Netherlands

Bravoure en handigheid is Sjinkie Knegt niet kwijt na zijn ongeluk

Sjinkie Knegt Na ruim een jaar afwezigheid maakte shorttracker Sjinkie Knegt zijn rentree op het ijs. Fysiek is hij nog niet op zijn oude niveau. Zelf zegt hij voor „93 procent” terug te zijn.

Laat één ding duidelijk zijn: dat Sjinkie Knegt weer op het ijs staat is niet uit piëteit. Knegt staat weer op het ijs omdat hij goed is. Goed genoeg in elk geval. Maar een zekerheid was het allerminst dat de „zilverruggorilla” en bij absentie onttroonde koning van het shorttrack dit weekend weer in wedstrijdverband zou uitkomen bij de wereldbeker in Dordrecht.

In het Dordrechts Museum schuift Knegt de woensdag voor zijn rentree – strak geknipt en geschoren – van interview naar interview. Natuurlijk gaat het vooral over hem.

Eerst was er een spierblessure aan het linkerbeen door een ongeluk met een vorkheftruck, in december 2018. En iets meer dan een jaar geleden vatte Knegt vlam bij het aanmaken van zijn houtkachel, thuis in Bantega. Met derdegraads brandwonden over het hele lichaam volgden zeven weken in een ziekenhuisbed, ingezwachteld. Zijn benen waren er het ergst aan toe. Knegt was vanaf zijn hoofd begonnen het vuur uit te slaan met zijn handen, totdat zijn vriendin Fenna het bluste met een pan water.

In juni, na huidtransplantaties waarbij rekening gehouden werd met zijn wens om weer te schaatsen, kon hij nog geen tien meter lopen zonder compressiebroek. Met die broek, die de druk op de huid vermindert, kon hij al wel schaatsen. Maar, zegt bondscoach Jeroen Otter, iedereen kon zien dat het herstel tijd vergde. Sinds zes weken traint Knegt weer volledig mee. En als de ploeg naar wedstrijden afreisde, was er voor hem een alternatief, zwaar programma thuis.

Even was er nog twijfel, vertelt Otter. Een aantal jongelingen had op de NK heel goed gereden. Hoewel Knegt eerst niet warm te krijgen was voor een wedstrijd op nationaal niveau – Otter heeft hem er „zes jaar lang naartoe moeten schoppen” – wilde hij daar dit keer wel starten. Of vorige week dan, bij de wereldbeker in Dresden.

Maar Otter liet hem liever nog even „in de kast staan”. Allemaal mooi en aardig een symbolische rentree iets meer dan een jaar later op het ijs in Dordrecht waar hij door het ongeluk toen niet aan het EK kon meedoen, maar de bondscoach redeneert liever andersom. „Wat als hij er dan toch niet klaar voor blijkt en hij afgaat voor eigen publiek? Wil je hem dat aandoen?”

De waarden moesten eerst goed zijn. En dat zijn ze nu. Peakpower op de fiets, rondetijden, maximale snelheid, kruissnelheid. Allemaal vinkjes. Zijn zuurstofopname is bijzonder goed door het vele fietsen. Hij reisde vorige week mee naar Dresden om alvast al zijn buitenlandse collega’s onder ogen te komen.

Sjinkie Knegt juicht na het winnen van de B-finale op de 1.500 meter in Dordrecht. Foto Vincent Jannink/ANP

Knegt zelf zegt voor 93 procent terug te zijn. Fysieke ongemakken heeft hij amper nog. De compressiebroek is ingeruild voor twee kousen tot aan de knie. Alleen de conditie en het vermogen om te herstellen zijn nog niet op het oude niveau. En het jeukt. Vooral na inspanning.

Zondagavond, een week voor de wereldbeker, zou het verlossende woord komen. Dat werd tot ergernis van Knegt maandagmiddag. „Vrij irritant. Op internet stond al dat ik zou gaan rijden. Als dat dan niet zo is, zou dat zwaar lullig zijn.”

