Real Madrid heeft zaterdagavond weer wat vertrouwen opgedaan na de blamage van deze week in de Copa del Rey. De ploeg van trainer Zinédine Zidane, die vanwege een positieve coronatest ontbrak in Vitoria-Gasteiz, won in La Liga de uitwedstrijd tegen Deportivo Alavés met 1-4.

Casemiro tekende na een kwartier voor de openingstreffer door raak te koppen na een voorzet van Toni Kroos, waarna Real op slag van rust nog twee keer scoorde. Karim Benzema schoot in de 41e minuut de 0-2 binnen en Eden Hazard vergrootte de marge in blessuretijd naar drie.

Daarmee leek de wedstrijd beslist, al maakte Alavés in de 59e minuut nog de 1-3 via Joselu. Spannend werd het daarna niet meer. Benzema tekende twintig minuten voor tijd voor zijn tweede treffer van de wedstrijd en zijn tiende competitiegoal van het seizoen.

Door de ruime zege kende Real een goed einde van een roerige week. De 'Koninklijke' werd woensdagavond in de derde ronde van de Copa del Rey na verlenging uitgeschakeld door Alcoyano, dat uitkomt op het derde niveau van Spanje.

Real komt door de tweede zege van dit kalenderjaar op veertig punten, vier minder dan koploper en stadgenoot Atlético Madrid. De ploeg van trainer Diego Simeone heeft wel twee duels minder gespeeld dan de formatie van Zidane.

Eerder op zaterdagavond won Sevilla met 3-0 van Cádiz CF door een hattrick van Youssef En Nesyri. De concurrent van Luuk de Jong scoorde in de 35e, de 39e en de 62e minuut voor de thuisploeg. De Jong en Karim Rekik zaten negentig minuten op de bank bij Sevilla, dat als nummer drie vier punten minder heeft dan Real.

Bekijk het programma, de uitslagen en de stand in La Liga