Netherlands
This article was added by the user . TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Hoe Louis van Gaal zijn spelers maandenlang in de wereldtitel liet geloven

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Marianne van Leeuwen daalt van de vip-ruimte af naar de kleedkamers van het Khalifa International-stadion in Doha. De KNVB-directeur heeft twee speeches voorbereid. Eentje voor Xavi Simons, die zojuist zijn debuut heeft gemaakt in de achtste finale van het WK tegen de Verenigde Staten. En eentje voor de bondscoach, Louis van Gaal, die negentien wedstrijden ongeslagen is met Oranje.

Als ze de kleedkamer binnenkomt, wordt Van Leeuwen bijna omver geblazen door de muziek. De sfeer is anders dan na de wedstrijden in de groepsfase. Er is met 3-1 gewonnen van de VS, de kwartfinale is bereikt. En: het strijdplan van de bondscoach lijkt voor een groot deel te hebben gewerkt, beter dan in de voorgaande wedstrijden. Spelers lopen rond en dansen, overal liggen oranje shirtjes, flesjes water en sportdrank. Er wordt gezongen.

Aan Xavi Simons, die verlegen negentienjarige, wil Van Leeuwen vertellen over ‘De Nachtwacht’ die hangt op het KNVB-kantoor in Zeist. Het is een voetbalversie van het beroemde schuttersdoek van Rembrandt. Johan Cruijff staat erop, Arjen Robben, Marco van Basten, Ruud Gullit. En, in licht gevangen, een kleine jongen met dreadlocks. Hij verbeeldt het jonge meisje op het oorspronkelijke doek, de mascotte van de schutters. Het is Xavi Simons, al weet bijna niemand dat. Hij was pas veertien jaar toen het kunstwerk werd gemaakt. Het is alsof de kunstenaar heeft gevoeld dat Simons ooit precies die rol zou krijgen.

Louis van Gaal staat ook op het schilderij. Hij torent boven iedereen uit, met een staf in zijn hand, het hoofd iets gekanteld naar de hemel. In de kleedkamer spreekt Van Leeuwen hem toe. Ze feliciteert hem. De kwartfinale wordt zijn 63ste wedstrijd als bondscoach van Oranje, eentje meer dan Dick Advocaat. Die heeft op televisie gezegd dat hij Van Gaal de beste bondscoach ooit vindt. Dat wisten wij al lang, zegt Van Leeuwen.

Van Gaal staat te stralen, vooral als Van Leeuwen begint over de 51 spelers die hij heeft laten debuteren. Misschien is dat voor hem nog wel het mooiste: de bijdrage die hij heeft geleverd aan het Nederlandse voetbal. Dat hij onmisbaar is geweest. Als ze klaar is, richt Van Gaal het woord tot zijn team. „Nu even feesten. Morgen é-va-lu-eren.”

Voor Denzel Dumfries heeft de avond iets doorbroken. Hij zat in de groepsfase met zichzelf in de knoop, omdat hij niet goed speelde. Hij heeft erover gepraat met zijn mentale coach en hij heeft gebeden. Met Cody Gakpo vooral, die diepgelovig is. Samen hebben ze in het spelershotel veel in de Bijbel gelezen. Het heeft hem rust gegeven, en kracht. Twee assists en een doelpunt maakt Dumfries tegen de VS. Nu kan hij door.

Het blijft feest, de hele avond, ook als blijkt dat het sterke Argentinië in de kwartfinale de tegenstander zal worden. In de hal van het St. Regis-hotel, waar het team een eigen vleugel heeft, staat personeel klaar met oranje vlaggetjes. Ze hebben stokjes vast met maskers van de spelers. De schuifdeuren gaan open en Memphis Depay danst naar binnen. Hij trekt een oranje muziekbox op wieltjes met zich mee. ‘Waka-waka’ van Shakira schalt door de marmeren ruimte. Hij pakt een masker aan, en houdt het kartonnen gezicht van Dumfries voor zijn hoofd. Even later komt Van Gaal binnen. Hij is aan het filmen met zijn telefoon. De hotelmanager verschijnt bij hem in beeld. Van Gaal omhelst de man, die wat ongemakkelijk meedoet.

