In het amateurvoetbal is in de voorbije vijf jaar bijna een op de tien clubs verdwenen. In de provincie Limburg was dat zelfs een op de vijf. Dat meldt de Kamer van Koophandel dinsdag. Dit kwam vooral doordat de clubs fuseerden. Volgens verenigingsadviseur Guus Posthumus van de KNVB is die daling helemaal niet zo erg, omdat de clubs door het samengaan juist beter worden.

Vijf jaar geleden telde Nederland nog 3.235 voetbalverenigingen, met in totaal 1,2 miljoen leden. Het aantal clubs daalde sindsdien gestaag en bedraagt nu 2.915. Het totale ledenaantal is echter hetzelfde gebleven.

Veel verenigingen besloten de afgelopen jaren om samen verder te gaan. Volgens Posthumus zorgt dit ervoor dat de kwaliteit van de clubbesturen verbetert. "Kleinere clubs bundelen hun krachten, waardoor grotere en sterkere verenigingen ontstaan."

De mensen die voorheen bestuurder waren, maar eigenlijk niet over de competenties beschikten, komen volgens hem na een fusie veelal in meer uitvoerende rollen terecht. "De strategen, de echte bestuurders, blijven dan vaak over. Dit maakt de verenigingen professioneler."

De afname van het aantal voetbalverenigingen was in Limburg het grootst, met een daling van 21 procent. Ook in Noord-Brabant verdwenen veel clubs: bijna 10 procent. Desondanks staat die provincie nog steeds boven aan de lijst met de meeste voetbalclubs (464). Onderaan staat Flevoland, met 25 verenigingen. Die provincie is de enige waar het aantal voetbalclubs de afgelopen vijf jaar niet afnam.