logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo logo
star Bookmark: Tag Tag Tag Tag Tag
Netherlands

‘Ik had ook kunnen weglopen en zijn dood kunnen voorkomen’

Interview

TBS Jorge Chito (36), als 3-jarige geadopteerd, ging eenzaamheid en leegte te lijf met het zoeken naar spanning – tot hij iemand doodstak. Na drie jaar cel en een tbs-behandeling werkt hij nu als ervaringsdeskundige in een forensisch psychiatrische kliniek.

‘Kijk, dat raam met de halfgesloten gordijnen, dat was mijn kamer.” Hij wijst naar de overkant van de binnenplaats. „Op de afdeling persoonlijkheidsproblematiek. Links daarvan de zedenafdeling, rechts ook.” Jorge Chito (36) uit Groningen kijkt rond, weet precies welke boom er sinds zijn vrijlating is bijgekomen. Ruim drie jaar werd hij behandeld in de Forensisch Psychiatrische Kliniek in Assen, nadat hij een celstraf van drie jaar had uitgezeten wegens doodslag. Omdat de rechter hem verminderd toerekeningsvatbaar verklaarde, kreeg hij ook een tbs-behandeling opgelegd.

Drie jaar geleden liep hij de poort uit. Zijn laatste woorden: ‘Hier kom ik nooit meer terug’, vergezeld van een paar krachttermen. Nu staat hij hier, mét sleutelbos, pasje en pieper. Als ervaringsdeskundig hulpverlener spreekt hij dagelijks met patiënten, sommigen van hen waren eerder zijn maten. Een van hen komt op hem af lopen. Terwijl hij schichtig naar de grond kijkt, vraagt hij of Chito deze week tijd voor hem heeft. „Natuurlijk”, antwoordt hij. „Donderdag of vrijdag moet lukken.”

De dag dat het helemaal misging was in 2008. Jorge Chito was dronken, maar besefte direct dat er iets onomkeerbaars was gebeurd. Een ruzie over geld, de worsteling, het mes op het aanrecht dat hij nog weg wilde leggen. Om ergere dingen te voorkomen. Maar dat lukte niet, die ander liep ín het mes, zegt hij. Daarna de paniek, en uiteindelijk het besef dat hij dood was. „Het beeld dat hij op de grond ligt en niet meer leeft, staat voor altijd op mijn netvlies”, zegt Jorge Chito.

Hij heeft er emdr-therapie voor gehad. Door te kijken naar dat beeld op zijn netvlies en tegelijkertijd de handbewegingen van de therapeut te volgen, zouden de scherpe randjes van de herinnering af moeten gaan. De paniekaanvallen werden inderdaad minder, maar het beeld is niet gewist. „Ik voel altijd een spanning als ik erover praat. Maar is dat erg? Het is de consequentie van wat ik gedaan heb. Ik kan niet zeggen: zo, nu laat ik het achter me.”

Het leven van Jorge Chito begint in een krottenwijk in Colombia. Een politieagent vindt hem, anderhalf jaar oud. Op sterven na dood, ernstig ondervoed, met nog net genoeg energie om een huiltje op te zetten, vertelt Chito. Hij komt terecht in een kindertehuis. Een kleine twee jaar later wordt hij geadopteerd en maakt hij de reis naar zijn nieuwe familie in Nederland.

Maar hoe liefdevol ze ook zijn, het lukt Chito niet om zich te hechten. „Als mijn echte moeder niet van me gehouden heeft, wie doet het dan wel, dacht ik altijd.” Met vervelend gedrag hoopt hij zijn adoptieouders op afstand te kunnen houden. Op school hangt hij de clown uit om aandacht te krijgen, en gaat vaak grenzen over. Thuis slaat hij op zijn kamer regelmatig de boel kort en klein.

Hij begint zichzelf te snijden met een mesje, steeds vaker, steeds dieper. „Voor de buitenwereld was ik een vrolijk jochie, maar van binnen was ik diep ongelukkig.”

Het zoeken naar spanning, zijn overlevingsmechanisme, gaat van kwaad tot erger. Alles om niet de leegte te voelen. Op zijn twaalfde doet hij een suïcidepoging, en stapt regelmatig bij vreemde mannen in de auto om zich te prostitueren. Met niemand praat hij over zijn eenzaamheid en leegte. „Als mijn ouders vroegen of ik verdrietig was, werd ik woedend. Of ik ging stiekem naar het schuurtje in de tuin om even te huilen. Dan kwam ik met rode ogen terug, maar hield mijn lippen op elkaar.”