Die avond hebben veel spelers, misschien wel voor het eerst, het gevoel dat het écht kan. Ineens is het geloof in een goede afloop er. Maar dan moet Lionel Messi, een van de beste spelers ooit, met zijn Argentinië nog komen. En een van de meest krankzinnige wedstrijden in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal.

Steven Berghuis, aanvallende middenvelder van Ajax, krijgt een appje van Louis van Gaal. Nog ver voor het WK, op 3 april. De bondscoach heeft op televisie verteld dat hij prostaatkanker heeft. Dat heeft hij verborgen gehouden voor zijn selectie. Tijdens een trainingskamp is hij in de nacht vertrokken om zich te laten behandelen. Niemand had het gemerkt. Berghuis is geschrokken en stuurt Van Gaal een berichtje. Het antwoord, zoals Van Gaal het ook naar andere spelers stuurt: „Dankjewel, ik hoop dat je klaar bent om wereldkampioen te worden.”

De bondscoach wil niet dat spelers met hem bezig zijn. Dat ze luisteren, ja, natuurlijk. Maar niet dat ze het over zijn ziekte hebben. Die werkelijkheid moet het doel niet in de weg staan. Hij heeft het als een geluk ervaren dat hij altijd blozende wangen heeft, net zoals zijn moeder vroeger – er was niets aan hem te zien. Strak hield hij de regie toen het verhaal over de ziekte naar buiten kwam. Een interview, een documentaire die in de bioscoop werd uitgezonden; allemaal op het moment dat het Nederlands elftal een tijdje geen wedstrijd speelt. Daarna was het voor hem afgesloten. Hij wil het er niet meer over hebben. „Toen leed ik eraan, nu ben ik schoon”, zegt hij dan.

Het is voorjaar als Van Gaal zijn selectie weer bijeen heeft in Zeist. Op de KNVB-campus slijpt hij dan al aan zijn WK-systeem. Hij verwacht er kritiek op – te verdedigend – maar daar wil hij zo min mogelijk aandacht aan besteden. Twee woorden staan centraal in de filosofie waarmee hij afreist naar Qatar: Team en Wereldkampioen. Hij denkt dat het kan, het WK winnen. Ook al is zijn selectie geen wereldtop en heeft op Daley Blind, Stefan de Vrij en Memphis Depay na, niemand WK-ervaring. Het doet er niet toe welk land de beste spelers heeft, zegt hij steeds. Het gaat om het beste team. En laat hij nu net de beste groep onder zijn hoede hebben die hij ooit heeft gehad. Ook dat blijft hij zeggen. Ze zijn professioneel, volwassen en verantwoordelijk.

Cody Gakpo met Louis van Gaal tijdens de achtste finale tegen de Verenigde Staten.

Foto Rungroj Yongrit / EPA

‘De boys’, zo noemt Cody Gakpo zijn ploeggenoten bij Oranje. Het is een hechte groep, hij voelt zich er thuis. Ook op deze lentedag in mei, een paar maanden voor het WK, als hij het trainingsveld opstapt in Zeist. Dat hij wekelijks uitblinkt bij PSV zegt niets over zijn kansen om tijdens het WK een basisplaats te krijgen, weet hij. Of om überhaupt mee te mogen naar Qatar. Niemand heeft een „automatische rittenkaart”, heeft de bondscoach gezegd. Met Jurriën Timber van Ajax heeft Gakpo een goede band ontwikkeld. Ze praten vaak over hun geloof, allebei gaan ze naar een christelijk-evangelische kerk waar veel jongeren komen. Gakpo in Roermond, Timber in Utrecht. Ze spreken af om een keer samen naar Gakpo’s gemeenschap van de Levende Steen-kerk te gaan. Na het WK.

