Netherlands
This article was added by the user Anna. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Bij het Sweelinck Festival klinkt vooral het plezier

Recensie Muziek

Sweelinck Festival De 400ste sterfdag van componist Sweelinck werd in Amsterdam gevierd met een festival. Het afsluitende weekend belichtte bescheiden al zijn muzikale kanten. Vooral zélf zingen stemde vrolijk.

Even lijkt het alsof één van de yoga-crossfitdansgroepjes die altijd wel om het Amsterdamse Muziekgebouw te vinden zijn nu ook binnen mogen trainen. Bovenaan de grote trap doen zo’n zeventig mensen kniebuigingen met hun handen gestrekt naar voren, wie wil op één been. Minder gebruikelijk in sportgroepjes is dat iedereen losbarst in een diep „Oooeeh”, dat langzaam overgaat in „Aaaah”. De hele buitenste schil van het Muziekgebouw vult zich met klank.

Wat de organisatie van het Sweelinck Festival, een viering van het 400ste sterfjaar van de Nederlandse componist, goed begreep: om een componist goed tot je door te laten dringen, moet je niet alleen diens muziek luisteren, maar ook diens muziek maken. De ‘oehs’ en ‘ahs’ komen van amateurzangers die warmdraaien om onder bezielende leiding van pedagoge Emma Rekers zelf canons en meerstemmige werkjes van Sweelinck te zingen. Wie wilde, kon thuis met instructiefilmpjes de partijen instuderen. Vlak voor het ‘officiële’ zingen gaf countertenor Tim Braithwaite voor wie wilde nog een gratis workshop polyfoon zingen.

Even later zweven canons als Sine cerere et Baccho en Vanitas Vanitatum door het gebouw, en helemaal niet onverdienstelijk. Er klinkt vooral plezier. Wie wil mag naar voren komen om midden in de halve cirkel van zangers zelf een tegenstem te improviseren, want dat is volgens Rekers „een coole manier om écht van Sweelinck te genieten”.

Lees ook: Vier eeuwen dood, en toch zal Sweelinck, de grootste componist van Nederland, ook ons overleven

De rest van het weekend blijkt het Sweelinck Festival een festival van bescheidenheid. Geen enkel programma-onderdeel valt speciaal op, maar veel kanten van Sweelinck worden belicht. Naar klavecinist, organist en musicoloog Pieter Dirksen ging je voor klavierwerken, naar het Hemony Ensemble voor motetten, psalmen, hymnes, madrigalen én chansons (katholiek, protestants en wereldlijk; Sweelinck was in het multiculturele Amsterdam van alle markten thuis). Organist Laurens de Man en Camerata Trajectina schiepen muzikale context met muziek van Sweelincks tijdgenoten. Allemaal even mooi als modest.

Voor het studentenorkest dat Sweelinck al in 1878 als naamgever nam, goot componist Bart Visman Sweelinckmelodieën in een hoogromantische mal, met als resultaat een mooi geïnstrumenteerd stuk dat heel behoorlijk klonk, al was het voor de violen in de hoogte wat veelgevraagd. Het Gesualdo Consort zong een tegenvallende afsluiter. De grote zaal van het Muziekgebouw is droog; een polyfoon a capella programma wens je eigenlijk in een kathedraal waar alle boventonen kunnen galmen. Die boventonen hadden de holle klank van de sopranen nog kunnen maskeren.

In elk concert valt op hoe Sweelinck in alle seriositeit kleine speelse momenten verstopt; een ritmische verandering, een tegenstem die even ontsnapt. Maar het is opvallend dat alleen het amateurkoor die speelse momenten echt lijkt te voelen. In de ‘professionele’ concerten ademt Sweelinck vooral eenvoud en terughoudendheid. Schoon, maar het maakt een weekend lang. Meer dan eens zegt een achterhoofdstemmetje: wat jammer dat we Sweelinck zo Nederlands calvinistisch serieus nemen. Zou hij, destijds beroemd in heel Europa, buiten Nederland niet veel warmbloediger klinken?

Op het volgende Sweelinckjubileum moeten we nog even wachten, maar over veertig jaar mag de jubileumvlag weer uit, dan om te vieren dat hij 500 jaar geleden werd geboren.