Netherlands
This article was added by the user Mason Turner. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Nergens in Afrika is de Russische aanwezigheid zo zichtbaar als in de Centraal Afrikaanse Republiek

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

De president van de Centraal Afrikaanse Republiek is geïrriteerd. De hele dag heeft Faustin-Archange Touadéra onder een genadeloze zon zijn stinkende best gedaan een man van het volk te zijn. Urenlang zat hij op een plastic stoeltje langs de hoofdweg naar zijn buitenverblijf, net buiten de hoofdstad Bangui, terwijl de beste triatleten uit het land gutsend van het zweet aan hem voorbij trokken. Hij moedigde ze aan. Hij reikte hun prijzen uit.

Maar aan het einde van de dag, uitpuffend onder de bananenbomen rond zijn veranda, moet hij toch weer een vraag beantwoorden die niet over hem of zijn verpauperde land gaat, maar over zijn gespierde lijfwachten, huurlingen van de Russische Wagner Group. De Russen weken de hele dag geen moment van zijn zijde, hun mondmaskers opgetrokken tot net onder hun ogen, hun ogen bedekt met zonnebrillen, zodat geen camera hun ware gezicht kan vastleggen. „Is dat de enige vraag die u interessant vindt? De Russische vraag?”, zegt Touadéra, met vuur in zijn ogen. „Wanneer uw huis in brand staat, vraagt u toch ook niet naar de kleur van het bluswater?”

De Centraal Afrikaanse Republiek, het op een na armste land ter wereld, is een proeftuin geworden in een groter geopolitiek spel. Terwijl westerse landen hun wapenleveranties aan Oekraïne versnellen, plant Rusland vlaggen op het Afrikaanse continent. Rusland levert bijna de helft van alle wapens die nu in Afrika in omloop zijn en ging militaire overeenkomsten aan met inmiddels 29 Afrikaanse landen. Wagner-huurlingen zijn nu actief in Mali, Libië en Soedan.

Nergens is de Russische aanwezigheid zo zichtbaar als in de Centraal Afrikaanse Republiek. De huurlingen van Wagner kom je tegen in de belangrijkste restaurants en supermarkten en op straat, in hun kaki terreinauto’s zonder nummerbord. De Russische ambassade opende een Ruslandhuis, inclusief draaimolen, waar studenten wekelijks Russische taallessen kunnen volgen. De hoofdstraat van Bangui staat vol billboards die Russische wodka aanprijzen. Een Russische filmploeg nam een oorlogsfilm op met westerlingen als slechteriken en Russen als bevrijders.

Dit is een land dat volgens de metafoor van de president al geruime tijd in brand staat. Sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960 waren er vijf geslaagde staatsgrepen. Een coalitie van voornamelijk islamitische rebellengroepen genaamd Seleka, nam in 2013 de hoofdstad Bangui in. De burgeroorlog die volgde werd beëindigd met een vredesakkoord en verkiezingen in 2016, die Touadéra won. Maar omdat hij zich door een wapenembargo niet kon bewapenen, riep hij de hulp in van de Russische president Vladimir Poetin. Die stuurde – officieel – 1.100 ‘ongewapende trainers’ om het nationale leger bij te staan. In werkelijkheid waren dit huursoldaten van de Wagner Group, een privaat militair bedrijf, berucht vanwege operaties in Oekraïne en Syrië en opgericht door Dmitry Utkin, naar verluidt een bewonderaar van het Derde Rijk en de Duitse componist Richard Wagner.

Toen gewapende groeperingen in januari 2021 opnieuw Bangui probeerden in te nemen, vochten de Wagner-huurlingen zij aan zij met het nationale leger en soldaten uit Rwanda, dat eveneens te hulp schoot. Inmiddels is 90 procent van het grondgebied weer in handen van de regering.

