Russische hackers hebben de afgelopen dagen Amerikaanse computernetwerken gehackt, waarmee ze toegang tot stemsystemen kunnen krijgen. Amerikaanse inlichtingendiensten denken dat Rusland hierdoor een grotere dreiging vormt dan Iran bij de aankomende presidentsverkiezingen. Dat schrijft The New York Times.

John Ratcliffe, chef van de Amerikaanse inlichtingendiensten, zei donderdag dat Iran en Rusland kiezersdata in handen hebben. Daarmee kunnen de landen proberen de presidentsverkiezingen te beïnvloeden. Maar ingewijden van de inlichtingendiensten noemen het vreemd dat de focus van Ratcliffe tijdens zijn toespraak op Iran lag. Volgens hen vormt Rusland een grotere dreiging.

Op dit moment is er geen bewijs dat Russen iets in de stemsystemen hebben veranderd, zeggen bronnen. Maar de Amerikaanse autoriteiten verwachten dat als er geen president wordt verkozen tijdens de verkiezingsnacht, Russen kunnen ingrijpen. Ze zouden websites offline kunnen halen of informatie naar buiten kunnen brengen, waarmee de integriteit van stemresultaten in twijfel kan worden getrokken.

Dat kan ertoe leiden dat er meer ruchtbaarheid wordt gegeven aan uitspraken van de Amerikaanse president Donald Trump. Hij zei eerder dat het stemsysteem van de verkiezingen "gemanipuleerd" is en dat hij alleen kan worden verslagen als zijn tegenstanders valsspelen.

Ratcliffe beloofde donderdag dat de presidentsverkiezingen niet in gevaar zijn. Daar sluit ook FBI-directeur Christopher Wray zich bij aan. "Wij zullen buitenlandse inmenging in onze verkiezingen en criminele activiteiten die de integriteit van uw stem in gevaar brengen of het vertrouwen in de de verkiezingsuitslag ondermijnen niet tolereren."