Op zijn vijftiende zetten zijn ouders hem op straat, ze zijn uitgeput en ten einde raad. Het doet hem weinig, zegt hij. De vrijheid lonkt. Het is het begin van een tocht langs talloze crisisopvanglocaties, eindigend in Harreveld, een gesloten jeugdzorginstelling. „Ik leefde op het randje, maar vond zelf dat er niets aan de hand was. Ik weet nu dat ik al die jaren een muur om me heen heb opgetrokken, waar niemand achter kon kijken. Als hulpverleners me wisten te raken, maakte ik dingen stuk of liep weg. Ik was nergens meer welkom, maar hield dat zelf in stand.”

Eenmaal meerderjarig, en weg uit Harreveld, zet Jorge Chito zijn leven voort zoals hij gewend was. Prostitutie, veel drank en drugs, en een baantje in een seksbioscoop. Het is de opmaat naar de dag dat alles misgaat. Het dieptepunt in zijn leven, maar ook een kantelpunt. Zo ziet hij het nu, twaalf jaar later. Maar zo ziet hij het niet als het gebeurt. Hij is vooral boos op de wereld, met hem is niets mis.

De rechter legt hem drie jaar cel en een tbs-maatregel op. De officier verwijt hem tijdens het proces dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn misdaad. Jorge Chito heeft geen idee wat hij bedoelt. Hij is ervan overtuigd dat hij geen schuld heeft, dat hij niemand met opzet heeft gedood. Later zal de Forensisch Psychiatrische Kliniek hem in eerste instantie om dezelfde reden weigeren. Als het Hof in hoger beroep bepaalt dat de kliniek nóg een poging moet doen om de motivatie van Chito te onderzoeken, kan hij beginnen met drie maanden proeftijd.

Lees ook: Ook gedwongen tbs-behandeling kan succes hebben

„Pas tijdens de tbs-behandeling ben ik gaan inzien dat ik zijn dood wel had kunnen voorkomen. Ik heb dat mes vastgepakt, ook al was dat niet om hem te doden. Maar ik nam het risico dat het zo zou kunnen eindigen. Ik had ook weg kunnen lopen of de strijd niet aan kunnen gaan. Pas toen ik dat besefte, na acht maanden behandeling, zag ik in dat ik nog heel veel te leren had over mezelf.”

In de kliniek heeft hij zichzelf leren kennen, zegt hij. Maar vooral heeft hij leren voelen, emoties uiten en hulp durven vragen. Voor het eerst van zijn leven praatte hij over de eenzaamheid en leegte die hij voelde. Met groepsgenoten van wie hij nooit had gedacht dat zij, die macho’s, zich ook eenzaam voelden. „Die herkenning is zo belangrijk geweest. Ik hoefde mijn rotgevoelens niet meer weg te lachen, ik kon er gewoon over praten.”

Nu is hij de persoon bij wie de huidige patiënten hun verhaal kwijt kunnen. „Zelf voelde ik tijdens mijn behandeling weinig hoop. Mijn rol is uitgespeeld in de maatschappij, dacht ik. Een therapeut kan wel zeggen dat er nog genoeg kansen liggen, maar dat is makkelijk praten als je een baan, een huis en een auto hebt. Als een ervaringsdeskundige dat tegen mij had gezegd, had ik dat geloofwaardiger gevonden.”

Lees ook: ‘Ook een tbs’er moet de zon kunnen zien opkomen’

Dus vindt hij dat hij de patiënten vooral hoop moet geven. Het contact is gelijkwaardig en laagdrempelig, zegt hij. Ze vragen hem naar zijn ervaringen in de kliniek, hij vertelt daarover. Weten dat hij ‘binnen’ heeft gezeten, is vaak al genoeg. Zijn delict hoeft niet eens ter sprake te komen. Als hij bij een behandelbespreking zit, kan hij soms een ander perspectief laten zien. Een man die tien keer per dag masturbeert hoeft niet meteen een seksverslaving te hebben. Wat zou jij doen als je 24 uur in een cel zit, vraagt hij de behandelaren dan.

Die dag waarop alles misging is zijn redding gebleken. „Hoe wrang is dat”, zegt hij. „Maar het is wel zo. Het heeft me uiteindelijk wakker geschud en me geholpen om een verandering teweeg te brengen. Hoewel praten over de adoptie nog steeds lastig kan zijn, voel ik niet meer de leegte en de eenzaamheid. Er is nu zelfliefde, zelfkennis en acceptatie. Ik ben geen tikkende tijdbom meer. Sterker, ik durf gewoon met mijn gedachten alleen thuis op de bank te zitten. En ik geniet er ook nog van.”

Themes
ICO