Netherlands

Is er tussen ‘safe space’ en ‘vrijplaats’ nog ruimte voor kunst?

Dit is niet het tijdsgewricht waarin we het werk van de Amerikaanse schilder Philip Guston (1913-1980) op zijn echte waarde kunnen beoordelen. Het bleek overigens ook niet het ideale jaar voor Dombo, Peter Pan en Erik Kessels, maar daarover later meer. Dat dit niet het tijdperk is voor Guston stelden althans drie Amerikaanse en één Britse museumdirecteur vorige maand in een gezamenlijk statement. Met hun musea hadden de directeuren van onder andere de National Gallery in Washington en Tate Modern in Londen voor 2021-2022 een grote expositie voorbereid rond het werk van Guston. Die expositie (waaraan jaren was gewerkt) stellen ze uit, in ieder geval tot 2024, „totdat we denken dat de krachtige boodschap van sociale en raciale rechtvaardigheid die centraal staat in het werk van Philip Guston duidelijker kan worden geïnterpreteerd”.

Steen des aanstoots: Guston schilderde veel racistische Ku Klux Klan-leden, en die werken zouden een plek krijgen op de expositie. Bewust sullig geschilderde karikaturen, in alledaagse situaties – sigaren rokend, rondrijdend in een cabrio, zoals op Riding Around – door de schilder bedoeld om te wijzen op de banaliteit van alledaags racisme in de VS. Maar toch, het zou maar verkeerd kunnen vallen, in deze tijd van mondiale anti-racismebewegingen.

Philip Guston, ‘Riding Around’ (1969, olieverf op doek, 137,2 x 200,7 cm, privécollectie) Foto Genevieve Hanson/ Courtesy Hauser & Wirth

Een laf en betuttelend besluit, vonden critici. „Van ons als kunstmusea mag juist worden verwacht dat we moeilijke kunst laten zien en kunstenaars steunen”, schreef Tate Modern-conservator Mark Godfrey, die de Guston-expositie in Londen zou begeleiden. Woensdag werd bekend dat hij daarna door zijn museum op non-actief is gesteld. Volgens Musa Mayer, de dochter van Guston, schuilt het gevaar niet in haar vaders schilderijen, „maar in het wegkijken”.

Een belangrijke vraag werd in het statement van de museumdirecteuren niet beantwoord: wat voor toekomst zien zij voor zich waarin we Gustons werk beter zouden kunnen beoordelen?

In zijn roman De Goede Zoon (2018) schetst Rob van Essen een wereld waarin boeken alleen verschijnen met de disclaimer dat uitgever en auteur eraan hechten „te benadrukken dat beschreven gedragingen, handelingen en/of uitspraken [...] op geen enkele wijze overtuigingen en opvattingen uitdragen die zij delen”. De hoofdpersoon van het boek (zelf auteur van plotloze thrillers) vindt het wel best: „Waarom zouden ze [de lezers] zich nog langer laten vergiftigen met foute ideeën en afkeurenswaardig gedrag?”

Is dit de toekomst waarop we afstevenen? Een cultuur waarin alle kunst die schuurt, onaangenaam is of de slechte kant van de mens laat zien, wordt gladgestreken, in het depot blijft staan of wordt ingepakt in wollig geformuleerde disclaimers?

‘Het is mogelijk om kunst minder te zien als propaganda – goed of slecht – en meer als kans voor dialoog’

Een groep van 153 schrijvers en kunstenaars publiceerde deze zomer een brief in Harper’s Magazine, waarin ze schreven dat de „vrije uitwisseling van informatie en ideeën” met de dag verder wordt beknot, door strenge vergelding van „vermeend ontoelaatbare uitingen en meningen”. De films Dombo, Peter Pan en De Aristokatten worden vanaf deze maand op streamingdienst Disney+ voorzien van een racismewaarschuwing die niet onderdoet voor die van Van Essen: in dit programma zijn „negatieve afbeeldingen en/of mishandeling van mensen of culturen” te zien. „Deze stereotypen waren toen verkeerd en zijn dat nu nog steeds. In plaats van deze inhoud te verwijderen, willen we de schadelijke impact ervan erkennen, ervan leren en een gesprek op gang brengen om samen een meer inclusieve toekomst te creëren.”

