Netherlands
This article was added by the user Anna. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Eenzame opsluiting is niet genoeg om de Italiaanse maffiosi te breken

‘Het ergste is niet eens die cel van drie bij vier meter, met een uurtje luchttijd per dag. Het zwaarste viel mij de afstand tot mijn familie. Mijn vrouw en kinderen zag ik één uur per maand, achter glas. Geen aanrakingen, geen omhelzing – het was onmenselijk. Zelfs een hond wordt graag gestreeld. Door corona was bovendien anderhalf jaar lang alle bezoek afgeschaft.”

Zijn lijf is bedrukt met tatoeages van de Zuid-Italiaanse heilige pater Pio en de Maagd Maria. Zoals veel (voormalige) misdaadbazen in Italië is ook Luigi Cimmino (60) erg devoot. In Napels leidde hij een tak van de camorra, de lokale georganiseerde misdaad. Sinds begin jaren negentig zat hij driemaal in de cel, telkens jarenlang, en onder het zwaarste gevangenisregime. Opgeteld heeft hij zestien jaar eenzame opsluiting achter de rug.

We ontmoeten elkaar twee weken nadat hij de cel heeft mogen verlaten, om gezondheidsredenen. Hij verblijft in een zorginstelling op het Italiaanse platteland, waar hij nog twee jaar lang onder politietoezicht zal staan. „De politie kan elk uur van de nacht aanbellen om te kijken of ik nog wel in mijn bed lig. Ik doe geen oog dicht.” Hij stemde in met een gesprek zolang niet bekend wordt waar hij precies verblijft.

Cimmino zegt dat hij nooit heeft gemoord, dat hij drugs verafschuwt, en zijn geld met afpersing verdiende. „Werd er een nieuw flatgebouw met tien appartementen neergezet, dan kreeg ik 10.000 euro per flat.” Soms gebeurde die afpersing met zware intimidatie, soms volstond het dat zijn naam werd genoemd. „Werd er niet betaald, dan zorgden wij ervoor dat de werf werd stilgelegd.” Precies die handelwijze – intimidatie, met of zonder geweld – wordt in Italië als maffiamethode beschouwd. Leiders van criminele organisaties die zulke praktijken hanteren, riskeren het zwaarste gevangenisregime.

Dat regime kwam er in de jaren negentig, als antwoord op de noodtoestand waarin Italië verkeerde na de moorden door de Siciliaanse maffia Cosa Nostra op de onderzoeksrechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino, in 1992. Aan dat drama – in Italië nog steeds een nationaal trauma – waren al duizenden maffiadoden voorafgegaan.

Cimmino kijkt bedrukt, steekt nog een sigaret op, en noemt die strenge opsluiting in zijn geval hoogst onrechtvaardig. „Ik was een afperser, een paar jaar gaan brommen beschouwde ik als een bedrijfsrisico. Maar eenzame opsluiting? Met de bloedbaden door de Sicilianen had ik toch niks te maken?”

Antimaffia-aanklagers zien dat anders. Zij benadrukken dat het gevangenisregime een van de belangrijkste middelen blijft om de georganiseerde misdaad in Italië te bestrijden.

„Om misdaadbaas te blijven, moeten ze ook vanuit de cel bevelen kunnen blijven uitdelen”, zegt aanklager Alessandra Dolci. In de streek rond Milaan bestrijdt zij de daar zeer aanwezige ‘ndrangheta, de machtige misdaadorganisatie uit Calabrië. „Het zwaarste gevangenisregime werpt een ernstig obstakel op voor het contact van maffiabazen met de buitenwereld. Zeker in de strijd tegen de Siciliaanse Cosa Nostra bleek het een efficiënt instrument.”

Dat laatste ontkennen strafpleiters in Italië ook niet. Maar zij benadrukken weer dat het strengste gevangenisregime dat in de jaren negentig werd ingevoerd een tijdelijke en uitzonderlijke maatregel was. „Na dertig jaar is die uitzondering echter de regel geworden”, zegt advocaat Gianpaolo Catanzariti. Bovendien, aldus verscheidene strafpleiters, wordt die maatregel nu wel heel breed toegepast. Niet louter de Sicilianen van de Cosa Nostra, maar leiders van álle Italiaanse misdaadorganisaties en ook terreurverdachten kunnen eronder vallen. En volgens de advocaten verdwijnen heus niet alleen de leiders in eenzame opsluiting.

