Netherlands
This article was added by the user . TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

‘Een volgende oorlog kan zeer bloedig worden’, waarschuwt de commandeur-arts

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Interview

Remco Blom commandeur-arts

Als Nederland een oorlog zoals die in Oekraïne moet uitvechten, moet de medische hulpverlening daarop voorbereid zijn, zegt Remco Blom, de net vertrokken hoogste militaire medicus.

In Afghanistan verloren gedurende twee decennia vijfentwintig Nederlandse militairen het leven en raakte een veelvoud (ernstig) gewond. „Tijdens een oorlog als die in Oekraïne telt een brigade zoveel doden en gewonden al na een halve ochtend vechten ”, zegt Remco Blom (61), die net is gepensioneerd als commandeur-arts – de baas van de geneeskundige dienst in de Nederlandse krijgsmacht.

Sinds de inval van Rusland bereidt de Nederlandse krijgsmacht zich voor op een mogelijke oorlog om het eigen grondgebied en dat van de NAVO-bondgenoten in Europa te verdedigen. Nederland trekt structureel 5 miljard euro extra uit voor defensie, 40 procent meer dan nu. Met dat geld worden bijvoorbeeld extra F-35-vliegtuigen en raketten gekocht, zo staat in de onlangs verschenen Defensienota, maar ook „medische ondersteuning”. Want in een bloedige oorlog à la Oekraïne heeft de krijgsmacht volgens Blom „een goed en ook groot geneeskundig systeem” nodig voor het afvoeren en behandelen van de vele gewonden.

Zo’n tien jaar geleden werd bij de zoveelste bezuiniging op de krijgsmacht nog „enorm ingegrepen in de geneeskundige zorg”, vertelt Blom, die ruim dertig jaar als militair arts heeft gewerkt. Militairen hebben nog steeds hun eigen medische zorg, met huisarts, ziekenhuis en revalidatiecentrum. En bij een riskante missie, zoals in Afghanistan of Mali, wordt een medisch vangnet gespannen voor mogelijke gewonden. „Maar de medische ondersteuning van het gevecht voor de bescherming van het eigen grondgebied is toen opgeheven”, zegt Blom „Uitstekend dus dat daar nu weer geld voor komt.”

Waar gaat dat geld naartoe?

„Medische ondersteuning betekent: alle gewonden opvangen, snel en correct bepalen wie meteen geopereerd moeten worden en zorgen dat die geselecteerde gewonden binnen een uur op de operatietafel liggen. In Afghanistan en Mali konden we met de helikopter naast een gewonde landen, doordat we luchtdominantie hadden. Het is niet waarschijnlijk dat we ook een luchtoverwicht hebben bij de verdediging van het eigen grondgebied. Je moet dus het bloeden ter plekke stelpen en gewonden met de auto uit de vuurlinie weghalen. Dus heb je in elk geval voldoende pantservoertuigen nodig; die hebben we in Nederland. Vervolgens brengen die voertuigen de gewonden naar een kleine operatiekamer, in een verbouwde container of kant-en-klaar-ingericht voertuig. Die hebben we niet en moeten we kopen. Dat kúnnen we nu ook doen.”

Wat doe je in zo’n operatiekamer?

„In maximaal anderhalf uur repareer je de ergste schade. Damage control surgery heet dat. Je stopt de ernstigste bloedingen, geeft de patiënt voldoende donorbloed om de bloedcirculatie op gang te houden en zorgt dat het bloed weer kan stollen. Dan verplaats je iemand ‘naar achteren’, waar de operatie in een groter veldhospitaal wordt afgemaakt. Dat doe je zo snel mogelijk, al was het alleen maar om plaats te maken voor de volgende.”

Zijn er lessen te trekken uit de oorlog in Oekraïne?

„Oekraïne bevestigt de kennis die we afgelopen decennia hebben opgedaan tijdens missies in onder meer Afghanistan en Irak. Neem de verhouding tussen het aantal gewonden dat – vrijwel – direct sterft en het aantal dat overleeft. Wij gaan uit van één direct sterfgeval op vier à vijf gewonden. Van de tien gewonden is er een zo zwaargewond dat die binnen een uur geopereerd moet worden; de andere negen kunnen even wachten. Dat blijkt ook het beeld in Oekraïne te zijn. Mijn Oekraïense collega Tetjana Ostasjtsjenko deelde deze openbare cijfers in juni tijdens een vertrouwelijke bijeenkomst met de surgeon generals [hoogste militaire medici] van de NAVO-landen.”

Zou je met die aanhoudende beschietingen door Rusland niet relatief meer doden verwachten?

