Netherlands

Jaar na pensioenakkoord, overleg blijft moeizaam

Pensioenakkoord Minister Koolmees (Sociale Zaken) hoopt maandag afspraken te maken over lastige knelpunten in de vorig jaar afgesproken pensioenhervorming. De vraag is of dat zo snel lukt.

‘Dames en heren, het is ons gelukt.” Precies een jaar geleden, op 5 juni 2019, deed minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) weinig moeite om zijn trots te verbergen. In een goedgevulde raadszaal van de Sociaal-Economische Raad (SER) in Den Haag presenteerde hij, samen met vakbonden en werkgeversorganisaties, het pensioenakkoord. „Na járen van denken, discussiëren en dubben”, zei Koolmees, „gaan we nu doen wat we niet langer voor ons uit kunnen schuiven.”

Het principeakkoord hoefde alleen nog uitgewerkt te worden. Vóór de zomervakantie van 2020.

Het denken, discussiëren en dubben is er niet minder om geworden. Nu de deadline voor de gedetailleerde uitwerking nadert, is er vrijwel dagelijks – ook deze vrijdag weer – overleg tussen ambtenaren, deskundigen van vakbonden en werkgevers, en vertegenwoordigers van pensioenfondsen.

Koolmees hoopt maandag, in een vergadering met de voorzitters van de vakbonden en werkgeversorganisaties, de laatste grote knopen door te hakken over de nieuwe regels voor het aanvullende pensioen – dat werknemers opbouwen voor bovenop hun AOW-uitkering.

Daarna zouden vakbonden en werkgevers hun achterban kunnen raadplegen en Koolmees, op 19 juni, de ministerraad. Maar onzeker is of dat lukt, want er liggen nog allerlei moeilijke vraagstukken op tafel.

Over de hoofdlijnen zijn de onderhandelaars het al eens. Pensioenfondsen gaan niks meer beloven. Nu nog krijgt een werknemer in ruil voor de pensioenpremie een klein stukje toekomstige uitkering: een ‘pensioenaanspraak’. Fondsen moeten steeds weer terugrekenen hoeveel vermogen ze nú nodig hebben om die beloftes waar te kunnen maken.

Voor dat terugrekenen moeten zij de rente gebruiken. Hoe lager de rente is, hoe meer geld een fonds moet hebben. Nu de rente al jaren daalt, komen pensioenfondsen steeds verder in de problemen.

Vooral vakbonden wilden de pensioenfondsen verlossen van die rekenregels. Maar dat kan alleen als de fondsen niks meer beloven, zeiden Koolmees en pensioentoezichthouder De Nederlandsche Bank.

Lees ook: Sociale partners verkennen nóg onzekerder pensioen

Daarom staat in het nieuwe pensioen het pensioenvermogen van nú centraal. Werknemers zien vooral hun ingelegde premies plus het resultaat van de beleggingen. Fondsen zullen alleen nog voorzichtig voorspellen wat je later krijgt.

Het worden geen individuele pensioenpotjes. De fondsen blijven het pensioengeld vanuit één collectieve pot beleggen. Wel kunnen werknemers zien hoeveel geld er voor hen gereserveerd is.

Het pensioen gaat ook meer meebewegen met de stand van de financiële markten. Door het loslaten van alle beloftes, hoeven fondsen geen grote financiële reserves meer aan te leggen voor slechtere tijden. Beleggingswinsten mogen direct uitgedeeld worden. Maar door het ontbreken van die reserves zal het pensioen na een verlies ook sneller dalen.

De onderhandelingen gaan nu vooral nog over taaie, technische, maar cruciale details. Het grootste probleem, zeggen betrokkenen, is het compenseren van mensen die er financieel op achteruitgaan na het invoeren van het nieuwe stelsel – vooral veertigers.

Dat komt door een andere afgesproken verandering. De zogeheten ‘doorsneepremie’ wordt afgeschaft. Die regelt dat een jonge werknemer voor elke euro pensioenpremie evenveel pensioen opbouwt als een oudere werknemer. Dat klinkt eerlijk, maar de euro van een jongere is meer waard, omdat die langer kan renderen. De doorsneepremie is dus eigenlijk een subsidie van jong naar oud. Vooral het kabinet wilde daar graag vanaf.

