Netherlands
This article was added by the user Lucas Thomas. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Nog tijdens de bezetting begon de verering van bijna-heilige Titus Brandsma

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Profiel

Heiligverklaring Titus Brandsma Zondag wordt de Nederlandse priester Titus Brandsma, die omkwam in concentratiekamp Dachau, heiligverklaard door paus Franciscus.

14 mei 2022

Leestijd 3 minuten

Titus Brandsma zit eenzaam in cel nummer 557 in het Oranjehotel in Scheveningen, precies zoals hij het wil. Het is januari 1942 en de Friese pater pakt zijn pen, richt zich tot Jezus en dicht: „Ik ben gelukkig in mijn leed,/ Omdat ik het geen leed meer weet/ Maar ’t alleruitverkorenst lot,/ Dat mij vereent met U, o God.”

Brandsma’s gezondheid is niet best, hij weegt nog maar 54 kilo, maar zijn lijden onder de nazi’s accepteert hij zonder klacht, gedragen door een rotsvast geloof. Het gedicht Alleen zijn wordt de gevangenis uit gesmokkeld en nog tijdens de oorlog gepubliceerd.

Deze zondag verklaart paus Franciscus in Rome Titus Brandsma (Oege-klooster 1881 – Dachau 1942) heilig. Hij werd in 1985 al zalig verklaard door paus Johannes Paulus II, vanwege zijn verzet tegen de nazi’s. Om heilig te worden verklaard, moest er ook een wonder gebeuren dat verifieerbaar alleen aan hém kon worden toegeschreven.

Dat werd de genezing in 2004 van een agressieve vorm van huidkanker van de Amerikaanse karmelietenpater Michael Driscoll, waarom zijn gemeenschap gebeden had op voorspraak van Brandsma. Driscoll leeft nog steeds, en zal zondag in Rome bij de heiligverklaring aanwezig zijn.

Brandsma: „Te allen tijde zijn er mensen geweest die, zo nodig, als martelaar voor de kerk hun leven gaven.” Foto ANP

Brandsma’s leven was niet alleen opmerkelijk vanwege zijn verzet tegen de Duitse bezetter. Hij was een belangrijke figuur binnen de Katholieke Vernieuwing, een beweging die aan het begin van de twintigste eeuw voor de kerk van Rome een plek probeerde te vinden in een snel veranderende wereld. Het katholieke volksdeel in Nederland wilde zich, net als de arbeidersbeweging en de gereformeerden, emanciperen, en in dat proces speelde Brandsma een vooraanstaande rol.

In hun nog te verschijnen intellectuele biografie van Brandsma stellen Inigo Bocken en Ineke Cornet (Radboud Universiteit) dat de katholieke emancipatie opgewassen moest zijn „tegen uitwassen van liberalisme, positivisme en kapitalisme”. Brandsma beoogde een intellectueel reveil van zijn karmelietenorde zodat die „haar maatschappelijke rol op zich zou kunnen nemen”.

Anno Sjoerd Brandsma was in 1898 op zeventienjarige leeftijd het karmelietenklooster ingegaan en werd in 1905 tot priester gewijd. In 1923 werd hij hoogleraar aan de in dat jaar gestichte Katholieke Universiteit Nijmegen (nu de Radboud Universiteit) en in 1932 en 1933 was hij er rector magnificus. Toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen, liet Brandsma zich niet van de wijs brengen. Hij las die dag gewoon de Heilige Mis en nam daarna op de universiteit een kandidaatsexamen af.

In het boek Titus Brandsma, van held tot heilige, dat dezer dagen verschijnt, schrijft hoogleraar geschiedenis van de filosofie Christoph Lüthy dat Brandsma met een grenzeloos godsvertrouwen en „een bijna kinderlijke naïviteit” de strijd met de nazi’s aanging. Hij verzette zich tegen de inmenging van de autoriteiten in het katholiek onderwijs en was een belangrijke figuur in het conflict dat de katholieke pers uitvocht met de NSB.

Katholieke media weigerden advertenties van de Nederlandse nationaal-socialisten te accepteren, ondanks druk van de bezetter om dat wel te doen. Brandsma was resoluut: redacties die „prijs stellen op het katholieke karakter van haar dagblad” moesten advertenties van de NSB „beslist weigeren. Het kan niet anders. De grens is hiermee bereikt.”

Begin januari 1942 werd Brandsma door de Duitsers gearresteerd. Hij zou kort daarvoor gezegd hebben: „Nu krijg ik wat mijn deel is geweest, en waar ik altijd naar heb verlangd. Nu ga ik de cel tegemoet en zal ik pas een echte karmeliet zijn.”

Tijdens een verhoor op het Binnenhof in Den Haag door SS-Hauptscharführer Paul Hardegen verklaarde hij: „Te allen tijde zijn er mensen geweest die, zo nodig, als martelaar voor de kerk hun leven gaven.”

Geestelijk was hij er misschien klaar voor, maar Brandsma’s lichaam was niet berekend op de omstandigheden waaronder hij in gevangenschap moest leven. Na zijn verblijf in de gevangenis in Scheveningen werd hij overgeplaatst naar Kamp Amersfoort, waar hij als gevolg van dysenterie verder achteruitging.

Legendarisch is de lezing die Brandsma hier hield op Goede Vrijdag 3 april 1942. Gekleed in veel te grote gevangeniskleren stond hij op een appelkist en hield een betoog over de veertiende-eeuwse katholieke mysticus Geert Groote. De toespraak raakte de toehoorders, aldus Lüthy, „vanwege de parallellen met hun eigen angsten, of vanwege de wijze eruditie en empathie die Brandsma uitstraalde, of waarschijnlijk vanwege een combinatie van allebei”.

Brandsma belandde uiteindelijk in het concentratiekamp Dachau, waar hij op 26 juli 1942 overleed, waarschijnlijk aan een ontsteking van het darmslijmvlies. Via een verpleger van een Duitse geestelijke is het hem nog gelukt de communie en ziekenzalving te ontvangen. Drie dagen na zijn dood werd hij gecremeerd.

Al tijdens de bezetting begon de verering van Brandsma. De Katholieke Kerk kwam bepaald niet met onbesmet blazoen uit de oorlog – het optreden van paus Pius XII rondom de jodenvervolging is zeer omstreden – maar over Brandsma’s daden bestond geen twijfel.

De Nederlandse kerk heeft zich daarom onvermoeibaar ingezet voor Brandsma’s heiligverklaring en zondag volgt de ultieme erkenning van zijn opoffering, als paus Franciscus hem opneemt in het Martyrologium Romanum, de lijst van door de Katholieke Kerk erkende heiligen en martelaren.

Lees ook dit artikel over de duizend canonisaties van paus Johannes Paulus II
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 14 mei 2022