Lees ook: Waarom Nederland zo populair is onder maffiosi

Behalve het speciale gevangenisregime voor maffialeiders en terroristen is ook de uiterst stringente antimaffiawetgeving in Italië uniek. Zodra iemand voor een maffiamisdrijf wordt vervolgd, verloopt de procedure anders dan in een ‘gewone’ zaak. Dat ‘dubbele spoor’ is typisch Italiaans. Nederland kijkt met veel aandacht naar de decennia oude Italiaanse expertise op het gebied van de misdaadbestrijding, en geregeld vinden er uitwisselingen tussen politie en justitie plaats. Uit de gelekte ‘proeve van een regeerakkoord’ van VVD en D66, vorige maand, bleek nog eens de bijzondere interesse in het Italiaanse gevangenisregime voor maffiosi.

Nederland telt al één extra beveiligde inrichting (EBI) in Vught, waar onder anderen Ridouan Taghi zit. Het is er minder streng dan het Italiaanse regime en er zijn ook veel minder plaatsen. De EBI telt er 18, en in een tweede EBI in Vlissingen komen er nog eens 30 bij. In Italië zitten 753 gedetineerden (onder wie 13 vrouwen), verspreid over 22 gevangenissen, onder het strengste regime vast.

„Maar werkt die kuur?”, vraagt advocaat Catanzariti retorisch. „Elk jaar opnieuw zeggen magistraten dat de maffia weer een stuk sterker staat. De behandeling van de ziekte slaat duidelijk niet aan.” In de gevangenis had Taghi contact met zijn neef, tevens één van zijn raadslieden, die ervan wordt verdacht zijn link met de criminele buitenwereld te zijn geweest.

Alle strenge wetten en gevangenisregimes ten spijt had dat in Italië net zo goed kunnen gebeuren, want de gedetineerde heeft altijd toegang tot zijn advocaat. „Sterker: een klein aantal strafpleiters verdedigt een grote groep maffiosi”, zegt Nicola Morra, voorzitter van de parlementaire antimaffiacommissie in Italië. „Als één advocaat zeven maffialeden vertegenwoordigt, valt niet uit te sluiten dat zich daar een netwerk vormt. Je moet er wel vanuit gaan dat een advocaat de wet naleeft. Maar wat te doen met het fenomeen dat zonen en dochters van maffiosi rechten gaan studeren? De maffia infiltreert niet alleen de advocatuur, maar ook de penitentiaire politie. Maffiosi zitten in het hele systeem, om het als een trein te laten ontsporen.”

Luigi Cimmino verblijft in een zorginstelling op het Italiaanse platteland
Foto’s Francesca Leonardi

Om te verhinderen dat misdaadbazen vanuit hun cel hun criminele organisatie gewoon verder besturen, wordt niets aan het toeval overgelaten. Maffiabazen die vallen onder het regime, mogen maximaal twee uur per dag buiten op de luchtplaats, in het gezelschap van hoogstens drie medegevangenen. Nooit zijn dat vier Sicilianen onder elkaar, of Calabrezen of Napolitanen, om te voorkomen dat ze zaken kunnen gaan doen.

„Geregeld worden de kaarten ook geschud”, zegt ex-gedetineerde Luigi Cimmino, waarmee hij bedoelt dat de groepjes gevangenen wisselen. Zelf is hij tijdens zijn eerste gevangenschap om de zes maanden naar een andere inrichting overgeplaatst. Elke brief die hij ontving, werd vooraf gelezen en gecensureerd. Dat geldt ook voor elk boek of krantenknipsel dat hij vroeg te lezen. En hij is vergeten hoeveel keer hij voor en na een bezoek uit de kleren moest, om te worden gefouilleerd. „Ze maken je het leven zo zuur dat je wel met justitie gaat samenwerken.”

Lees ook: De Calabrese maffia zit overal – in de onder- én bovenwereld

Dát is volgens strafpleiters en gedetineerden het echte doel van het zwaarste regime: maffialeiders dwingen te gaan praten. Wie besluit te praten en nuttige informatie geeft, krijgt uitzicht op een normaal regime, of zelfs een lagere straf. Strafpleiters protesteren hiertegen: een gevangene mag niet worden gedwongen om mee te werken, vinden ze. Cimmino heeft nooit informatie met justitie gedeeld. „Ik verafschuw spijtoptanten. Die halen eerst iets uit, en dan gaan ze kletsen om eronder uit te komen? Dat zijn lui zonder enige waardigheid of eer.”

De tweede reden is zijn familie. „Ik wilde niet dat hen iets zou overkomen.” Hij nam zelf de beslissing met de camorra te breken, vertelt hij, want „ondanks het geld dat je schept, blijft het een hondenleven. Maar eerst zat ik mijn straf uit. Ik ging niet kletsen, en nu heb ik nergens nog rekeningen openstaan.”