Het systeem van kentekenparkeren in de gemeente Amsterdam is een "gerechtvaardigde inmenging op het recht op het privéleven", heeft de Hoge Raad vrijdag geoordeeld. Het systeem is volgens de rechtbank niet in strijd met Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De gemeente Amsterdam hanteert een systeem van kentekenparkeren waarbij een parkeerder via de parkeerautomaat of mobiele telefoon het kenteken van zijn auto moet opgeven om parkeerbelasting te betalen. Scanauto's controleren of parkeerders aan deze betaling hebben voldaan en slaan de gegevens van de parkeerder versleuteld op.

Heeft een parkeerder niet aan de belasting voldaan, dan wordt deze versleuteling ongedaan gemaakt en vraagt de heffingsambtenaar bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) de persoonsgegevens van de kentekenhouder op. Deze kan vervolgens een naheffingsaanslag parkeerbelasting opleggen.

Een belanghebbende vond dat het systeem in strijd is met de EVRM en een inbreuk maakt op het privéleven van mensen. Hij stapte eerst naar het gerechtshof in Amsterdam, dat oordeelde dat geen sprake is van een inbreuk op het privéleven, en ging vervolgens in hoger beroep.

De Hoge Raad oordeelt vrijdag dat bij het kentekenparkeersysteem in Amsterdam inderdaad sprake is van een inmenging door de gemeente in het privéleven. Maar in dit geval is deze inmenging volgens de rechtbank gerechtvaardigd omdat "de eis van het opgeven van het kenteken is te lezen in de Parkeerverordening 2013 van de gemeente Amsterdam in combinatie met de Gemeentewet", zo oordeelt de rechtbank.