De kijker hoeft niet zelf te (ver)oordelen, dat is al gedaan.

In Breda werd de toeschouwer onlangs ook tegen zichzelf in bescherming genomen. De anonieme actiegroep We Are Not A Playground startte een online petitie tegen het werk Destroy My Face van Erik Kessels, dat gemonteerd was op een skatebaan in Breda. Die foto-installatie bestond uit zeventig grote portretten van digitaal samengestelde fictieve gezichten die cosmetische chirurgie hadden ondergaan. Skaters zouden hun gezichten tijdens de duur van het festival BredaPhoto langzaam met hun wieltjes verminken, en zo de gedaanteverwisseling voltooien. Vrouwonvriendelijk, volgens de petitieondertekenaars, het zou geweld tegen vrouwen kunnen uitlokken, vond een aantal van hen. De petitie ging internationaal viraal op internet, en toen sponsoren hun samenwerking met skatebaan Pier15 dreigden op te zeggen, was het werk in een mum van tijd weg.

De oproep om zijn werk te verwijderen was een voorbeeld van cancel culture, zei Kessels, die honderden woedende mails zegt te hebben ontvangen en gevraagd werd terug te treden uit de jury van een Britse fotoprijs. Hij ziet het als een voorbeeld van een cultuur waarin het gewoon is geworden om via sociale media op te roepen tot boycot van een persoon omdat die iets verkeerds zou hebben gedaan of gezegd. Opvallend is dat de kritiek niet van radicale religieuze of conservatieve groepen komt, maar juist vanuit een veelal progressief, kunstminnend publiek.

Het is te gemakkelijk om simpelweg door sociale media aangejaagde polarisatie en ‘cancel culture’ de schuld te geven

De discussie rond het werk van Kessels wordt op het scherp van de snede gevoerd. Tegenstanders van het verwijderen hameren bijna dogmatisch op artistieke vrijheid. „Je mag een kunstwerk smakeloos vinden, maar van de kunstenaarsvrijheid blijf je af”, schreef Volkskrantcolumnist Elma Drayer. „Zelfcensuur” ligt op de loer, aldus haar krant in een commentaar. Kunstenaar Tinkebell, die zelf meerdere keren het onderwerp was van controverse, noemde het in de Volkskrant onvergeeflijk als een kunstenaar een andere kunstenaar aanvalt: „Dan maak je de kunstsector kapot.” Nee, „juist een skatepark moet een safe space zijn”, schreef Nanja van Rijsse in NRC. Het is ‘safe space’ of ongelimiteerde ‘artistieke vrijheid’. Is daartussen niets mogelijk?

In zijn analyse van de discussie rond de Guston-tentoonstelling noemt ArtNet News-redacteur Ben Davis het „verdwijnen van context” als een van de verklaringen voor de ontstane situatie. Musea zijn volgens hem het vermogen verloren om de context van hun expositie te beheersen. Niet langer staat het „professionele kunstdiscours en de ervaring in de galerie” centraal in het ‘culturele gesprek’. Tegenwoordig „domineert het debat dat op sociale media gevoerd wordt”, ook ín de museumzaal.

Davis ziet nog een tweede fenomeen: het onderscheid tussen ‘paranoid reading’ en ‘reparative reading’, dat hij leent uit het werk van cultuurfilosoof Eve Kosofsky Sedgwick. Bij een paranoïde lezing is de toeschouwer zozeer op zoek naar een verborgen ‘foute’ betekenis van het werk, dat die analyse de enige juiste lijkt. Natuurlijk kan een kunstwerk foute maatschappelijke structuren in zich dragen en versterken (dat gebeurt regelmatig), maar een monopolie van paranoïde lezing kan een open houding in de weg zitten. Dit kan zover gaan dat de toeschouwer niet meer kijkt naar of een bepaalde associatie er ís, maar of iemand een bepaalde associatie zou kúnnen maken.

Sedgwicks alternatief voor ‘paranoïde lezen’ is wat ze ‘herstellend lezen’ noemt. Dit is een stijl van lezen van (of kijken naar) het culturele object met oog voor wat voor goeds er van het werk zou kunnen komen, om het als het ware het voordeel van de twijfel te geven. Geen van beide manieren van lezen is ‘juist’. De ‘paranoïde stijl’, denkt Eve Kosofsky Sedgwick, is bijna synoniem met maatschappijkritiek; de ‘herstellende stijl’ kan ook de aanpak van maatschappelijke problemen verhinderen.

