Advocaten in de zaak van de cocaïnewasserij in het Drentse Nijeveen hebben woensdag in de rechtbank van Amsterdam duidelijkheid gevraagd van het Openbaar Ministerie (OM) over de hack van EncroChat. De raadslieden vermoeden dat de rol van Nederland groter is dan is verteld.

In juli vorig jaar werd duidelijk dat het OM een periode van drie maanden live kon meelezen met communicatie van gebruikers van EncroChat, een aanbieder van versleutelde digitale communicatie. Volgens de officiële lezing dankzij een hack door de Franse justitie.

Dankzij de hack beschikt Nederland over meer dan twintig miljoen berichten van vermeende criminelen. Deze communicatie speelt ook een belangrijke rol in een onderhavige strafzaak die draait om de grootste cocaïnewasserij ooit ontdekt in Nederland. Deze werd in augustus vorig jaar ontmanteld in Nijeveen.

Het OM heeft altijd gezegd dat Frankrijk verantwoordelijk was voor de hack van de EncroChat-server, die in Roubaix stond. Voor dat onderzoek is ook toestemming verleend door een Franse rechter.

Samenwerking in vorm van Joint Investigation Team

Er werd wel samengewerkt met Frankrijk in een zogeheten Joint Investigation Team (JIT). Op die manier kon informatie onderling makkelijk worden uitgewisseld. Zo ook de communicatie tussen criminelen onderling via EncroChat.

Omdat het om een Frans onderzoek ging en daarvoor toestemming is verleend door een Franse rechter, oordelen Nederlandse rechters dat ze de legitimiteit van de hack niet nogmaals hoeven te toetsen. Er is wel toestemming verleend voor het gebruik van de Encro-chatgesprekken in strafzaken.

Advocaten trekken de marginale rol van het OM nu in twijfel. Niet alleen in deze zaak, maar een groep van nu al 46 advocaten trekt samen op om duidelijkheid te krijgen over de hack van EncroChat.

Rol Nederland bij hack zou groter zijn

Dat de rol van Nederland bij de hack groter was, is onder meer gebaseerd op een document van de Engelse National Crime Agency (NCA) . Daarin staat dat de hack van EncroChat tot stand is gekomen dankzij software ontwikkeld door het JIT. Dit zou impliceren dat Nederland wel degelijk een grotere rol heeft gespeeld.

Dit kan van belang zijn omdat Nederlandse rechters dan mogelijk wel de legitimiteit van de hack kunnen toetsen met eventueel gevolgen voor het gebruik van EncroChat als bewijs in strafzaken. Het OM ontkent stellig dat zijn rol bij de hack groter is dan altijd is verteld.

Om meer duidelijkheid te krijgen hebben advocaten de rechtbank verzocht personen te horen die direct betrokken waren bij de hack.