Voor wie zijn hele leven bij hetzelfde pensioenfonds is aangesloten, is de doorsneepremie geen probleem. Maar wie bijvoorbeeld op 45-jarige leeftijd zzp’er wordt en het pensioenfonds verlaat, heeft de subsidie wél betaald, maar niet ontvangen.

Bij afschaffing van de doorsneepremie doemt precies dát probleem op. Zodra de nieuwe regels ingaan, lopen 45-plussers de subsidie mis die zij als jongere wel moesten betalen.

Deze mensen moeten gecompenseerd worden, staat in het pensioenakkoord, maar hoe?

Voor de traditionele pensioenfondsen, waar de meeste werknemers bij zijn aangesloten, is al een aantal mogelijke oplossingen bedacht. Veel ingewikkelder is dit probleem bij de ruim een miljoen mensen die hun pensioen opbouwen bij een verzekeraar of ‘pensioenpremie-instelling’.

Eén oplossing ligt het meest voor de hand: de pensioenpremies verhogen. Die zouden dan volgens berekeningen tien jaar lang rond de 40 procent hoger moeten worden, zeggen betrokkenen. Maar dat stuit op weerstand bij de bedrijven die voor deze forse premiestijging moeten opdraaien.

Een ander dilemma: wat moet er gebeuren met de pensioenaanspraken die werknemers tot nu toe hebben opgebouwd? Moeten die allemaal worden omgezet naar het nieuwe systeem?

Dat is wel wat het grootste pensioenfonds ABP (ambtenaren en onderwijs) wil, net als een aantal andere grote fondsen. Anders moeten zij nog tachtig jaar met twee verschillende pensioensystemen naast elkaar blijven werken. Dat is niet alleen moeilijk uitvoerbaar, maar ook lastig in de communicatie naar deelnemers.

Lees ook dit interview met FNV-vicevoorzitter Tuur Elzinga: ‘Geen beloftes meer over hoogte uitkering’

Deze grote fondsen willen zelfs dat de overheid hen verplícht om al het pensioengeld over te hevelen. Anders vrezen ze rechtszaken van boze werknemers, die hun ‘zekere’ pensioenaanspraken ingeruild zien worden voor een pensioenvermogen dat minder zeker is. Als de overheid die overgang verplicht stelt, moeten die werknemers de overheid voor de rechter dagen. Daarom ziet het ministerie van Financiën zo’n verplichting juist niet zitten.

Ook moet er nog besloten worden of alle pensioenfondsen tegelijk moeten overgaan op de nieuwe regels – dat zou dan waarschijnlijk pas in 2026 of 2027 kunnen, omdat kleinere fondsen veel voorbereidingstijd nodig hebben. Ook niet onbelangrijk: hoe moeten pensioenfondsen in de tussentijd omgaan met dreigende pensioenverlagingen, nu de fondsen er mede door de coronacrisis slecht voorstaan?

Koolmees blijft hopen dat voor deze problemen in de komende dagen een oplossing wordt gevonden. Zijn ambtenaren zullen in ieder geval overuren blijven maken. Een andere betrokkene benadrukt dat de haast het niet moet winnen van zorgvuldigheid: „Als we dit nu fout doen, wordt ons dat oneindig lang nagedragen.”

Football news:

Inter zal hun contracten met Handanovic en D ' Ambrosio verlengen tot 2022
Pep Guardiola: ik zou in Manchester City en in League 2 zijn gebleven
Manchester United is klaar om Alexis, Lingard, Smalling, Dalot, Jones en Rojo te verkopen
Frank Lampard: ik verwacht meer van Chelsea, maar nu is het resultaat het belangrijkste
Atalanta verliest niet 15 wedstrijden op rij-13 overwinningen en 2 trekkingen
Lorient gooide een nieuwkomer uit het vliegtuig en stuurde een andere onder water-allemaal omwille van presentaties op sociale netwerken
Pasalic scoorde een hattrick in de wedstrijd tegen Brescia. Atalanta slaat de tegenstander om 6:1