„Ja, ik was er ook verbaasd over. In absolute zin vallen er natuurlijk wel veel doden [naar schatting komen dagelijks ongeveer 200 Oekraïense militairen om]. Het soort verwonding daar is wel anders dan we gewend zijn. In Afghanistan liepen mensen veel schade op aan het onderlijf – benen, bekken – door explosieven naast en onder de weg. In Oekraïne zien artsen veel verwondingen aan hoofd en hals. Dat kan komen doordat er veel wordt gevochten in steden. Als een beetje grote kogel een baksteen raakt, krijg je hard rondvliegende steensplinters – net zo gevaarlijk als granaatscherven.

„Overigens raakt de meerderheid niet zwaar gewond. Met een enkele granaatscherf in de arm of een gebroken sleutelbeen kun je niet doorvechten. Dan zijn een paar weken rust nodig. Van de eerder genoemde negen gewonden die niet meteen geopereerd hoeven te worden, gaan er vijf binnen zes weken terug naar front.”

Gebeurt dat in Oekraïne?

„Ja, het hele systeem is daarop ingericht, vertelde Ostasjtsjenko. Na het uitbreken van de oorlog in februari stelden westerse NAVO-landen zich in op de opvang van een stroom Oekraïense gewonden. Die is er nooit gekomen. Alleen voor langdurige revalidatie of voor meerdere operaties, zoals in het geval van zware verbrandingen, gaan Oekraïense gewonden naar het westen. Het overgrote deel van de gewonden wordt in Oekraïne behandeld, met veel succes, omdat meer dan de helft terug kan naar het front om te vechten. Dat is ook de taak van de Nederlandse geneeskundige dienst bij een eventueel gevecht elders in Europa: zorgen dat de krijgsmacht niet leegloopt doordat mensen voor relatief lichte behandelingen terug moeten naar Nederland.”

Lees ookEen reserve-leger met it’ers, monteurs en artsen

Waarom hebben militairen eigenlijk een geheel eigen zorgsysteem?

„Omdat het in de militaire geneeskunde niet alleen gaat om de gezondheid van de mensen, maar ook om de verzekering van de gevechtskracht. Dus we geven militairen poepgoeie gezondheidszorg conform de Nederlandse standaarden én we zorgen dat ze inzetbaar zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat de militaire huisarts ook vaak optreedt als bedrijfsarts. Als een militair rugpijn heeft, zeggen we misschien: je kunt je werk doen, maar je kunt geen rugzak dragen – en geven een briefje mee voor de commandant. Dat betekent ook dat de militair bij ziekte verplicht is om naar de dokter te gaan; dat is geen keuze. Als die dokter iets voorschrijft, moet je je daaraan houden; want je moet inzetbaar zijn. Je kunt alleen niet worden verplicht om een operatie te ondergaan. Vaccinaties zijn wel verplicht; het recht om die te weigeren geef je op als je tekent voor de krijgsmacht – tenzij de militair zich beroept op gewetensbezwaren.”

Levert die vaccinatieplicht problemen op, bijvoorbeeld bij de coronaprik?

„Al jaren worden militairen standaard gevaccineerd als ze op uitzending gaan. Gaan ze naar een gebied waar gele koorts heerst, dan halen ze voor vertrek een gelekoortsprik. In dertig jaar bij de geneeskundige dienst heb ik één keer meegemaakt dat iemand principieel een vaccinatie weigerde. Met Covid waren er vele tientallen militairen die geen vaccin wilden. Ze vertrouwden het vaccin niet door ‘informatie’ op sociale media. Dat is echt iets van deze tijd. Ik weet niet hoeveel militairen zijn gevaccineerd. Op een gegeven moment hadden we niet genoeg vaccins. Toen hebben we gezegd: je kunt je laten vaccineren bij de GGD. We vroegen wel om dat bij ons te laten registreren, maar we weten niet hoeveel militairen dat deden. Onze onvolledige cijfers laten zien dat in bepaalde eenheden maar 80 procent gevaccineerd was, in een enkele maar 60 procent. Er is voor gekozen om militairen niet aan de vaccinatieplicht te houden, behalve voor uitzendingen.”

Nog even terug naar de extra gelden voor de medische ondersteuning. Wat zou u doen als u nu zou aantreden als commandeur-arts?

„Ik zou zorgen dat ik bij de verdeling van het geld een dikke vinger in de pap zou krijgen. Vervolgens zou ik zorgen voor die speciale operatie-units; dat helpt bij het behouden van personeel, omdat mensen graag werken met mooi materieel – waarmee ze het verschil kunnen maken tussen leven en dood. Dan zou ik verder bouwen aan ons netwerk met civiele ziekenhuizen, ook internationaal met militaire partners. Wij kunnen ziekenhuizen als werkgever aantrekkelijk maken doordat medici en verpleegkundigen een deel van de tijd bij ons avontuurlijke dingen kunnen doen. Andersom kunnen wij in ziekenhuizen plekken krijgen voor gewonde militairen – Nederlandse, maar ook bijvoorbeeld Poolse en Duitse militairen. Want als we meedoen aan een oorlog als die in Oekraïne zullen we veel ziekenhuiscapaciteit nodig hebben.”