De Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) heeft een beperkt effect op een toename in de bedrijfsinvesteringen. Het leidt er vooral toe dat ondernemers hun geplande investeringen verschuiven. Tegelijkertijd zijn mogelijke alternatieven zoals de politiek die aandroeg, zoals investeren in de woningbouw of een verlaging van de winstbelasting, geen betere opties.

Dat blijkt uit een dinsdag gepubliceerde analyse van het Centraal Planbureau (CPB) op verzoek van het ministerie van Financiën.

De BIK leidt tot "een beperkte tijdelijke toename van bedrijfsinvesteringen en daarnaast tot een verschuiving van investeringen in de tijd", schrijft het CPB.

Het kabinet verdedigde de maatregel juist met het argument dat investeringen "cruciaal" zijn voor een economie zoals die van Nederland.

Aan de andere kant komen de alternatieven voor de BIK, die deels vanuit de Tweede Kamer werden geopperd, niet beter uit de analyse van het CPB. "De toename is groter dan als er ingezet zou worden op alternatieve regelingen", aldus het planbureau.

Naast investeren in de woningbouw (door middel van een lagere verhuurdersheffing) en een verlaging van de winstbelasting, bestaan de alternatieven ook uit lagere werkgeverslasten en een andere vorm van belastingkorting op investeringen.

Groter effect voor kleine bedrijven

Als de BIK meer gericht zou zijn op kleine bedrijven, dan heeft dat een groter effect op de investeringen, berekende het CPB. Dat is alleen niet het geval. De belastingkorting wordt alleen gegeven als een werkgever minimaal 20.000 euro investeert per jaar. Dat bedrag kan voor sommige kleine bedrijven te hoog zijn.

Staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) heeft wel geprobeerd de regeling aantrekkelijker te maken voor kleinere ondernemingen door lagere investeringen, tot 5 miljoen euro, een hogere korting te geven (3 procent) dan bedragen daarboven (2,44 procent). Die korting is volgens het planbureau alleen "nauwelijks hoger".

De CPB-onderzoekers schrijven dat een investeringskorting die meer is gericht op kleine bedrijven een groter effect zou kunnen hebben om het totale niveau van de bedrijfsinvesteringen aan te jagen,

Kabinet trekt in totaal 4 miljard euro uit

Het kabinet heeft voor de komende twee jaar in totaal 4 miljard euro uitgetrokken om de investeringen zo goed mogelijk weer op het oude niveau te krijgen. Door de coronacrisis dalen de bedrijfsinvesteringen dit jaar fors, berekende het CPB al eerder. Met de BIK krijgen werkgevers de komende twee jaar een korting op de personeelskosten als zij investeren.

Het is een crisismaatregel, dat wil zeggen dat het tijdelijk is om de grootste economische klap op te vangen. Maar een oplossingen om de investeringen weer aan te jagen blijkt niet zo eenvoudig met een eenmalige impuls, volgens het CPB.

Door de BIK nemen de investeringen ieder jaar gemiddeld met ongeveer 2,5 miljard euro toe. Dat getal is met veel onzekerheid omgeven, omdat het CPB geen rekening houdt met de onvoorspelbare economische ontwikkelingen. Daarbij zullen bedrijven die hard zijn geraakt door de crisis helemaal niet extra investeren.

Het staat wel vast dat de bedrijfsinvesteringen dit jaar zo'n 10 miljard euro lager zullen uitvallen, berekende het CPB al eerder.

'Cadeau voor werkgevers'

Vanuit de oppositie was er al direct veel kritiek op de belastingkorting. Sommige partijen zien in de 2 miljard euro die voor 2021 en voor 2022 wordt vrijgemaakt als een "cadeau voor de werkgevers".

Die 2 miljard euro lijkt bovendien wel heel erg op de eerder gesneuvelde kabinetsplannen om de dividendbelasting af te schaffen en de winstbelasting voor multinationals te verlagen, aldus de oppositieleden.

De BIK zou vooral voor banen moeten zorgen, zei premier Mark Rutte aanvankelijk. Later zei Vijlbrief dat het primaire doel van de maatregel de investeringen zijn. Extra werkgelegenheid is een logisch en welkom bijeffect, zei de bewindsman.