Zelf gelooft Van Gaal sinds het overlijden van zijn eerste vrouw, midden jaren negentig, niet meer in God. Maar wel in zichzelf

De bondscoach vindt het wel mooi om te zien dat veel van zijn spelers gelovig zijn. Hij weet dat ze er regelmatig over praten, zelf doet hij dat ook weleens met hen. En hij ziet dat ze ermee bezig zijn. Depay die als dank aan God na ieder doelpunt naar de hemel wijst. Timber die voor elke wedstrijd een Bijbelvers op sociale media post, Gakpo die in interviews praat over zijn kerk. Het geloof, ziet Van Gaal, is een bindende factor. Al kan hij dan nog niet vermoeden hoe belangrijk dat aspect zal worden in Qatar.

Zelf gelooft Van Gaal sinds het overlijden van zijn eerste vrouw, midden jaren negentig, niet meer in God. Maar wel in zichzelf. En in de wetenschap, zijn scouts, de medische staf, de data-analisten. In de kracht van herhaling, dat ook – steeds hardop zeggen dat je wereldkampioen kan worden, net zolang tot de spelers er werkelijk in geloven. In Cardiff, de avond voor een Nations League-wedstrijd tegen Wales, zegt hij: „Wij kunnen zorgen voor een mirakel.”

Lees ook: een uitgebreid interview met Louis van Gaal, vlak voor het WK. ‘Ze moeten mij als coach accepteren, anders werkt het niet.’

Het is een kwartier rijden met de bus van het St. Regis-hotel naar het Lusail Iconic, het grootste voetbalstadion dat Qatar voor dit toernooi heeft laten bouwen. Vrijdagavond in Doha, gebedsdag. Matchday voor Oranje. De kwartfinale, tegen Argentinië.

Het stadion ligt in een speciaal ontworpen ‘voetbalstad’, waar niets is wat het lijkt. De Champs Élysées is er nagemaakt, een replica van het Italiaanse Rimini. Supporters van het Nederlands elftal en Argentinië lopen er langs façades van ‘oude’ Qatarese huizen en over de boulevard richting het stadion. Als een van goud gevlochten mand ligt het in de wijk.

Memphis Depay, Frenkie de Jong, Andries Noppert en hun teamgenoten stappen de bus in, een paar uur voor de wedstrijd. Ze luisteren naar muziek, kijken strak voor zich uit. Ze sluiten zich af van de wereld, weten wat ze moeten doen. Alle basisspelers hebben op hun telefoon tactische aanwijzingen gekregen van de analisten over hun directe tegenstanders. Draait hij liever naar links of naar rechts? Trekt hij naar binnen of gaat hij buitenom? Er zijn teambesprekingen geweest, besprekingen per linie.

Allemaal hebben ze de wedstrijd tegen Argentinië in gedachten al eens moeten spelen van de bondscoach. Imagineren, noemt Van Gaal dat.

Met hun rugzakken lopen ze het stadion binnen, richting de smetteloze kleedkamers. Daar ligt een inloopshirtje klaar, broekje, sokken, verschillende paren voetbalschoenen, op elke plek een flesje water en sportdrank – reserve Matthijs de Ligt wil altijd een pakje appelsap. Aan de kledinghaakjes het oranje shirt.

De muur rond het stadion valt niemand op. Er staan FIFA-logo’s op, beige en grijs, en erachter is een vip-ingang. Wat hier vlak voor het toernooi nog te zien was, kunnen de spelers niet weten. Portretfoto’s van honderden arbeidsmigranten stonden op de muur. Als een eerbetoon aan de mensen die verantwoordelijk zijn voor dit onwerkelijke stadion. Gastarbeiders uit Pakistan, India, Bangladesh, Nepal, Oeganda en Kenia die hier jaren werkten, toen het oog van de wereld nog nauwelijks op de oliestaat gericht was.