„Zonder Rusland waren we nu geen staat meer geweest”, zegt Fidele Gouandjika, al zestig jaar boezemvriend, adviseur en meervoudig minister in het kabinet van president Touadéra. „De Verenigde Naties zitten hier al sinds 1998, ze hebben niets voor ons gedaan. De Europese Unie, de Fransen: het enige wat ze doen is aaien en praten over mensenrechten. Maar wij voeren een oorlog tegen gewapende groepen die onze huizen platbranden, onze vrouwen verkrachten, onze kinderen vermoorden. Met onze partners uit Rusland en Rwanda voeren we aanvallen uit. Noem het een speciale operatie. De complete vernietiging van de vijand.”

Terug in de hoofdstad Bangui, in de krottenwijk PK5, opent Ali Osman een plastic zak. Daaruit haalt hij een schrift met bruinleren kaft. Osman is de coördinator van de islamitische gemeenschappen in de Centraal Afrikaanse Republiek, een land dat voor 80 procent christelijk is en 10 procent moslim. Hij zet zijn opvouwbare leesbrilletje op de punt van zijn neus en begint te bladeren door zijn handgeschreven notities. Hij somt op: gijzelingen van moslims tijdens nachtelijke Wagner-patrouilles. Het platbranden van winkels van moslims in stadjes waar goud en diamanten worden gewonnen en die zijn overgenomen door de Russen. Executies in gevangenissen en het dumpen van slachtoffers langs de kant van de weg, met de handen achter de rug gebonden en een plastic zak over hun hoofd. Onthoofdingen door milities, met luchtsteun van Wagner. Hij noemt de plaatsen delict: Boyo, Bambari, Gallougou, Bria. „En het gaat nog altijd door. Mensen worden gedood, moslims maar ook christenen, met barbaarse methoden. Excessen in heel het land. Dat, meneer, is wat de Russen hier doen.”

De excessen worden bevestigd in een net verschenen rapport van Human Rights Watch. Getuigen vertellen over „mannen in kaki uniformen met een witte huid, maskers tot onder hun ogen, zonnebrillen, Russisch sprekend”.

Maar niet alleen de burgerbevolking wordt bedreigd. Regeringstroepen en hun Russische collega’s clashen nu geregeld met vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap. In november namen soldaten van de presidentiële garde een bus met personeel van de Verenigde Naties onder vuur. Tien blauwhelmen raakten gewond. Een maand later werden vier Franse soldaten gearresteerd op de luchthaven van Bangui en beschuldigd van het beramen van een staatsgreep. Ze waren de lijfwachten van een hoge Franse generaal. Wagner-huurlingen bedreigden vorig jaar een hoge VN-diplomate die op bezoek was in een dorp aan de grens met Kameroen en dwongen haar te vertrekken.

„Weet u dat de Centraal Afrikanen Bangui een stad vol geruchten noemen? Het is soms lastig onderscheid te maken tussen waarheid en fictie”, verzucht de consul van de Russische federatie, Vladislav Ilin. Iedere zaterdagochtend doceert hij internationale betrekkingen op de hogeschool van Bangui. „Oekraïne en Rusland zijn broeders. Wij wilden niet dat Oekraïne bij de NAVO en de EU ging horen. Maar het Westen heeft onze vraag genegeerd.”

Achterin de klas schudt student Alain Mogboko zijn hoofd. „Dus de NAVO en de EU hebben Oekraïne tegen Rusland opgezet, meneer? Zo gauw Oekraïne zich op het Westen heeft gericht, gingen de dingen fout. Net zoals hier in de Centraal Afrikaanse Republiek. Alle Afrikaanse koloniën zijn Frankrijk zat. Is dat niet hetzelfde meneer?” De consul knikt.

