De in Zuid-Limburg aangetroffen seminaaktslakken met opvallend klein huisje behoren niet allemaal tot de Daudebardia rufa, meldt Nature Today zaterdag. Onderzoekers concludeerden dat er ook slakkenhuisjes van de Daudebardia brevipes tussen de waarnemingen zaten. Daarmee is Nederland niet één, maar twee slakkensoorten rijker.

De seminaaktslak werd twee weken geleden voor het eerst nabij de Eyserbeek in Zuid-Limburg aangetroffen. Malecologen hielden vervolgens een excursie in het gebied, waarbij ze het dier op meerdere plekken aantroffen.

De onderzoekers stelden op basis daarvan dat het ging om de Daudebardia rufa. Nadat het aantreffen van de nieuwe slakkensoort in Nederland woensdag bekend werd gemaakt, trokken onderzoekers van de Molluskenstudiegroep richting het gebied.

Zij zagen dat de daar aangetroffen slakkenhuisjes niet alleen tot die van de Daudebardia rufa behoorden, maar ook tot de sterk verwante en nog zeldzamere Daudebardia brevipes. Ook deze soort werd nog niet eerder aangetroffen in Nederland.

Hoewel de beide slakkensoorten sterk op elkaar lijken, zijn ze te onderscheiden aan de vorm van de zeer kleine huisjes. Beide dieren hebben huisjes die volgens Nature Today veel weg hebben van minieme baseball-caps. Het huisje van de Daudebardia rufa is echter iets meer afgevlakt dan die van de Daudebardia brevipes.

Nog niet duidelijk hoe de slaksoorten in Nederland zijn gekomen

Opvallend bij beide dieren is dat ze zich alleen kunnen terugtrekken in hun huisje op zeer jonge leeftijd. Voor volwassen dieren is dit niet mogelijk: hoewel de dieren maximaal 20 millimeter lang kunnen worden, beperkt de grootte van hun huisje zich tot maximaal 5,3 millimeter.

De grotendeels onder de grond levende slak leeft vooral in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Hoe de dieren in Nederland hebben kunnen komen, blijft nog gissen. Onderzoekers denken dat de slakken mogelijk op stenen zijn gekropen die gebruikt werden voor de aanleg van het talud voor de toeristische treinroute Miljoenenlijn in Limburg.