Precies een jaar na de verwoestende mega-explosie in de haven van Beiroet heeft een internationale donorconferentie voor de noodlijdende bevolking van Libanon ruim 310 miljoen euro opgeleverd. Dat is iets meer dan de 300 miljoen noodhulp die door de Verenigde Naties voor de komende twaalf maanden was gevraagd.

Bijna een derde, 100 miljoen euro, werd gedoneerd door Frankrijk. Parijs had als voormalig bestuurder van Libanon de videobijeenkomst georganiseerd. De Verenigde Staten kwamen met 100 miljoen dollar (85 miljoen euro) over de brug. Nederland zegde 10 miljoen toe. Het gaat nadrukkelijk niet om financiële steun voor de heropbouw. Daarvoor willen de meeste donoren eerst grondige hervormingen zien.

Kort na de ramp was internationaal al 280 miljoen euro ingezameld. Omdat de situatie verder is verslechterd, is er volgens de Verenigde Naties meer geld nodig voor voedsel, onderwijs, gezondheid en waterzuivering. Aan de donorconferentie deden tientallen staten en internationale organisaties mee.

Bij het drama vielen ruim tweehonderd doden. Een deel van de stad werd grotendeels vernield door de ontploffing van tonnen ammoniumnitraat die onveilig waren opgeslagen in een loods. Voor de explosie kampte Libanon al met een economische en politieke crisis.