De coronacrisis heeft de wereldeconomie de afgelopen anderhalf jaar op haar kop gezet, maar waar de ergste klappen nu voorbij lijken te zijn, wordt de economische crisis in Libanon alleen maar groter. De Wereldbank noemde de crisis "waarschijnlijk een van de drie grootste in de wereld van de afgelopen 150 jaar". Wat is daar aan de hand? Vijf vragen over de grootste economische crisis van dit moment.

Is de crisis echt zo diep?

Ja, de cijfers liegen er niet om: de economie van Libanon kromp van 55 miljard dollar (46,35 miljard euro) in 2018 naar 33 miljard dollar eind vorig jaar. Oftewel: een extreme krimp van 40 procent. Volgens de Wereldbank is het wak waar de Libanese economie in is gevallen "vergelijkbaar met een conflict of oorlog", maar van beide is in het land geen sprake.

Deze economische catastrofe wordt gevoeld door de gewone Libanees. Vier op de tien Libanezen zijn werkloos, er is sprake van hyperinflatie en ruim de helft van de bevolking leeft beneden de armoedegrens. Uit een enquête van het Wereldvoedselprogramma bleek eind vorig jaar dat 41 procent van de Libanese huishoudens moeite had met verkrijgen van voedsel en andere eerste levensbehoeften zoals medicijnen. Verder zitten veel huishoudens grote delen van de dag zonder stroom.

Hoe kan dat?

Om deze economische en humanitaire ramp te verklaren, moeten we een paar jaar terug gaan. Vanaf 2010 nemen de inkomsten van het land af. Om een lege kas te voorkomen, leent Libanon meer en meer, waardoor de staatsschuld toeneemt: tussen 2012 en 2019 groeit de staatsschuld van 131 procent naar een kleine 180 procent.

Om de schuldeisers te kunnen blijven betalen leende de Libanese centrale bank geld van commerciële banken, een vorm van zogeheten ponzifraude. Daarnaast moet het geleende geld de koppeling van het Libanese pond met de Amerikaanse dollar, zo'n 1.500 pond per dollar, overeind houden. Dat lijkt een paar jaar goed te gaan, tot de schuldenberg te hoog wordt en buitenlandse geldschieters hun geld toch liever op zak houden.

Maar dat verklaart de crisis toch nog niet?

Nee, daar kom ik nog op. Door de economische problemen dreigt een tekort aan dollars, de munteenheid waarmee schulden en geïmporteerde goederen zoals voedsel en medicijnen worden betaald. Vanwege de angst voor te weinig dollars stoppen banken met het wisselen van ponden naar dollars. Wie toch aan dollars wil komen, moet de zwarte markt op, waar de vaste wisselkoers niet geldt.

De onrust in Libanon neemt toe naarmate er meer ponden nodig zijn om aan dollars te komen en de boel escaleert wanneer de Libanese regering plannen presenteert om belasting te heffen op tabak, alcohol en telefoontjes via WhatsApp. Honderdduizenden mensen gaan de straat op en uiteindelijk treedt de regering af. De onrust leidt tot een verdere waardedaling van het pond, waardoor het land de schulden niet meer kan betalen en in maart 2020 failliet gaat.

Op dat moment maakt ook het coronavirus zijn intrede. Een lockdown volgt, waardoor nog meer Libanezen zonder werk komen te zitten. Alsof dat nog niet genoeg is, explodeert er in de haven van hoofdstad Beiroet een opslagplaats gevuld met tonnen ammoniumnitraat. Zeker 220 mensen komen bij de explosie om het leven en de schade aan de stad is enorm. Daarnaast is de vernietiging van de haven is een dreun voor de economie, aangezien de meeste invoer via de haven de rest van het land bereikt.

Een luchtfoto na de explosie toont de complete verwoesting van de haven van Beiroet. (Bron: AFP)

En dat bij elkaar heeft dus tot die enorme crisis geleid?

Ja, de combinatie van economisch wanbeleid, gecombineerd met de coronapandemie en de ramp in de haven van Beiroet, hebben tot mogelijk de diepste economische crisis in 150 jaar geleid.

Het grootste probleem is nu een combinatie van een waardedaling van de munt, gecombineerd met hyperinflatie. Eind juli is er bijna 20.000 Libanese pond nodig om op de zwarte markt aan een dollar te komen en dat terwijl het overgrote deel van de werkzame bevolking in ponden wordt betaald. Aan de andere kant zijn de prijzen juist enorm gestegen: uit een recent onderzoek blijkt dat een gezin gemiddeld het vijfvoudige van het minimumloon betaalt om aan eten te komen. De prijs van voedsel zou in twee jaar tijd zo'n 700 procent zijn gestegen.

Is er al een eind in zicht?

Ja en nee. De crisis lijkt voor de gewone Libanees op de korte termijn alleen maar erger te worden. De prijzen van voedsel, medicijnen en brandstof stijgen steeds harder, terwijl het pond steeds meer waarde verliest.

Maar er gloort een sprankje hoop. Sinds deze week kent het land weer een minister-president, wat de eerste stap moet zijn naar een verbeterde situatie. Het is nu aan premier Najib Mikati, die voor de derde keer de functie bekleedt, om hervormingen door te voeren. Alleen dan kan Libanon aanspraak maken op miljardensteun van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en mogelijk een einde maken aan de diepe economische crisis.