Er zijn dan vierhonderd dagen aan revalidatie aan voorafgegaan, de laatste uren tikken tergend langzaam weg op vrijdag. En dus is het vooral ijsberen voor Knegt. Hij trapt zijn benen rond op de fiets, neemt de tijd voor handtekeningen en foto’s, gaat nog een keer terug naar het hotel.

Knegt was wel iets rustiger, zag Suzanne Schulting. Volgens Otter was hij, begrijpelijk, „een beetje vervelend”. Pas om acht uur in de avond stond de kwartfinale voor de 5.000 meter relay op het programma, waar hij zijn allereerste wedstrijdrondjes zou rijden.

Het is even wennen. Knegt met nummer 62 op de helm en op de derde positie in de Nederlandse ploeg. Voor zijn afwezigheid was hij de afmaker op de relay, degene die zijn schaatspunt over de streep moest duwen voor de zege. Maar juist op de „kneuzenplek”, zoals ze het binnen de ploeg noemen, zou Knegt misschien een verschil kunnen maken. De kracht is er namelijk nog niet helemaal, de race-intelligentie en intuïtie wel. In Itzhak de Laat moet Knegt nu zijn meerdere erkennen. Die is, weet Knegt ook zelf, „op dit moment een klein beetje sneller dan ik”.

De spanning duurt voort tot zaterdag, het moment van de echte terugkeer als hij het helemaal zelf moet doen. Aan de start van de halve finale op de 1.500 meter, waarvoor Knegt een wild card kreeg, is wat gedonder over wie waar moet staan. Knegt aanschouwt het lachend en toch ogenschijnlijk ontspannen.

Wat volgt is een van de minst gunstige scenario’s. Met nog drie ronden te gaan gaat een groot deel van de groep onderuit. Even lijkt Knegt overeind te blijven, maar door een schaats van een Kazachstaan knalt ook hij tegen het ijs. Een schot klinkt en de race moet opnieuw gereden worden. Herstellen van de 1.500 meter is op dit moment toch al een behoorlijke klus voor Knegt. Nu heeft hij vier minuten om zich na een val weer klaar te maken.

In de herkansing kan hij lang aanhaken. Meer dan aanhaken zelfs. Met acties binnendoor en buitenom komt hij vanaf de achtste startplek als derde over de streep. Meer dan een B-finale zit er nog niet in, maar Knegt is hard op weg weer de oude te worden.

„En óf die valpartij pijn deed. Ik kon erna een half uur niet lopen.” Toch herstelt hij snel genoeg om in de B-finale te starten. Daar is het vooral Sven Roes (20), sinds januari Nederlands kampioen, die hij achter zich moet houden. Dat ene trucje van de NK had hij allang doorzien, vertelde Knegt eerder vol vertrouwen.

Zelden heeft Knegt zo hard gewerkt tijdens een wedstrijd die eigenlijk nergens meer om gaat. En dat hij dan met een vinger in de lucht over de streep zou komen om een eerste plek te vieren was voor zijn periode van afwezigheid helemaal ondenkbaar geweest.

Dat de bravoure er nog is laat Knegt zien als hij de halve finale van de 1.000 meter zo scherp rijdt dat hij gediskwalificeerd wordt. En dat er aan handigheid ook niks verloren is gegaan, ziet het publiek in de halve finale en finale van de 5.000 meter relay. De Laat moet het afmaken daar, maar het is Knegt die de ploeg in stelling brengt met inhaalacties op cruciale momenten. Otter had al voorspeld dat Knegt voor iets extra’s zou kunnen zorgen in de relay. Dat deed hij , maar de mannen moeten uiteindelijk genoegen nemen met zilver, achter de Canadezen.

Na dit weekend dat in het teken stond van zijn terugkeer kan Knegt maar één ding: verder vooruit kijken. Voorlopig naar deze maandagavond. Dan maakt de schaatsbond bekend wie meegaan naar de WK, over een maand in Seoul. Het was voor dit weekend bijna niet voor te stellen, maar als het aan Otter ligt is Knegt daar ‘gewoon’ weer bij.