Het Lusail Iconic-stadion met de muur met foto’s van gastarbeiders, voor het WK.

Foto Marcio Marchado /Reuters

Toen dat wél gebeurde was die muur ineens overgeschilderd. Die deed bezoekende fans, staatshoofden en ministers toch iets te sterk denken aan de gastarbeiders die hebben geleden voor dit WK. Aan de honderden, misschien wel duizenden doden die zijn gevallen. Aan de mensen die leefden van te weinig geld, woonden in smerige huizen en soms huiswaarts keerden met verwoeste organen. Die waarheid wil Qatar zoveel mogelijk stil houden. Hier, in het Lusail-stadion waar het Nederlands elftal zich voorbereidt op de kwartfinale, werden arbeiders voor het toernooi weggestuurd als een FIFA-inspectie kwam, vertelde een van hen aan een mensenrechtenorgansiatie. Sommige mannen verstopten zich, omdat ze wilden vertellen over uitbuiting en overleden collega’s. Maar ook zij werden opgespoord en naar de arbeidersbarakken gedirigeerd.

Virgil van Dijk, captain van Oranje, praat voortdurend in het veld. Hij gebaart. Links. Doordekken. Nú druk zetten. ‘Mem’, roept hij naar Memphis Depay. ‘Frenk’ naar Frenkie de Jong. Kort, krachtig. Soms horen ze hem, soms gaan zijn aanwijzingen verloren in het geluid van het publiek. Een blauw-witte zee is het deze vrijdagavond in het Lusail-stadion, waar bijna 89.000 mensen zitten, veruit het grootste deel is voor de Argentijnen.

Provocerende pressie. Dat is wat Louis van Gaal wil zien. De tegenstander laten komen, dan de bal veroveren en snel omschakelen. Het gaat er al maanden over. Het team moet goed staan, steeds in positie blijven.

Steeds weer kalibreren de verdedigers, stellen ze scherp, houden ze hun lijn in de gaten. De onderlinge afstanden, daar gaat het om bij Van Gaal – die mogen niet te groot worden. Geen gaten mogen er vallen, dan glipt Messi of een teamgenoot er doorheen.

Daarom praat Van Dijk ook zoveel. Hij is de stem van Van Gaal in het veld. De bondscoach zelf blijft tijdens de wedstrijd op de bank zitten. Alleen door te wisselen kan hij werkelijk iets veranderen. En hij weet het.

Vooraf was hij nog een beetje opgetogen. Argentinië heeft besloten om dezelfde formatie in het veld te zetten als Nederland, ze ‘spiegelen’ Oranje. Een goed teken, zegt Van Gaal nog tegen zijn spelers, ze zijn bang voor ons.

Veel gebeurt er niet in het eerste half uur. Aftasten, afwachten, wat harde overtredingen van de Argentijnen. Dan krijgt Lionel Messi de bal, halverwege de helft van Oranje. Nathan Aké staat voor hem, met nog vijf teamgenoten naast en achter zich. Messi beweegt, dribbelt, dreigt met zijn lichaam. En dan, achteloos bijna, de steekbal. Alle verdedigers met één pass uitgespeeld. Nahuel Molina hoeft de bal alleen nog langs Andries Noppert te schuiven: 0-1.

Bondscoach Louis van Gaal (links) met aanvaller Memphis Depay tijdens een persconferentie in Doha. Foto Alberto Pizzoli / AFP

In de woonkamer van het Nederlands elftal, in het St. Regis-hotel in Doha, staat een tafeltennistafel, een biljart en een grote tafel waarop ze spelletjes doen. Kaarten, vaak met een grote groep. Er zijn momenten dat het een schoolpleingevoel geeft, dat samenzijn. Louis van Gaal met zijn leesbril op de bank, een groep spelers die Wout Weghorst bespringt omdat hij op een onmogelijke manier heeft gewonnen met The resistance: Avalon, een kaartspel over de mythische wereld van koning Arthur en zijn ridders. Ze gillen, lachen, slaan elkaar op de schouders. Frenkie de Jong roept dat het „echt legendarisch” was, dat potje.

