De Alphense politiek vreest dat de grote klap door de corona-pandemie nog moet komen. Daarom moet de gemeente zich nu al schrap zetten om groeiende werkloosheid en faillissementen op te vangen.

Anders dan financieel wethouder Kees van Velzen (CDA) is de oppositie in de Alphense raad er helemaal niet gerust op dat de gemeente genoeg vet op de botten heeft. Vooral Gert van den Ham (D66) gelooft er niets van dat Alphen aan den Rijn financieel noodweer vanwege de coronacrisis aan kan.

Van den Ham ziet de werkloosheid enorm oplopen, om maar een voorbeeld te noemen. Die zou over een paar maanden zomaar 6 of 7 procent kunnen zijn. Ter vergelijking: Vorig jaar kwam Alphen uit op een werkloosheid van 3 procent. "De economie staat er over pakweg drie maanden veel slechter voor. De gevolgen daarvan moeten we dan wel kunnen bekostigen", zegt hij. Met diens verhaal over een gezonde begroting met zwarte cijfers 'draait u overal tussendoor', werpt Van den Ham Van Velzen voor de voeten.

Vreselijke getallen

Nu is er nog geen A4'tje met concrete cijfers onder de streep, beaamt de wethouder. Maar Alphen aan den Rijn doet het nog goed terwijl veel vergelijkbare gemeenten al in zwaar weer zitten. En in de loop van november zal blijken dat Alphen aan den Rijn dat beeld kan vasthouden, bezweert hij. Het lijkt er namelijk op dat de Rijksoverheid Alphen aan den Rijn relatief gunstig bedeelt bij de verdeling van het Gemeentefonds. "De cijfers zien er gunstig uit, er staan geen vreselijke getallen in."

Tot op heden houdt de Alphense economie zich behoorlijk staande. Er zijn in vergelijking met vorige jaren slechts zeven faillissementen extra uitgesproken, weet hij. Er zit genoeg geld in de noodfondsen voor sociaal-maatschappelijke organisaties en voor ondernemers. Dus, stelt Van Velzen, ook daarom hoeft de Alphenaar zich geen grote zorgen te maken.