Familiebedrijven doen er goed aan om de naam van de oprichters ook als bedrijfsnaam te gebruiken. Tegelijkertijd is de familie ook een achilleshiel, vanwege het risico op conflicten en het gebrek aan goede opvolgers. Dat blijkt uit onderzoek van Rabobank, BDO Accountants & Adviseurs en Erasmus Centre for Family Business (ECFB), dat dinsdag is gepubliceerd.

De drie organisaties analyseerden data van 6.500 bedrijven. Ongeveer een derde daarvan bestond uit familiebedrijven. Daaruit blijkt dat het nadrukkelijk gebruikmaken van de familienaam zorgt voor een hogere waarde, bijvoorbeeld de beurswaarde.

Het gebruik van deze familienaam geeft een bedrijf een authentiek imago en doet het goed bij potentiële klanten. Uit het onderzoek komt naar voren dat het inzetten van de familienaam een belangrijke groeifactor kan zijn.

De onderzoekers vonden vier andere factoren die zorgen dat een familiebedrijf lange tijd succesvol kan zijn. Zo is het verstandig om een externe CEO aan te stellen en de familie-invloed intact te laten. Ook is het belangrijk om een generatiekloof aan de top van het bedrijf te vermijden en radicale transformaties achterwege te laten.

Door de coronacrisis zouden familiebedrijven de neiging kunnen krijgen tot paniekvoetbal, bijvoorbeeld door het businessmodel volledig om te gooien. Een slecht idee, vinden de onderzoekers. Investeren in nieuwe producten en diensten is een betere optie.

Wel zijn familiebedrijven op lange termijn kwetsbaarder dan niet-familiebedrijven. Oorzaken hiervan zijn het ontbreken goede opvolging binnen de familie, onderlinge conflicten en verschillende opvattingen over de toekomst van het bedrijf.

Door de uitbraak van de COVID-19-pandemie is de vraag hoe familiebedrijven generaties lang kunnen overleven alleen maar belangrijker geworden, vindt Pursey Heugens, hoogleraar en directeur van het ECFB. "Het is daarom des te interessanter om te onderzoeken wat de overeenkomsten zijn tussen familiebedrijven die al generaties lang succesvol zijn."