Er hangen grote tv-schermen in de ruimte, waar ze naar WK-wedstrijden kijken. Een PlayStation is er ook, maar die wordt maar weinig gebruikt. Aan de wand hangen oranje banners met afbeeldingen van de spelers, een gang leidt naar de ruimtes waar teambesprekingen plaatsvinden en naar de slaapkamers.

Bij Cody Gakpo op de kamer ligt het leerboek Bidden = Ontvangen van Tom de Wal, naast het bed op zijn nachtkastje. De auteur beschrijft wat volgens hem de zeven meest voorkomende redenen zijn dat gebeden niet worden verhoord. Hij geeft aanwijzingen om te bidden op een manier waardoor dat wél zal gebeuren. Voor Gakpo draait het geloof om de persoonlijke band met Jezus Christus. Die is bepalend voor het bereiken van geluk. Nu en in het hiernamaals. Hoe hoog hij ook reikt, in zijn leven zal voetbal altijd een bijzaak zijn.

In de poulefase is het WK het toernooi van Cody Gakpo. Hij krijgt de basisplaats waarvan hij een paar maanden daarvoor alleen nog kon dromen. En hij scoort drie keer. Nog nooit deed een Nederlander dat in de drie eerste WK-wedstrijden. Hij is bijna in zijn eentje het medicijn voor de moeizame groepsfase die Nederland speelt. Het loopt niet soepel tegen Senegal (2-0), Ecuador (1-1) en Qatar (2-0). Aan de bal is het spel heel matig, tegen Ecuador staat Nederland zelfs grote delen van de wedstrijd onder druk. In Nederland houdt niemand er dan rekening mee dat het team ver gaat komen.

Louis van Gaal heeft gemerkt dat de stemming in Nederland bedrukt is, en dat zijn spelers – zoals Denzel Dumfries – daar last van hebben. Hij probeert het gemoed te beïnvloeden. Door zélf de aandacht te trekken tijdens persconferenties – hij omhelst verslaggevers na afloop, vergelijkt zichzelf een keer met God. Soms poetst hij de waarheid wat op. Want het verhaal waarin zijn spelers moeten geloven kan in zijn beleving maar één slot hebben: de wereldtitel. Kritiek helpt niet, vindt hij. Dus als mensen zeggen dat Oranje behoudend speelt, benadrukt hij dat het juíst aanvallend is. Zeggen ze dat spelers niet in vorm zijn, omdat ze bij hun club op de bank zitten, dan zegt hij blíj te zijn dat ze even rust hebben gekregen voor het WK. Als een journalist na de wedstrijd tegen Qatar kritisch doorvraagt over het vertoonde spel, zegt Van Gaal dat hij beter naar huis kan gaan als hij er niets aan vindt. Blijft hij tot de finale? „Nou, dan zie je ons”, zegt Van Gaal nors, terwijl hij de andere kant opkijkt.

Alleen rond Gakpo – en de Friese doelman Andries Noppert, dé verrassing onder de lat bij Oranje – hangt een uitgelaten stemming. In de mixed zones na wedstrijden verdringt de internationale pers zich om Gakpo te spreken. Gaat hij naar Manchester United? Wil Real Madrid hem? Waar wil hij naartoe? Is er al contact? Heeft hij al ergens getekend? Gakpo blijft er rustig onder. Dat heeft hij met zichzelf afgesproken, nadat hij zich in de zomer had laten overrompelen door allerlei onderhandelingen met grote clubs over zijn diensten. Nu wil hij zich alleen op het WK concentreren – ook daar helpt zijn geloof bij.