De Centraal Afrikaanse Republiek wordt ook wel de doodlopende straat van het Franse kolonialisme genoemd. De Fransen kwamen er bij toeval terecht nadat hun opmars vanuit West-Afrika naar de Rode Zee eind negentiende eeuw door de Britten werd gestopt in Fachoda, in het huidige Soedan. De Fransen verloren en zakten de Oubangui-rivier af om hun wonden te likken. In de halve eeuw na de komst van de eerste Franse missionarissen halveerde de bevolking van wat nu Centraal Afrikaanse Republiek wordt genoemd, als gevolg van ziektes, deportaties en uitbuiting in strafkampen. Het land was te groot om te besturen, dus het grondgebied werd in concessies verdeeld en uitbesteed aan bedrijven, wildparken, houtkappers, mijnbouwers. De woede over de Franse uitbuiting dreef de Centraal Afrikanen na de onafhankelijkheid al in de armen van de Russen. Generaal Jean-Bedel Bokassa haalde de banden met Moskou in de jaren zeventig al aan. In 1979 werd de zelfbenoemde keizer met Franse hulp ten val gebracht.

De Russische terugkeer is een doorn in het oog van Parijs. In 2021 stopte Frankrijk met alle directe begrotingssteun (10 miljoen euro per jaar) en militaire hulp. „Wij willen niet via een omweg Wagner betalen”, zegt een Franse diplomaat in de hoofdstad.

De Russische consul moet lachen om die redenering. „Aan de ene kant zijn de Fransen blij dat de Centraal Afrikaanse Republiek nu weer stabiel is. Aan de andere kant stoppen ze met de financiering. En nu beweren ze dat wij de Centraal Afrikaanse Republiek hebben gegijzeld. Wij zijn hier alleen maar om de Centraal Afrikanen te helpen.”

Het Franse leger is onzichtbaar geworden in de straten van de hoofdstad Bangui. De troepen hebben zich teruggetrokken op de legerbasis bij het vliegveld. Franse soldaten laten zich alleen nog op zaterdagochtend zien op het gazon van de Alliance Française, het Franse cultuurhuis.

De militairen hebben de mouwen van hun camouflagehemden opgestroopt om in kleermakerszit de allerjongsten voor te lezen uit Franse kinderboeken. Verderop luisteren Centraal Afrikaanse tieners naar de stichtelijke woorden van de witte militairen. „Mijn naam is Corinne, ik ben hier sinds anderhalf jaar en vandaag willen we het hebben over tolerantie. Tolerantie betekent dat je mensen met een andere huidskleur en een andere religie accepteert”, zegt Corinne Brogly-Wittersheim. De studenten aan de andere kant van het grasveld schudden hun hoofd. Een van hen zegt: „Witte mensen, vooral Fransen, hebben nog altijd de neiging om op zwarte mensen neer te kijken. We hebben hier nu de Franse cultuur die ons vertelt dat we tolerant moeten zijn. Maar er zijn Fransen die Afrikanen nog altijd bij het n-woord noemen. Dat hoor je op de radio, de televisie. Het zijn jullie die ons discrimineren.”

Op die golf van anti-Frans sentiment maken de Russen hun rentree. Desinformatiecampagnes tegen de Fransen en de internationale gemeenschap wakkeren die gevoelens nog wat verder aan. De Russen financieren een radiostation en een tekenfilm op tv waarin Russen hun vrienden in Afrika komen redden.

Er worden straatprotesten georganiseerd tegen de Verenigde Naties, tegen de Fransen en voor de Russische inval in Oekraïne. Journalisten die de desinformatie willen bestrijden worden bedreigd, of verdwijnen. Op 22 februari overleed journalist Saint-Clair Maka Gbossokotto onder verdachte omstandigheden. Volgens zijn echtgenote had hij schuim om de mond en vertoonde hij ook andere tekenen van vergiftiging. De journalist schreef veel over Wagner en de Russische aanwezigheid in de Centraal Afrikaanse Republiek.

„We moeten nu allemaal voorzichtig zijn. Er zijn voortdurend geruchten over vergiftigingen”, zegt onderzoeksjournalist Georges Ouapure, die een campagne tegen desinformatie leidt. „ Er is een geopolitiek conflict gaande. En wij zitten er middenin.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 14 mei 2022