslepend, wel het verhaal van 651.631 Rotterdammers die van deze stad hun thuis hebben gemaakt. Onder hen zijn er volgend jaar vast een paar honderd te vinden die de echte Marathon Rotterdam willen lopen voor het Diabetes Fonds. Ik teken er vast voor.

Hasna El Maroudi is journalist, columnist en programmamaker