Netherlands
This article was added by the user Anna. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Clubliefde gaat voor supporters veel dieper dan de geldschieter

Analyse

Voetbalsupporters De overname van Newcastle met Saoedisch geld stelt fans in heel Europa voor de gewetensvraag: wanneer stopt het juichen?

Ze maakt kleine sprongetjes en steekt twee armen de lucht in, haar vuisten gebald. Ze schreeuwt en knuffelt de mannen naast haar. Nog geen twee minuten duurt het duel tussen Newcastle United en Tottenham Hotspur (2-3) en Amanda Staveley, een van de nieuwe mede-eigenaars, gaat uit haar dak. Na een aanval over rechts kopt Callum Wilson raak. Het stadion ontploft en meteen weet de camera haar te vinden. De nieuwe eigenaresse, die het gezicht zal worden van een club die voor 80 procent eigendom is van het investeringsfonds van Saoedi-Arabië.

Het stadion juicht mee. Voor de wedstrijd liepen sommige fans rond het stadion in traditionele Arabische kleding. Dolblij met de 350 miljoen euro die de nieuwe eigenaars hebben betaald voor de club.

Het juichen wordt veroordeeld in de voetbalwereld. In een podcast van The Guardian zei een journalist dat fans van Newcastle United de tribune op moeten gaan met afbeeldingen van Jamal Khashoggi, de journalist die in 2018 werd vermoord op het Saoedische consulaat in Istanbul. Zondag stond voor aanvang van de wedstrijd een flinke bus voor het stadion met de beeltenis van Khashoggi, als protest tegen een regime dat de vrije pers knevelt en vrouwen onderdrukt. Een verdeeld publiek, al zijn de meeste fans dolblij met de komst van de Saoediërs.

Lees ook: deze reportage uit Newcastle, waar fans dromen van een nieuw begin

Onlogisch is dat niet. Waarom zouden anderen bepalen voor wie jij mag juichen? De fans in de stad van staal en kolen zagen het grootste deel van de Premier League-clubs in anderhalf decennium in buitenlandse handen vallen. Manchester City kreeg succes na investeringen uit Abu Dhabi, Chelsea floreerde met Russisch geld. Voor de fans is hun gevoel bij de club allang losgekoppeld van de vraag waar het geld vandaan komt. Moeten zij zich ineens druk maken over ethiek, juist nu het hún tijd is voor successen?

De overname van Newcastle United confronteert voetbalfans in heel Europa met een gewetensvraag: wanneer stopt voor ons het juichen? Zou een NAC-supporter blij zijn met geld uit China? Een Feyenoord-fan met een geldinjectie uit Qatar? Hadden supporters van RBC Roosendaal – failliet – graag gezien dat hun club overeind was gehouden met oliedollars? Waar ligt de grens?

Kijk naar de derby tussen NEC en Vitesse, zondagmiddag voor het eerst in ruim vier jaar weer te zien in de Eredivisie. Confetti-kanonnen en vuurwerk toen de spelers het veld betraden. Magnifieke sfeer. De derby, eindelijk weer. NEC heeft een lokale investeerder, Marcel Boekhoorn, een rijke fan die zijn vader op het sterfbed beloofde om NEC overeind te houden en dat met vele miljoenen doet. Vitesse wordt financieel ondersteund door Valeri Ojf, een miljardair uit Rusland. Hij was leidinggevende bij oliebedrijven zoals Gazprom in Rusland en leidde het zakenimperium van Chelsea-eigenaar Roman Abramovitch. Ojf komt zo nu en dan bij Vitesse, geeft ook miljoenen, al is onduidelijk wat hij precies met de club wil.

Supporters van Vitesse vieren op de ingestorte tribune de zege op rivaal NEC. Beide clubs hebben een geldschieter.

De sympathie van een gemiddelde voetbalfan zal bij Boekhoorn liggen. Maar waarom zou een NEC-fan meer recht hebben om een geldinjectie toe te juichen dan een supporter van Vitesse? Of van Newcastle United of Paris Saint-Germain? Telt de ene clubliefde meer dan de andere?

Binding met een club gaat tenslotte veel dieper dan de geldschieter die toevallig euro’s in jouw club pompt. Een filmpje van een vader die dit weekend met zijn zoon voor het eerst naar Feyenoord ging, vertelt dát verhaal. De zoon beklimt voor het eerst de trappen van de Kuip. Als hij bovenkomt en over het veld kijkt, draait hij zich even om naar zijn vader. Hij stráált. Zo wordt clubliefde geboren.

Lees ook: een achtergrondverhaal over het politieke plan van Saudi-Arabië achter de overname van Newcastle United

Juist daar gaat het vaak mis na een mega-overname. Clubs worden onbereikbaar voor gewone mensen in de omliggende stad en regio. Kan een jongetje uit een arbeidersgezin in Newcastle straks nog naar St. James’ Park? In veel steden waar het grote geld binnenrolde is het antwoord ‘nee’.

De UEFA publiceert jaarlijks een financieel overzicht over voetbal in Europa. Een ticket voor een wedstrijd van Paris Saint-Germain, sinds 2011 in handen van een Qatarees investeringsfonds, is het duurst. Gemiddeld 93,30 euro. Voor gemiddeld ruim 82 euro zit je op de tribune bij Chelsea (overgenomen door de Rus Abramovitch), voor 62 euro bij Manchester United (overgenomen door de Amerikaanse zakenman Malcolm Glazer). Manchester City (eigenaar uit Abu Dhabi) vraagt gemiddeld ruim 50 euro voor een kaartje.

Ooit waren het, buiten Manchester United, relatief bescheiden clubs. Nu kunnen hele gezinnen in Parijs, Manchester en Londen niet meer naar het stadion.

Zo ver is het in Nederland niet. Daar kunnen supporters nog leven in de wellicht naïeve overtuiging dat voetbal er altijd voor de gewone man zal zijn. Daarom ook is NEC-Vitesse nog steeds een heerlijke derby, met fans die zich identificeren met hun club – of het geld nu uit Nijmegen of Rusland komt. Hun clubliefde blijft gevoed worden. Juist door derby’s als deze. Om één simpele reden: ze kunnen erbij zijn.