Advocaten Gerald Roethof, die een van de verdachten bijstaat in de drillrapmoordzaak, en Richard Korver, die de nabestaanden bijstaat, zijn het over één ding eens: ga met elkaar om de tafel om de spanningen onder rivaliserende drillrappers weg te nemen.

De rechtbank behandelt deze week het proces van de drillrapmoord in Amsterdam-Zuidoost, waarbij de achttienjarige drillrapper Jay-Ronne Grootfaam eind 2019 om het leven kwam. Het Openbaar Ministerie (OM) eiste donderdag acht jaar cel en tbs, en twaalf jaar cel tegen de twee jonge verdachten.

De moeder van Grootfaam vertelde donderdag over het verlies van haar zoon, maar ook dat ze zich grote zorgen maakt. "Nog niet eens een jaar na de moord werd er in Scheveningen een andere jongen vermoord. Daarna werd een jongen in zijn hoofd gekapt bij een flat in de Bijlmer. Ik ben helaas nog niet klaar, want in december 2020 werd bij de Albert Heijn Watergraafsmeer, waar mijn andere zoon werkte, ook een jongen gekapt."

De incidenten roepen de vraag op in hoeverre instanties grip hebben op het probleem. "Het is duidelijk geworden dat het strafrecht dit niet alleen kan oplossen", zegt Justine Asbroek persofficier van justitie. Dat vinden de advocaten van een van de verdachten en de raadsman van de nabestaanden in deze zaak echter te makkelijk gezegd.

Volgens Korver is het niet goed om naar elkaar te wijzen. "Er moet nu iemand verantwoordelijk voor worden gehouden, zoals we in het stadhuis ook mensen hebben die verantwoordelijk zijn voor de Top 600 (lijst van veelplegers, red.). Hoezo wordt met die partijen niet in gesprek getreden en hoezo wordt dat niet beter gemonitord?", vraagt Korver zich af.

Roethof sluit zich daarbij aan. "Het is een illusie om te denken dat je dit probleem oplost met dit soort gigantisch hoge eisen. Als je zegt dat je het wil oplossen, dan zijn er andere mogelijkheden voor en begint dat met praten."

Praten is gevoelig punt

Instanties, waaronder het Openbaar Ministerie (OM), merken dat praten juist een gevoelig punt is vanwege een "zwijgcultuur". "Als je snitcht, dus als je praat, dan ga je. En daarom is het ook zo moeilijk op te lossen: als niemand wil praten en bereid is om mee te denken: hoe los je het dan op?", zegt Asbroek.

"Niet praten met justitie is iets wat we vaker zien, maar het is niet zo dat personen die niet met justitie praten niet onderling willen praten", aldus Roethof. "Ik denk dat in ieder geval heel duidelijk moet zijn dat het gezwaai met messen niets oplevert."

De raadslieden constateren dat zowel aan de kant van de nabestaanden als aan de kant van de verdachten angst heerst. "Als nou iedereen bang is, dan wordt het tijd dat iemand met de vuist op tafel slaat en zegt: allemaal aan tafel, praten en gebruik je woorden zo scherp als een mes, maar laat je messen thuis", besluit Korver.