Het hing al even in de lucht, maar vorige week bevestigde de Britse premier Boris Johnson het dan toch echt; vanaf 2030 mogen er in het Verenigd Koninkrijk geen auto's meer met brandstofmotor verkocht worden. Daarmee zet het land een stap waar veel anderen nog over praten. Een overzicht.

Hybridemodellen mogen volgens Johnson nog vijf jaar langer verkocht worden, maar alleen als ze "een aanmerkelijke afstand kunnen rijden zonder uitstoot uit de uitlaat", aldus de premier.

Dat duidt erop dat auto's met plug-inhybrideaandrijving nog wel in de showrooms welkom zijn. Dergelijke modellen kunnen doorgaans minimaal 30 kilometer volledig elektrisch rijden, terwijl dat bij reguliere hybrides slechts 1,5 kilometer is en dat bovendien bij lage snelheid.

Vooral regionale en lokale overheden zetten de stap

Ondanks dat de roep om een verkoopstop voor brandstofauto's niet nieuw is, hebben nog weinig regeringen zich eraan gecommitteerd. Tot op heden waren het vooral lokale of regionale regeringen die vergelijkbare plannen ontvouwden, zoals in de Canadese provincie Quebec en de Amerikaanse staat Californië.

In Californië verordende de gouverneur in september dat alle nieuw verkochte auto's in de staat vanaf 2035 emissievrij moeten zijn. Tien jaar later wordt diezelfde regel van kracht voor middelzware tot zware voertuigen, zoals bestelwagens en vrachtauto's.

In Nederland is in het regeerakkoord het streven uitgesproken om in 2030 geen nieuwe personenwagens met brandstofmotor meer toe te laten. In de zogeheten Energieagenda van de Rijksoverheid staat bovendien dat in 2035 alle nieuw verkochte personenwagens zonder uitstoot "kunnen rijden". In 2050 zou het gehele wagenpark elektrisch kunnen zijn, aldus de in het Energieakkoord opgenomen sectordoelen. Er staat echter ook dat dit de ambitie is, niet een in beton gegoten doel.

Veel vergelijkbare plannen elders

Frankrijk heeft als streefdatum 2040 in gedachte voor hun verbod op de verkoop van brandstofauto's, terwijl men in Ierland dan pas wil beginnen met het uitfaseren ervan. Duitsland heeft meermaals aangegeven dat de door Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ingeslagen koers de juiste is, maar heeft zich nog niet op een bepaalde datum vastgepind. De Duitse deelstaatregeringen hebben zich in 2016 echter al uitgesproken voor een verbod in 2030.

In Zweden is eind vorig jaar een commissie ingesteld om de haalbaarheid van een verkoopverbod voor brandstofauto's in 2030 te onderzoeken. Die commissie moet tevens voorstellen doen om een EU-breed verbod erdoorheen te krijgen. Denemarken zou een Europees verbod graag zien. In 2018 wilde het land namelijk al een verkoopverbod per 2030 invoeren, maar krabbelde uiteindelijk terug omdat dit niet strookte met Europese regelgeving.

De regeringen van IJsland en Israël hebben eveneens voorgesteld om in 2030 te stoppen met het registreren van nieuwe brandstofauto's, al is dat nog niet per wet geregeld. In Taiwan speelt hetzelfde, al zetten zij in op een verbod per 2040. In landen als Spanje en Noorwegen komt geen verbod, maar zullen voertuigen met benzine- of dieselmotor via wet- en regelgeving langzaam maar zeker onverkoopbaar worden.