Nu het toernooi vordert blijken meer spelers behoefte te hebben om over hun religie te praten. Ze komen voor iedere wedstrijd met een stuk of elf man samen in een kamer van het hotel om te bidden. Memphis Depay gaat meestal voor in het gebed, maar ook naar Gakpo wordt geluisterd. Zijn teamgenoten weten dat hij zich al lange tijd heeft verdiept in het geloof. Anderen, zoals Wout Weghorst, voelen zich er ook toe aangetrokken, maar zijn er nog wat minder lang mee bezig. Gakpo luistert, legt uit en helpt. Al zou hij dat zelf nooit zo zeggen. God geeft het elftal kracht, niet hij.

Lionel Messi (links) in duel met Frenkie de Jong tijdens de kwartfinale.

Foto Koen van weel / ANP

Er ligt een notitieblok van hotel Woudschoten in Zeist in de dug-out van het Nederlands elftal. Van Gaal heeft er zijn ‘plan B’ op geschreven, maar heeft het zomaar op zijn stoel laten liggen. Een oplettende fotograaf neemt het in beeld. Wout Weghorst en Luuk de Jong in de spits, staat er. In de rust gaat het kladje de wereld over. Maar wat betekent het? Is er één plan B, of zijn er meerdere? En moet het ingezet worden?

Marcos Acuña is door op de linkerflank, in de zeventigste minuut. Hij kapt Denzel Dumfries uit. Die veegt heel lichtjes met zijn voet langs de roze schoen van de Argentijn. Antonio Mateu Lahoz, de scheidsrechter, geeft een strafschop. Lionel Messi achter de bal. Hij mist wel eens. Maar nu niet. Links van Andries Noppert, die blijft staan. 0-2. Einde wedstrijd, dat lijkt duidelijk.

Wout Weghorst komt erin, nu is plan B echt in werking gesteld, want Luuk de Jong was er al ingebracht door Van Gaal. Ballen naar voren pompen nu. Hopen op die ene kopbal, dat de bal één keer goed valt, en dan chaos veroorzaken bij de Argentijnen. Vijf minuten staat Weghorst erin als Steven Berghuis de bal strak voorgeeft vanaf rechts. Kopbal. Doelpunt. 1-2.

Kan er een wonder gebeuren, roep de commentator in zijn microfoon, terwijl de Argentijnen in het Lusail-stadion stilvallen.

Het wordt vechten, op alle mogelijke manieren. Voetballend, in extreme duels. Maar ook echt, als een Argentijn de bal keihard in de dug-out van het Nederlands elftal trapt. De scheidsrechter raakt het spoor bijster, en de Argentijnen ook. Ze maken overbodige overtredingen, ook op de rand van het strafschopgebied. Eerst trapt Berghuis er eentje in de muur.

Maar het gebeurt wéér. 90+11 minuten. Teun Koopmeiners en Cody Gakpo staan achter de bal, kijken naar de hoek. Er ligt een speler achter de Argentijnse muur. Aan de andere kant van het veld gaat Andries Noppert op zijn hurken zitten, hij beeft over zijn hele lichaam, praat zachtjes in zichzelf, het lijkt op bidden.

Koopmeiners schiet niet. Hij schuift de bal langs de muur, een pass. Weghorst neemt aan, denkt niet na. De muurligger van de Argentijnen kijkt verbijsterd om. Een schot. Doelpunt, zoals zelden gemaakt in de WK-geschiedenis. Bij de cornervlag wordt Weghorst bedolven onder zijn teamgenoten. Aan het einde blijft Virgil van Dijk over. Weghorst legt zijn hoofd op de schouder van zijn aanvoerder. Daarna trekt hij even zijn sokken op, hij lijkt van de wereld.

Een 100 procent wonder, zegt de commentator. Het is gebeurd.

