Netherlands
This article was added by the user Victoria Collins. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Rondkomen van zes tientjes per week in tijden van inflatie

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Marja Graman (58) uit Lelystad heeft zo een goed contact met haar zoon (36) uit Alkmaar dat ze elkaar dagelijks bellen. Maar ze bezoekt hem maar één keer per jaar, want het treinkaartje kost 18 euro, en dat is duur.

Marja moet rondkomen van 60 euro per week. Dat is ‘leefgeld’, haar toebedeeld door een budgetbeheerder. Van die zes tientjes moet ze zich kleden, eten kopen en verzorgingsproducten als shampoo. Per dag komt dat neer op 8 euro en 57 cent. Daarvoor koop je net twee zalmmoten bij de Albert Heijn. Bij wijze van spreken dan, want in de AH komt Marja niet zo vaak meer, en al helemaal niet bij de visafdeling.

Ze antwoordde met een volmondig ‘ja’ toen haar via via werd gevraagd of ze openlijk wilde vertellen over de gevolgen van de prijsstijgingen voor haar leven. Jazeker! Met naam? Ja! Met foto? Ook! Ze schaamt zich niet. Heeft u gelezen, zegt ze, dat een tachtigjarige man in Zuid-Holland laatst zijn boodschappen meenam zonder te betalen? Hij kwam niet rond van zijn AOW en nam ook wat mee voor zijn buren. En dan zeggen mensen dat er geen armoede in Nederland is. Mensen moesten eens weten!

Het klopt, Marja’s verhaal van toenemende geldzorgen is er maar één van vele. Hang een half uur rond buiten een voedselbank, zeg in Almere, en je scheert er zo langs nog een handvol. Een jonge vrouw met grote buik brengt het eten naar haar auto en vertelt dat ze tegenwoordig veel minder kilometers rijdt dan voorheen. Op en neer naar haar schoonouders kost inmiddels 30 euro, en dat geld heeft ze nodig voor andere dingen. Voor luiers, bijvoorbeeld – ze is zwanger van kind nummer drie. Ze rijdt weg, en een man van rond de vijftig loopt de voedselbank uit. Hij vertelt dat hij drie keer per week naar de sportschool gaat. Kan hij er meteen douchen. Thuis doucht hij nog maar twee keer. Hij haalt merkbaar zwaar adem. Legt een vinger op zijn keel. „Ik voel het hier. Ik hyperventileer.” Wil hij op een andere dag misschien meer vertellen? „Liever niet. Het is te zwaar.”

Of bel met organisaties die zich bekommeren om mensen met de kleinste beurzen. „Onze cliënten vragen ons steeds vaker om extra geld”, zegt een medewerker van De Tussenvoorziening, die in Utrecht en omstreken schuldhulp biedt aan ruim twaalfhonderd mensen. „In feite is dat geld dat zij maandelijks zouden moeten sparen. Dat eten ze nu dus op.” Sommige cliënten liggen ’s nachts wakker van de spanning, „omdat ze niet weten wat er komen gaat.”

Onze cliënten vragen ons steeds vaker om extra geld

Een medewerker van De Tussenvoorziening, die in Utrecht en omstreken schuldhulp biedt

Een persvoorlichter van het Armoedefonds: „Mensen blijven meer thuis om geen extra kosten te hoeven maken. Zo wordt de eenzaamheid groter.”

Directeur Veerle Rooze van stichting IDO (Interkerkelijk Diaconaal Overleg) uit Lelystad hoort steeds vaker dat mensen hun energiekosten kunstmatig laag houden door het maandbedrag naar beneden bij te stellen. Dat geeft ademruimte; de ongetwijfeld pijnlijk hoge correctie achteraf is van later zorg. En directeur Nathalie Boerebach van de Stichting Urgente Noden Nederland rekent binnenkort op een „tsunami” aan noodhulpaanvragen. Want de prijzen zijn hoog én de coronasteunmaatregelen zijn opgeheven én wonen is te duur. Hulpverleners sporen de hieruit voortvloeiende problemen bovendien beter op, nu ze na twee jaar van lockdowns eindelijk weer achter de voordeur komen. En nee, voegen deze organisaties stuk voor stuk toe, de eenmalige energiecompensatie van 800 euro zet geen zoden aan de dijk. Sterker, zegt het Armoedefonds, „doordat de compensatie nu al komt en de eindafrekening pas aan het einde van het jaar, hebben mensen meer drang met dat geld gaten te vullen en eten en drinken te kopen.”

Niet alleen uitkeringsgerechtigden als Marja Graman komen in de problemen. Vakbond FNV bevroeg in april twintigduizend leden over de gevolgen van het almaar duurdere leven. Pakweg twee derde van hen heeft een baan – in de zorg, in de bouw, in metaalfabrieken, in trein en tram, op Schiphol. Bijna de helft van die werkende respondenten verdient netto ergens tussen de 1.700 en 2.500 euro. Twee op de drie zeggen nu niet te kunnen sparen. Bijna een op de drie komt aan het eind van de maand geld tekort. Zes op de tien zijn ontevreden met hun salaris, omdat hun loon de gestegen prijzen simpelweg niet compenseert. Mensen werken tegen de klippen op.