Musea proberen het ‘verlies van context’ soms te compenseren met hypercontextualisering. Dat blijkt onder andere uit het toevoegen van extra wandteksten, zoals bij een foto van Michael Jackson waarin de beschuldigingen van seksueel misbruik nog eens worden genoemd. In Basel stond in 2018 een museummedewerker naast een schilderij van Balthus waarop de witte onderbroek van een dromerig meisje te zien is, om „in gesprek te gaan over het schilderij”. Maar met dit soort expliciete toelichtingen blus je wel het kritisch vermogen van de toeschouwer uit.

Het verlies van context verklaart deels wat er rond Destroy My Face gebeurde. De zaak kreeg pas vleugels toen Amerikaanse skateboarders zich ermee gingen bemoeien. In een aanvullende toelichting op de website van BredaPhoto zei Kessels met zijn werk het onrealistische schoonheidsideaal op sociale media aan de kaak te willen stellen (over of dat gelukt is kun je discussiëren), maar het is de vraag of alle critici zijn tekst en uitleg gelezen hebben.

Andersom erkende Kessels, in kunsttalkshow Stampa, „totaal onderschat te hebben” hoe afzonderlijke foto’s van zijn werk online viraal konden gaan. Hij zei zich ook wel te kunnen voorstellen dat „een beeld dat verder helemaal geen toelichting heeft dit soort reacties geeft”. Hij had zich vergist in zijn publiek: dat bleken niet alleen de bezoekers van BredaPhoto en de skatebaan te zijn, maar ook de mondiale skategemeenschap.

‘Het debat dat op sociale media gevoerd wordt domineert, ook ín de museumzaal’

Het is te gemakkelijk om simpelweg door sociale media aangejaagde polarisatie en ‘cancel culture’ de schuld te geven. Onder hashtags als #metoo en #blacklivesmatter worden ernstige vormen van ongelijkheid bestreden. Kunstenaars en instellingen proberen gelukkig op allerlei manieren daarvan rekenschap te geven. Diversiteit en inclusiviteit worden soms als toverwoorden gebruikt, regelmatig proberen instellingen écht te veranderen, en ook de kunst zelf wordt steeds vaker ingezet om maatschappelijk onrecht aan de kaak te stellen. Dan is het logisch, en gewenst, dat kunst ook maatschappelijke kritiek ontvangt. De vraag is hoe je die kritiek een plek kunt geven.

Wie voorbij de beschuldigingen van cancel culture inzoomt op de discussies rondom Guston en Kessels ziet dat er concrete, inhoudelijke, institutionele kritiek plaatsvindt. De critici zijn niet tégen kunst in het algemeen – sterker nog, ze geloven, vermoed ik, net zo sterk als de kunstenaar dat kunst de wereld kan veranderen, anders hadden ze zich er niet zo boos over gemaakt.

Bij het uitstel van de Guston-expositie speelde mee, zei directeur Kaywin Feldman van de National Gallery, dat geen van de samenstellers van de expositie een persoon van kleur was. In een interview spreekt ze over ongelijkheid en diversiteit binnen het team (98 procent van de curatoren is wit, 83 procent van de zaalwachten van kleur) en de programmering. Dat het museum daarnaast in voorgaande jaren weinig niet-witte kunstenaars exposeerde, maakt het volgens haar „moeilijk dat een van onze eerste grote tentoonstellingen over racisme vanuit een wit perspectief komt”.

Die kwesties wil Feldman eerst aanpakken, daarnaast gaat ze meer perspectieven verzamelen rond Guston en wordt de tentoonstelling aangepast om meer „context toe te voegen”. „Ik denk dat we hier allemaal weten dat we veel werk te doen hebben om de instelling te veranderen.”

Lees ook het onderzoek naar Nederlandse kunstmusea: Diversiteit is beleid, maar de directeur is altijd wit

Ook bij de kwestie rond Kessels ging het over meer dan dat ene kunstwerk. De petitiemakers benadrukken in een van hun statements dat het ze te doen is om de „giftige structuren” waarin dit volgens hen problematische werk heeft kunnen ontstaan. Ze vragen daarom om een „sectorbrede structurele verandering”.