Van Doha hebben de spelers niet veel gezien. Eén avond waren ze vrij en konden ze met familie en vrienden uit eten gaan. Die dag hebben ze ook op een luxe jacht een rondje gevaren, in zee gezwommen en op supboards gestaan. Wat zij zagen is het Doha zoals Qatar wil dat de internationale wereld het ziet.

Om de paar minuten brengen smetteloze metro’s met gestoffeerde stoelen supporters in de stad naar hypermoderne stadions die zijn neergezet voor een wedstrijdje of acht. Of naar een van de plekken in de stad die uit de grond zijn gestampt om toeristen te trekken. Zoals Katara, een ‘cultuurdorp’ aan het strand midden in Doha met luxe winkels, musea, restaurants, een schouwburg en een outdoor bioscoopscherm om WK-wedstrijden op te kijken. Het voelt als een gigantisch theater, met glimmende decorstukken.

De schoonheid van de stad zou zo overrompelend zijn, geloofden de Qatarezen en de FIFA, dat alle discussie over de gastheer tijdens het WK zou verstommen. Ze krijgen voor een groot deel gelijk, misschien ook wel omdat de deelnemers aan het toernooi zich proberen af te sluiten. Het Nederlands elftal laat in de eerste week een groep arbeidsmigranten meetrainen, maar wil daarna niet meer over mensenrechten praten. En zelfs tijdens die training komen de spelers weinig te weten. Frenkie de Jong vraagt een gastarbeider naar zijn leven, maar de man – geselecteerd door de toernooiorganisatie – wil alleen een selfie.

Sommige acteurs zijn in dit theater genadeloos afgevoerd van het podium, maar dat dringt – en zo wil de technische staf van Oranje het ook – nauwelijks door tot het spelershotel. Dat er duizenden migrantenarbeiders uit hun huizen zijn gezet bijvoorbeeld, zodat ze niet in dezelfde gebouwen zouden verblijven als WK-fans. Of dat WK-baas Hassan Al-Thawadi op de Britse tv ineens spreekt over „vierhonderd tot vijfhonderd” doden die zijn gevallen bij de bouw van WK-faciliteiten, terwijl Qatar altijd sprak over drie doden en de wereld dus heeft voorgelogen. Dat er een gastarbeider nog tijdens het WK overlijdt op de trainingscampus van Saoedi-Arabië, waarop een WK-bestuurder zegt dat „de dood bij het leven hoort.”

Wedstrijden zien de spelers wel in hun hotel – het zijn liefhebbers, en tijdens een WK is élk duel interessant of ontroerend. Saoedi-Arabië dat wint van Argentinië – spelers die niet weten waar ze naartoe moeten rennen van blijdschap. Van geluk huilende Japanners die winnen van Duitsland én Spanje, en hun supporters die daarna de tribunes tot de laatste prop papier opruimen. Het minieme moment van stilte tussen het moment dat de Braziliaan Richarlison de bal tegen Servië met een omhaal raakt en die in het net belandt, en de storm van gejuich die erop volgt. De Marokkaan Achraf Hakimi die zijn moeder op de tribune knuffelt, nadat hij met zijn land de kwartfinale heeft bereikt.

Dat is het mooie Doha, het WK voor de bühne, dat óók echt is. Waar op straat Arabische, Aziatische, Zuid-Amerikaanse en Europese supporters met elkaar zingen. Elkaar in de metrostations op de schouders slaan, succes wensen, troosten als er is verloren. Bier kost dertien dollar en wordt nauwelijks gedronken, rellen zijn er niet, en zelfs in een wijk waar arbeidsmigranten wonen staat een groot scherm waar zij elke avond samen voetbal kijken. Dat talloze van hun collega’s buiten het zicht van camera’s in armoedige onderkomens ver buiten de stad wonen, blijft verborgen.

Het logo van het WK voetbal langs de boulevard in Doha.

