Het derde kabinet van VVD'er Mark Rutte is vrijdag gevallen, vlak voor de eindstreep. Zijn eerste kabinet viel al na twee jaar. In de acht jaar daarvoor lukte het zijn CDA-voorganger Jan Peter Balkenende geen enkele keer om een regeerperiode uit te zitten. Een overzicht van recente kabinetten die eveneens vroegtijdig vielen.

Kabinet Rutte I (2010-2012)

De eerste regeringsploeg van Mark Rutte was een minderheidskabinet van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV van Geert Wilders.

Nadat onderhandelingen over nieuwe bezuinigingen waren mislukt, viel het kabinet. Deze zogenoemde Catshuis-crisis wordt door VVD en CDA nog steeds aangevoerd om samenwerking met Wilders af te wijzen.

Het kabinet-Rutte I poseert met koningin Beatrix voor de pers.

Het kabinet-Rutte I poseert met koningin Beatrix voor de pers.
Het kabinet-Rutte I poseert met koningin Beatrix voor de pers.

Het kabinet-Rutte I poseert met koningin Beatrix voor de pers.

Foto: ANP

Kabinet Balkenende IV (2007-2010)

In het laatste kabinet van Balkenende was er vanaf het begin al geen sprake van een gelukkig huwelijk tussen CDA, PvdA en ChristenUnie. In de campagne hadden PvdA-leider Wouter Bos en Balkenende elkaar fel bestreden. Ruim een jaar na het aantreden, bereikte de kredietcrisis Nederland.

In deze zware storm werden tientallen miljarden euro's belastinggeld in banken gestoken om ze overeind te houden. Uiteindelijk viel het kabinet over de militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan. De coalitiepartijen konden het niet eens worden over een verlenging van de missie.

Kabinet Balkenende II (2003-2006)

Na een mislukt avontuur met de LPF, traden CDA en VVD opnieuw toe tot het kabinet, dit keer samen met D66. In 2005 leek het kabinet te wankelen, na het opstappen van D66-minister Thom de Graaf. Zijn poging om tot gekozen burgemeesters te komen, strandde in de Eerste Kamer.

Uiteindelijk kostte het conflict rond minister Rita Verdonk en Ayaan Hirsi Ali de tweede regeringsploeg van Balkenende de kop. D66 stapte uit het kabinet. CDA en VVD bestuurden het land nog ruim een half jaar samen, in Balkenende III.

Ook het kabinet-Balkenende II haalde het einde niet.

Ook het kabinet-Balkenende II haalde het einde niet.
Ook het kabinet-Balkenende II haalde het einde niet.

Ook het kabinet-Balkenende II haalde het einde niet.

Foto: ANP

Kabinet Balkenende I (2002-2003)

Jan-Peter Balkenende begon zijn minister-presidentschap in een samenwerking met de VVD en de LPF van de toen net vermoorde Pim Fortuyn. Het kabinet hield het nog geen drie maanden vol. In de 26 zetels tellende LPF-fractie, die als nieuwkomer de tweede partij werd van het land, was het vaak hommeles.

Ook bewindslieden van de nieuwe partij vochten elkaar geregeld de tent uit, met Herman Heinsbroek en Eduard Bomhoff als de voornaamste kemphanen. Na slechts 87 dagen viel het doek.

Premier Balkenende en zijn ministersploeg in 2002.

Premier Balkenende en zijn ministersploeg in 2002.
Premier Balkenende en zijn ministersploeg in 2002.

Premier Balkenende en zijn ministersploeg in 2002.

Foto: ANP

Kabinet Kok II (1998-2002)

Het tweede 'paarse' kabinet van Kok - van PvdA, VVD en D66 - strandde ook met de finish in zicht. PvdA'er Wim Kok diende zijn ontslag in bij de koningin naar aanleiding van het NIOD-rapport over Srebrenica. De Bosnische enclave, die werd beschermd door Nederlandse blauwhelmen, werd in 1995 onder de voet gelopen door Servische troepen. De Serviërs vermoordden daarop circa achtduizend moslimmannen.

Koks kabinet kreeg het in de eindfase sowieso flink te verduren, door de plotselinge opkomst in de peilingen van Pim Fortuyn en zijn gewelddadige dood. Fortuyn richtte zijn pijlen vooral op de PvdA.

Wim Kok in gesprek met koningin Beatrix op 3 augustus 1998.

Wim Kok in gesprek met koningin Beatrix op 3 augustus 1998.
Wim Kok in gesprek met koningin Beatrix op 3 augustus 1998.

Wim Kok in gesprek met koningin Beatrix op 3 augustus 1998.

Foto: ANP