In het huidige debat kunnen musea, kunstenaars en kunstfestivals terecht of onterecht onder een vergrootglas komen te liggen. Zij moeten in staat zijn om hun werk van context te voorzien. Daarvoor hoeven geen kunstwerken te sneuvelen, als de kritiek een inhoudelijke plaats krijgt binnen het programma, liefst één die de wollige disclaimer vooraf overstijgt. Er moet, ook bij de toeschouwer, telkens een nieuwe balans gevonden worden tussen ‘paranoïde lezing’ en ‘helende lezing’. Of, zoals Ben Davis schrijft: „Het is mogelijk om kunst minder te zien als het opleggen van propaganda – goed of slecht – en meer als een kans om vormen van dialoog op te bouwen over belangrijke zaken.”

Wat dat betreft is het zonde dat het gesprek tussen BredaPhoto en We Are Not A Playground nooit van de grond is gekomen. Meerdere gelegenheden voor gesprek werden door de activisten afgewezen, omdat ze Kessels geen platform wilden geven. Maar dat platform krijgt hij toch. BredaPhoto organiseert volgende maand alsnog een discussie over de kwestie, met Erik Kessels als een van de gasten.

De leden van We Are Not A Playground slagen er ondertussen toch in hun kritiek productief te maken: ze geven als platform workshops op de kunstacademie, delen vacatures in de culturele sector op Instagram en houden vraag&antwoord-sessies met kunstmakers die zich inzetten voor een meer inclusieve cultuur. Over een workshop aan eerstejaars studenten op de Haagse kunstacademie KABK schreven ze op Instagram gelukkig te zijn les te kunnen geven aan „een instelling, onze favoriete plek om te haten”. En: „Zouden ze beseffen dat ze [met deze studenten] hun eigen vijanden aan het opleiden zijn?” De studenten maakten posters rondom het werk van Kessels met teksten als „Why is ending gender inequality a debate?” en „Your work has an impact, which can be reviewed seperate from your intentions”. Institutionele kritiek ‘in het hol van de leeuw’, daar kan de kunstwereld alleen maar beter van worden.

Discussieavond over ‘cancel culture’ met o.a. Fleur van Muiswinkel (directeur BredaPhoto), kunstenaar en activist Alina Lupu en kunstenaar Erik Kessels, 20 nov, Theater Chassé in Breda. Inl: BredaPhoto.nl

Football news:

Real begon met Alaves: stomme hand Nacho en wild pass Courtois-opnieuw verslaan
20 patronen van tijden van de Tweede Wereldoorlog gevonden op basis van de Roma
Zidane Ob 1:2 met Alaves: de start van de wedstrijd is de slechtste voor Real Madrid in het seizoen. We hebben geen stabiliteit over de 7 overwinningen van de club in 14 wedstrijden van het seizoen in alle competities.Ik heb hier geen verklaring voor. Vandaag wisselden we goede periodes af met slechte. Wanneer de tegenstander scoort in de derde minuut, wordt alles erg moeilijk. Dit is onze huidige realiteit
Een duidelijke straf! Oh, mijn God. Ramos en Carvajal op de val van Hazard in de wedstrijd met Alaves
Marcelo werd aan het haar getrokken, het was nodig om een 11-meter schot te plaatsen. Er was geen straf op Hazard
Favre Pro 1:2 met Keulen: ze zaten in de verdediging en Borussia had te veel haast. Er waren weinig kansen dat de coach van Borussia Dortmund Lucien Favre de wedstrijd tegen Keulen goed organiseerde. Ze deden de verdediging en deden het goed. We waren een beetje ongeduldig en soms te snel om te handelen
Real Madrid gaf toe na een fout van Courtois op een pas. Forward Alaves scoorde in een leeg net (Real Madrid keeper Thibaut Courtois maakte een productieve fout in de La Liga wedstrijd met Alaves) de Belg probeerde onder druk van forward Lucas Perez zijn partners in het midden van het veld een pas te geven. De bal werd onderschept door Alaves striker Joselu, die in een leeg net scoorde