Foto Koen van Weel / ANP

De kuiten van Jurriën Timber worden gekneed door de fysiotherapeut. Hij ligt midden in een kring van spelers. Keeperstrainer Frans Hoek heeft het woord. Uit de verlenging is geen winnaar gekomen. In de laatste seconden schoot Argentinië nog op de paal, maar het geluk was aan Nederlandse zijde. Frans Hoek roept, herhaalt nog één keer het plan.

Want een plan is er. In 2014 heeft Van Gaal meegemaakt dat Nederland werd uitgeschakeld door Argentinië na strafschoppen. Er ging toen van alles mis. Spelers wilden ineens niet meer nemen, tegen de afspraken in. Dat heeft de bondscoach nu willen voorkomen. Hij heeft een wetenschapper ingeschakeld, er zijn keepers opgeroepen voor een speciale testdag in Zeist.

Al een jaar moeten de spelers van Louis van Gaal bij hun club trainen op penalty’s. Iedereen doet dat. Ook in Qatar blijven ze erop trainen. Er is een soort blauwdruk voor de ideale penalty. Vijf of zes stappen voor de aanloop, in een korte hoek vanaf de penaltystip. Dan de bal een halve meter onder de lat en een halve meter van de paal plaatsen. Van Gaal weet wel dat de spanning van een echte strafschoppenreeks niet te simuleren is, hij hoopt op „een plusje” door deze aanpak.

Virgil van Dijk heeft er vertrouwen in, hij mist niet één keer tijdens de trainingen in Doha. Hij is de eerste die de bal pakt voor het Nederlands elftal, de aanvoerder. Hij schiet in de hoek, het voelt niet als een slecht schot. Maar de keeper, Emiliano Martínez, pakt hem. Dan mag Messi voor Argentinië, alweer. Andries Noppert heeft aanwijzingen staan op zijn bidon, hij heeft hier veel over gepraat met Frans Hoek en de reservekeepers, maar hij gaat de verkeerde hoek in. Ook Steven Berghuis mist. En Noppert pakt ook de andere strafschoppen niet. Argentinië schiet de meeste ballen feilloos in, mist er eentje, maar het is niet genoeg voor Nederland.

Louis van Gaal wist het eigenlijk al na de eerste twee penalty’s. Twee keer missen, dan kun je niet meer winnen. Als Argentinië de winnende maakt, reageert hij nauwelijks.

Terwijl de Zuid-Amerikanen feestvieren verzamelen de spelers van Oranje zich in een kring op het veld. Virgil van Dijk vecht tegen zijn tranen. Memphis Depay en Denzel Dumfries nemen het woord. We mogen trots zijn op onszelf, zeggen zij.

Andries Noppert is een van de eerste spelers die zichzelf bijeen kan rapen en naar journalisten toeloopt. De man die een paar jaar geleden nog bijna wilde stoppen met voetballen, omdat het maar niet wilde lukken. Hij wil Louis van Gaal bedanken, Nederland bedanken, voor de kans die hij kreeg. Laat dit een motivatie zijn voor iedereen die af en toe een tegenslag heeft, zegt hij. De groep, zegt hij, had „het goed willen doen” voor Van Gaal, ook omdat – en dan verwijst hij naar de ziekte van de bondscoach – „iets heeft dat vreselijk is”. Maar het lukte niet, in de penaltyserie. Je wil een wonder verrichten, zegt Noppert, die slikt.

In de kleedkamer wordt weinig gezegd. Van Gaal neemt het woord. Hij zegt dat de manier waarop heel dramatisch is, maar ook dat het bij topsport hoort, verliezen. Het was zijn laatste wedstrijd als bondscoach van het Nederlands elftal. Hij wil nog maar één ding tegen zijn spelers zeggen, de beste groep die hij ooit had. „Bedankt.”

De Argentijnse spelers rennen langs het balende Oranje.

Foto Paul Childs / Reuters