De Russische hackers die in 2016 actief waren tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen, hebben lokale kantoren van de Democratische Partij aangevallen, schrijft persbureau Reuters op basis van vier anonieme bronnen.

Het zou gaan om afdelingen van de Democratische Partij in Californië en Indiana. De malafide activiteit zou zijn opgemerkt door Microsoft, maar het bedrijf wilde tegenover Reuters niet reageren. Het is onduidelijk of de aanvallen zijn gelukt.

De Democratische Partij in Indiana zegt in een verklaring zich "niet bewust te zijn van succesvolle indringingen". Een voorzitter van de partij uit Californië bevestigt dat de organisatie doelwit is geweest van een aanval, maar zegt dat die onsuccesvol was.

De vermeende dader is Fancy Bear, een naam die wordt toegewezen aan een afdeling van Russische militaire inlichtingendienst. Dezelfde groep is door de Verenigde Staten aangeklaagd na hacks van e-mailaccounts van de Clinton-campagne in 2016.

De Russische ambassade in Washington reageerde tegenover Reuters met de mededeling dat Rusland geen link heeft met Fancy Bear. De vertegenwoordigers noemen de beschuldiging "nepnieuws" en stellen dat Rusland zich niet met binnenlandse zaken van de VS bemoeit.

Dat terwijl het onderzoek van speciaal aanklager Robert Mueller heeft vastgesteld dat dit wel het geval is. Het rapport werd in 2019 opgeleverd en gaat over hoe vanaf Russische bodem hacks werden gepleegd en sociale media werden misbruikt om de verkiezingen van vier jaar geleden te beïnvloeden.

Californië is met 55 kiesmannen de grootste leverancier voor de presidentsverkiezingen. De Democraten weten de staat sinds 1992 structureel vast te houden. Indiana is een middelgrote staat met elf kiesmannen, wiens stemmen de afgelopen jaren vooral naar de Republikeinen zijn gegaan.