Netherlands

PKN kan vrouw in ambt niet verplichten

Een groep (oud-)synodeleden in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) publiceerde donderdag een brief waarin wordt gevraagd –ook aan de Gereformeerde Bond (GB)– om de ambten „kerkbreed” open te stellen voor vrouwen. Zes vragen en antwoorden.

Ik snap er niets van. De ambten zijn in de Protestantse Kerk toch al heel lang opengesteld voor vrouwen?

Dat klopt. De synodes van twee voorlopers van de PKN, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland, stelden in respectievelijk 1967 en 1968 alle ambten open voor vrouwen. In 1958 had de synode van de Hervormde Kerk de ambten van ouderling en diaken al opengesteld voor vrouwen. De Evangelisch-Lutherse Kerk stelde de ambten voor vrouwen open in 1931.

Waarom dan deze brief?

De brief zet in een titelregel de lezer enigszins op het verkeerde been. Daarin wordt namelijk gezegd: ”Appel van (oud-)synodeleden: Laat in de Protestantse Kerk de ambten kerkbreed voor vrouwen opengaan!” Uit de brief zelf blijkt echter dat het de schrijvers vooral te doen is om een discussie in plaatselijke gemeenten op gang te brengen, vooral in gemeenten die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond. Ze willen dat ook in orthodoxe gemeenten binnen de Protestantse Kerk, die nu geen vrouwelijke ambtsdragers kennen, vrouwen in de ambten en dus ook op de kansels worden toegelaten.

Maar is de Gereformeerde Bond dan een soort kerk binnen de Protestantse Kerk?

De Gereformeerde Bond is een vereniging binnen de Protestantse Kerk. Gemeenten kunnen geen lid worden van de Gereformeerde Bond, alleen personen kunnen dat. Wel is het zo dat gemeenten die een predikant hebben die lid is van de GB zich meestal in hun geheel tot de Gereformeerde Bond rekenen. Ze zeggen daarmee dat ze een gemeente zijn met een orthodox-gereformeerde ligging. De meeste (wijk)gemeenten die zich een gereformeerdebondsgemeente noemen, kennen geen vrouwelijke ambtsdragers. Het is onduidelijk hoeveel (wijk)gemeenten in de PKN zich precies rekenen tot de Gereformeerde Bond, maar het zijn er in ieder geval enkele honderden.

Kan de Gereformeerde Bond de ambten openstellen voor vrouwen?

Nee. Nog afgezien van het feit dat de Protestantse Kerk die ambten al een halve eeuw geleden heeft opengesteld, is de GB geen ambtelijke vergadering die iets kan zeggen dat voor de hele kerk geldt.

Kan de Protestantse Kerk gemeenten verplichten vrouwelijke ambtsdragers te accepteren?

Nee. De generale synode of de classes kunnen plaatselijke gemeenten op dit gebied niets verplichten. De plaatselijke gemeenten zijn in dit soort zaken autonoom. Ze besluiten zelf of ze wel of geen vrouwen toelaten tot de ambten, maar ook uit welke van de door de synode goedgekeurde Bijbelvertalingen ze lezen, of er wel of geen gezangen in de eredienst worden gezongen, of kinderen wel of niet toegelaten worden tot het heilig avondmaal en of er wel of geen andere relaties worden ingezegend dan die tussen man en vrouw.

Een overbodige brief dus?

Kerkordelijk gezien wel. Maar wie de brief goed leest, ziet dat het vooral gaat om het oproepen tot een discussie. Daarin is de brief geslaagd, want er wordt nu over deze brief gesproken. Tegelijk is het wel of niet openstellen van de ambten voor vrouwen een gevoelig onderwerp. Het is niet de verwachting dat door deze brief gemeenten in de Protestantse Kerk ineens anders over die kwestie gaan denken.