Jeroen Otter noemt de afgelopen twee weken een nachtmerrie. De bondscoach van de Nederlandse shorttrackers moest vrijdag afscheid nemen van zijn pupil Lara van Ruijven, die op 27-jarige leeftijd in een Frans ziekenhuis overleed aan de gevolgen van een auto-immuunziekte.

"Je moet het zo voorstellen: het wordt bewolkt, bewolkter en uiteindelijk is het git-, gitzwart geworden. Er is geen lichtstraal meer doorheen gekomen", zegt Otter zondag tegen de NOS. "Het is een nachtmerrie voor elke coach, dat je met 21 man naar een trainingskamp afreist en met 20 teruggaat. Dat is niet voor te stellen."

Van Ruijven werd op 25 juni tijdens een hoogtestage in het Franse Font Romeu opgenomen in het ziekenhuis. Daar bleek dat de geboren Zuid-Hollandse kampte met een stoornis aan het immuunsysteem, die leidde tot ernstige complicaties. Meerdere operaties zorgden niet voor verbetering, waarna vrijdag duidelijk werd dat de wereldkampioene op de 500 meter niet meer zou genezen.

"Er lag daar een 27-jarige vrouw, in de kracht van haar leven. Dan denk je: ze had nog zestig, zeventig jaar moeten meemaken. Dat is vreselijk", aldus Otter, die een decennium samenwerkte met Van Ruijven. "Ze was zo'n bescheiden vrouw, ik heb haar af en toe echt een schop onder haar kont moeten geven om zichzelf meer centraal te zetten. Daar had ze zoveel moeite mee, ze vond het eigenlijk zielig dat ze een ander zou verslaan."

Dat karakter maakte Van Ruijven een zeer geliefd lid van het hechte Nederlandse shorttrackteam. "Ze had geen enkele tatoeage, maar iedereen die haar een dag meemaakte, zag bij wijze van spreken positivisme op haar voorhoofd staan", zegt Otter.

"Ze heeft zich uiteindelijk gericht op de topsport omdat daar haar hart lag. En ze heeft een aantal prachtige dingen meegemaakt, dat hebben we ook aan onze atleten verteld. Haar leven was veel te kort, maar ze heeft in ieder geval kunnen doen wat ze echt heel graag wilde doen."