Netherlands
This article was added by the user Ezra Williams. TheWorldNews is not responsible for the content of the platform.

Bidden voor het eten, samen naar de kerk: wie voedt er nog religieus op?

Steeds minder mensen voeden hun kinderen op met een geloof, blijkt uit het rapport Buiten kerk en moskee van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat onlangs verscheen. Wat bezielt ouders die voor een religieuze opvoeding kiezen?

Voor het eerst in de geschiedenis zijn er meer niet-gelovigen dan gelovigen in Nederland, was de conclusie van het SCP-rapport. Dat betekent waarschijnlijk ook dat voor het eerst meer kinderen zónder dan mét geloof worden grootgebracht.

Praktisch theoloog Toke Elshof van Tilburg University spreekt veel ouders die zelf bepalen of ze de opvoeding religieus noemen of niet. "Geloven is voor hen niet per se gebonden aan een kerk of moskee. Ze staan open voor iets wat het leven overstijgt. Hoe vaker mensen een kerk of moskee binnenstappen, hoe eerder ze dat 'iets' God noemen. Of je daarmee de opvoeding van je kinderen religieus kunt noemen, vind ik een spannende vraag. Wie geeft daar het oordeel over?"

“Bij gelovigen kan het idee dat er een God bestaat alleen al zin geven aan het bestaan.”
Willem Huijnk, onderzoeker bij het SCP

In het SCP-rapport zijn de woorden "geloof/religie" en "zingeving" niet hetzelfde. Maar volgens Willem Huijnk, onderzoeker bij het SCP, zijn die wel belangrijk voor veel mensen, waaronder opvoeders. Wat is dan het verschil?

Huijnk: "Niet-gelovigen moeten de zin van het leven toch vooral zelf bij elkaar zoeken. Het hebben van kinderen geeft bijvoorbeeld zin aan het bestaan. Bij gelovigen kan het idee dat er een God bestaat alleen al zin geven aan het leven."

Grotere liefde dan ouderliefde

"Dat er een God bestaat, betekent voor gelovige ouders veelal dat er voor hun kinderen liefde beschikbaar is die groter is dan henzelf en hun kunnen", verduidelijkt Elshof.

"Wat er ook gebeurt, er is geborgenheid en hoop en vanuit die basis mag je in de samenleving staan. Dat is een andere boodschap dan in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, waarin veel mensen de deur van de kerk achter zich dichttrokken vanwege de starre, soms dwingende opvattingen - je moet dit wel, je mag dit niet - die tot in het gezinsleven werden doorgevoerd."

Een beeld dat veel niet-gelovigen nog steeds hebben, zegt de theoloog. "Dat kom ik in mijn onderzoek en in het contact met religieuze gezinnen nauwelijks meer tegen."

“Niemand wil het zoveelste kerklid trainen.”
Toke Elshof, praktisch theoloog

Het zoveelste kerklid

Veel ouders die hun kinderen gelovig opvoeden, doen dat in de overtuiging dat ze op die manier bijdragen aan de vorming van hun kind, zegt Elshof. "Niemand is uit op het trainen van het zoveelste kerklid. Er is veel meer dan vroeger ruimte voor het persoonlijke, zodat het kind op enig moment een eigen weg kan kiezen."

Hoe dat er concreet uitziet, is in elk gezin anders. Elshof: "Sommige gezinnen hechten aan rituelen zoals vaste gebeden of gezangen voor de maaltijd of het slapengaan, het bezoeken van een kerkdienst of de moskee, of het lezen van verhalen uit de Bijbel of Koran om je eigen leven daaraan te kunnen spiegelen."

"Sommige kinderen bezoeken een club waar ze verhalen over het geloof horen. Andere gezinnen branden een kaarsje om op bijzondere momenten de verbinding tussen hemel en aarde zichtbaar te maken, en vieren de feestdagen. Katholieke gezinnen leven vaak veel met symbolen zoals die kaars of het halen van een askruisje op Aswoensdag. Meer dan bijvoorbeeld protestanten, die veel taliger zijn in de manier waarop ze hun geloof beleven en doorgeven."

“Ondanks onze roots is het helemaal niet vanzelfsprekend dat de ander snapt wat geloven kan betekenen, en vice versa.”
Toke Elshof, praktisch theoloog

Zuinig op gelovigen

Dat steeds minder kinderen groot worden met religie is volgens Huijnk begrijpelijk, maar kan voor een samenleving nadelige gevolgen hebben.

"De vrijheid om zelf je pad te kunnen kiezen zonder dat het wordt beperkt door wetten, instituties of dogma's is heel wat waard. Maar we zien ook dat de gemeenschapszin gemiddeld genomen groter is bij gelovigen. Daar zit de grootste groep mensen die vrijwilligerswerk doet en aan goede doelen geeft. Daar mogen we als samenleving best zuinig op zijn."

Volgens Elshof hebben ook religieuze gezinnen hierin een taak. "Hoe seculierder de samenleving wordt, hoe meer mensen geneigd zijn religie achter de voordeur te stoppen. Dat is spijtig."

"Zelfredzaamheid bijvoorbeeld is een mooi begrip, maar werkt lang niet overal in onze samenleving. Kijk maar naar de woningnood, de toename van armoede, eenzaamheid en psychische problematiek in ons land, ook onder de jeugd. Religie, het omgaan met het nood en lijden, zou daarin weleens een belangrijke rol kunnen spelen. Een gesprek dat al in gezinnen kan beginnen."

Dat lukt alleen als we elkaar begrijpen als niet-gelovigen en gelovigen, betoogt Huijnk. "Het feit dat we vanuit een tijd waarin het christendom dominant was, zijn overgegaan naar een seculiere samenleving zorgt voor onbegrip over en weer. Het is onze taak om het gesprek daarover te voeren, zodat gelovigen ontdekken dat het ondanks onze roots niet vanzelfsprekend is dat de ander snapt wat geloven kan betekenen, en vice versa. Uiteindelijk bepaalt levensovertuiging hoe we nu en in de toekomst naar de samenleving kijken en daarmee omgaan."