De Indiase variant van het coronavirus, ook wel de deltavariant genoemd, komt steeds vaker voor in Nederland. Dat blijkt uit de kiemsurveillance van het RIVM, waarbij monsters getest worden op virusvarianten. Mede door het gevoerde vaccinbeleid verwachten de deskundigen op korte termijn echter niet de problemen waarmee het Verenigd Koninkrijk kampt.

Vorige week werd aanvankelijk bij 0,3 procent van 593 monsters de Indiase variant aangetroffen. Nadat 1.148 monsters waren onderzocht, steeg het percentage naar 0,5 procent. In een week worden normaal zo'n vijftienhonderd monsters onderzocht.

Deze week zijn 'pas' 610 monsters onderzocht, en is de Indiase variant in 1,1 procent van alle gevallen aangetroffen. Dat aandeel is 120 procent groter dan vorige week, en kan nog toenemen of dalen als meer monsters onderzocht worden.

Hoewel het bij de kiemsurveillance om 'slechts' zeven positieve testen gaat, geldt het onderzoek als een beeld voor de virusverspreiding in Nederland. Dan gaat het dus om meer gevallen.

Aanwijzing dat Indiase variant besmettelijker is dan andere varianten

Voor de deskundigen bij het RIVM is de procentuele stijging een aanwijzing dat de Indiase variant daadwerkelijk besmettelijker is dan de oorspronkelijke variant. Het is mogelijk dat de variant verder terrein gaat winnen, maar dat zal vermoedelijk niet in hetzelfde tempo gaan als in Engeland.

Bij de Britten was de variant begin mei nog verantwoordelijk voor een kwart van de besmettingen. Vorige week meldde minister Matt Hancock (Volksgezondheid) dat het inmiddels gaat om 91 procent van alle gevallen.

De Indiase variant kon in Engeland snel om zich heen grijpen door de vele rechtstreekse vluchten tussen het land en India, waar de virusvariant als eerst werd waargenomen. Medio mei zou bijna de helft van alle positief geteste personen hebben aangegeven een internationale reis achter de rug te hebben, schreef BBC News.

Daarnaast werden in het land sinds eind maart al versoepelingen doorgevoerd, waardoor mensen vaker met elkaar in contact kwamen. Dat leidde mede tot een toename van de hoeveelheid besmettingen. Op advies van wetenschappers is besloten om de geplande versoepelingen van 21 juni, zoals het heropenen van nachtclubs en het verruimen van de capaciteit in pubs en bioscopen, met vier weken uit te stellen.

Grootschalige inzet van Pfizer en Moderna helpt Nederland

In Nederland is het moeilijker voor de variant om zich snel te verspreiden. Er komen wekelijks zo'n zeven vluchten vanuit India naar Nederland en grootschalige versoepelingen worden sinds mei pas doorgevoerd, terwijl de avondklok op 28 april pas ten einde kwam.

Het RIVM wijst ook op de gebruikte vaccins in het VK en Nederland. Tot dusver lijken vaccins minder, maar voldoende effectief te zijn tegen de Indiase variant. "De Britse regering gebruikte echter volop het AstraZeneca-vaccin, die bij deze variant na één prik minder bescherming biedt dan bijvoorbeeld het Pfizer-vaccin dat hier meer wordt ingezet", aldus een woordvoerder. "Juist bij AstraZeneca heb je de tweede prik echt nodig."

Het is mogelijk dat de virusvariant zich sneller gaat verspreiden door de start van het vakantieseizoen. In het buitenland kunnen Nederlanders immers in aanraking komen met Britse toeristen.

Dat de vaccins effectief zijn tegen de deltavariant, blijkt uit Engelse data. Begin juni waren ruim 33.000 besmettingen met de variant waargenomen. Bijna 20.000 personen waren niet-gevaccineerd, tegenover 1.785 volledig gevaccineerden. 7.559 personen wachtten op hun tweede dosis, van de overige personen was de vaccinatiestatus onbekend.