De Nederlandse sporters die komende zomer meedoen aan de Olympische en Paralympische Spelen in Tokio zullen op korte termijn een vaccinatie krijgen tegen COVID-19. De paar honderd olympiërs en paralympiërs zullen een prik ontvangen van het Pfizer-vaccin.

"Het is de bedoeling dat we dit zo snel mogelijk gaan doen", zegt technisch directeur Maurits Hendriks van NOC*NSF woensdag bij een digitaal persmoment van de sportkoepel. "We hebben de laatste dagen goede vorderingen gemaakt en directe lijnen met het RIVM, waardoor we eigenlijk op elk moment van start kunnen gaan met het vaccineren van de sporters."

Het demissionaire kabinet maakte dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer bekend dat de Nederlandse olympische en paralympische sporters voorrang krijgen in het vaccinatieproces. "Zo zorgen we ervoor dat zij optimaal in staat zijn om de prestaties te leveren waarvoor ze al jaren in training zijn", schrijft demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport). "Optimaal kunnen presteren op het podium van Olympische en Paralympische Spelen is ook een aansprekend middel om ons land internationaal op de kaart te zetten."

De sporters zullen gevaccineerd worden op Sportcentrum Papendal, waar al een reguliere priklocatie van de GGD is. "Daar is al veel ervaring en dat helpt ons", aldus Hendriks. "We gaan vanaf vandaag contact opnemen met de sporters om een afspraak in te plannen."

In eerste instantie gaat het alleen om de sporters, en niet om hun begeleiding. De verwachting is dat er zo'n driehonderd Nederlanders gaan meedoen aan de Olympische Spelen en zo'n honderd aan de Paralympische Spelen. Die aantallen zijn nog niet zeker, aangezien het kwalificatieproces nog loopt.

"De prioriteit ligt bij onze sporters", zegt de technisch directeur. "We hopen daarna zo snel mogelijk ook de mensen die onze sporters gaan begeleiden te prikken, maar dat zal meer in de lijn lopen van het reguliere vaccinatieplan van de overheid."