Marja woont op de eerste verdieping van een appartementencomplex. De huiskamer heeft lichte vloerbedekking, plantjes in de vensterbank en – kort na Pasen – kuikenbeeldjes en paaseitjes op de keukentafel. Een aantal muren is grijs en ongesausd, de muur links is blauw geverfd op een laatste stukje grijs na. Nee, haha, ze wil niet zeggen hoelang dat al zo is.

Marja heeft opvallend lichtblauwe ogen („als van een wolf, zeggen ze”) en draagt haar blonde haar halflang. Haar huisgenoten zijn kat Tipi (14) en hond Chakka (10), een kruising tussen een labrador en een bordercollie die ze voor de gelegenheid heeft uitbesteed. Met haar vriend heeft ze een latrelatie.

Marja bezoekt haar zoon maar één keer per jaar, want het treinkaartje kost 18 euro. Foto Annabel Oosteweeghel

Ja, zegt ze over haar leefgeld van 60 euro, dat was tot voor kort dus 40 euro. Maar in februari bleek dat ze geen recht meer had op de voedselbank. „Wat zeiden ze ook alweer? In elk geval kwam ik door de regels niet meer in aanmerking.” Ze klopte aan bij haar budgetbeheerder. Die kon er 20 euro per week bij doen en meer ook echt niet.

Marja’s geld wordt beheerd omdat ze in het krijt staat bij de Belastingdienst. Er is met een uitkering „ergens ooit een fout gemaakt, ze weten niet waar en hoe, maar ik moest toen 6.000 euro terugbetalen”.

Dik tien jaar terug zei de reumatoloog dat haar vermoeidheid en de steken in haar rug, schouders en benen te wijten zijn aan fibromyalgie, een aandoening die chronische pijn in de spieren en bindweefsel veroorzaakt. Ze werkte destijds in een verffabriek, waar ze blikken verf in dozen stopte en die op pallets tilde. Door haar ziekte had ze aangepast werk nodig, „maar dat wilden ze niet geven, want het draait daar om snelheid en centen, dat is gewoon zo in een fabriek”.

Niet veel later werd ze volledig afgekeurd. Ze krijgt een WIA-uitkering. Inmiddels kookt ze alweer een paar jaar vrijwillig op donderdagen voor de bezoekers van het inloophuis van het IDO in Lelystad.

’s Ochtends en ’s avonds slikt ze pijnstillers. Die haalt ze uit een blauwe medicijncassette die vakjes heeft voor alle dagen van de week. De cassette staat midden op haar salontafel. Deze zonnige weken zijn fijn, bij warm en droog weer is de pijn heel wat minder.

Marja woont sinds 2018 in dit appartement. Ze betaalt zo’n 650 euro per maand, sociale huur. Haar vorige thuis, een flat in Lelystad, was 200 euro goedkoper, maar doordat de buurman haar en haar huisdieren bedreigde, zag ze zich gedwongen te verhuizen.

Marja had het dus al krap vóór 2022. Hield haar zorgverzekering toen al beperkt tot het basispakket, al was (en is) fysiotherapie „eigenlijk wel nodig”. Belde toen al prepaid om zich een abonnement te besparen. Kocht haar kleren bij textieldiscounter KiK, om de hoek van de Lidl. Haalde de brokken voor Tipi en Chakka bij de dierenvoedselbank.

En zo rolde Marja het peperdure 2022 binnen. De meeste rekeningen gaan weliswaar rechtstreeks naar de budgetbeheerder, maar de gestegen prijzen gaan niet aan haar voorbij. Aandachtig leest ze de supermarktfolders, nu ze niet meer bij de voedselbank zit, en ze fietst elke dag naar een andere winkel voor de koopjes. Vomar, Deka, Lidl, Aldi. Eén supermarkt per dag, want ook haar energie begroot ze strak. Koek en snoep en ander lekkers laat ze links liggen. En ze koopt veel minder vlees. „Dat is zó duur.” Ze kookt een preischotel en doet de helft in de koelkast voor morgen. Haar avondeten is ook weleens spinazie met één gekookt ei.

En ze eet vaker dan voorheen in het inloophuis waar ze zelf ook kookt. Een warme maaltijd tussen de middag kost er 2 euro – „daar kun je thuis niet voor koken”. En er staat van alles op het program, van bloemschikken tot bingo. „Zo blijf je een beetje onder de mensen.” Ze duikt vaker dan voorheen de tweedehands kledingwinkel van het inloophuis in. Spijkerbroeken kosten er 50 cent. Bij de KiK was ze een tientje kwijt.

De temperatuur thuis ging stapsgewijs van 21 naar 17,5 graden. Het is eigenlijk beter voor haar spieren om de thermostaat wat hoger te zetten, maar Marja vreest dat een te hoge energierekening later euro’s afsnoept van haar leefgeld. De warme dagen zijn ook zo bezien welkom. Voor koelere dagen houdt ze een legging paraat.

Ieders schaarste kent zijn eigen details, maar Marja uit Lelystad staat allesbehalve alleen. Terwijl zij deze donderdag in het inloophuis kookte, meldden de voedselbanken van Nederland een toename van zesduizend huishoudens sinds begin januari. Volgens de voorzitter van Voedselbanken Nederland zijn dit niet alleen mensen met een minimuminkomen; ook modale inkomens beginnen de inflatie te voelen.